VERDIEPINGSARTIKEL

Hoe werkt de belastingrente nu precies?

Dient u uw aangifte te laat in of u doet uw correcties pas na een bepaalde periode dan zal de Belastingdienst u belastingrente in rekening brengen. Het tarief voor die belastingrente is vooral voor de VPB niet mals, 8%. Voor de verschillende belastingen gelden echter allerlei andere regels voor de berekening ervan. De rechter heeft zich onlangs wel kritisch uitgelaten over de belastingrente.


2 augustus 2019 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online.


De Belastingdienst brengt u belastingrente in rekening of vergoedt u deze als een aanslag met een te betalen of terug te geven bedrag te lang op zich laat wachten. Dit kan komen omdat u de aangifte te laat heeft ingediend maar ook omdat de fiscus te lang heeft gedaan over het opleggen van de aanslag. De berekening van de belastingrente verschilt wel per soort belasting. Hieronder komen de IB, VPB, LB, BTW en de erfbelasting aan bod. De fiscus geeft op zijn website aan dat IBbelastingplichtigen die vóór 1 mei aangifte IB doen, in principe niet te maken krijgen met belastingrente. Dat gebeurt alleen als de Belastingdienst daarna nog afwijkt van de aangifte. De belastingrente van 4% is dus vooral een stok achter de deur om wél op tijd aangifte te doen. U betaalt belastingrente als de Belastingdienst de aanslag oplegt na 1 juli volgend op het belastingjaar. Deze wordt berekend over het bedrag dat u aan belasting moet betalen over de periode van 1 juli tot zes weken na de datum op de aanslag. Doet de inspecteur er echter langer dan drie maanden over om een aanslag aan u op te leggen en wijkt hij niet af van uw aangifte, dan is de periode waarover de fiscus rente bereken beperkt tot negeentien weken. Voor een vergoeding van de belastingrente kunt u in aanmerking komen:

  • bij het vaststellen van een aanslag als de fiscus uw gegevens ongewijzigd heeft overgenomen maar er langer dan dertien weken over heeft gedaan om u een aanslag op te leggen (na 1 juli na het jaar waarover u geld terugkrijgt);
  • bij vermindering van een voorlopige aanslag; ook dan moet de fiscus uw gegevens ongewijzigd hebben overgenomen. De vermindering van uw voorlopige aanslag moet na 1 juli volgend op het belastingjaar waar de aanslag over gaat zijn gegeven. De behandeling van uw verzoek duurde langer dan acht weken of de behandeling van de aangifte duurde langer dan dertien weken.

Dient u een bezwaar in tegen een aanslag waarover u belastingrente heeft betaald en krijgt u gelijk dan ontvangt u de belastingrente retour. Krijgt u bij een bezwaar gelijk en krijgt u dan geld terug, dan ontvangt u hierover geen belastingrente.

Rechter stemt niet in met in rekening gebrachte belastingrente in IB

De rechter gaat niet altijd klakkeloos mee in het opleggen van belastingrente, zo blijkt uit een uitspraak van vorig jaar, die nu pas is gepubliceerd. In deze zaak ging het om een man die in 2015 in België woonde. Hij was wel in Nederland belastingplichtig voor de IB. Van de fiscus kreeg de man een brief met de mededeling dat hij vóór 1 juli 2016 aangifte moest doen. Als dat niet lukte, moest hij uitstel aanvragen. De man deed aangifte, en de Belastingdienst legde de definitieve aanslag op volgens de ingediende aangifte. Maar de fiscus rekende óók € 53 aan belastingrente. En daar kwam de man tegen in het verweer. Hij vond dat hij er op basis van de tekst van de brief op mocht vertrouwen dat als hij nog vóór 1 juli aangifte deed, dat op tijd zou zijn. En dat hij dus geen belastingrente zou hoeven te betalen. De rechter was dat met de man eens. De brief wekte het vertrouwen dat een aangifte vóór 1 juli ook nog tijdig was ingediend. Ook had de brief moeten waarschuwen dat er belastingrente gerekend kon worden als de aangifte niet vóór 1 april binnen was. Volgens het ‘zorgvuldigheidsbeginsel’ moet de Belastingdienst belastingplichtigen in sommige gevallen namelijk actief informeren. De rechter zette dus een streep door de belastingrente.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 september 2018 (publicatiedatum)

Op tijd, maar toch rente

In de VPB kan het voorkomen dat een belastingplichtige die tijdig en correct zijn aangifte doet, toch belastingrente moet aftikken. Dit wil dus zeggen dat VPB-plichtigen die bijvoorbeeld hun aangifte voor 1 juni doen, te maken krijgen met belastingrente omdat de aangifte na 1 april wordt ingediend. Staatssecretaris Snel vindt dit onwenselijk en gaat dit aanpakken als hij hier financiële dekking voor kan vinden en het uitvoerbaar is.

Aangifte VPB voor 1 juni binnen

Als het boekjaar van uw bv gelijkloopt met het kalenderjaar, moet uw aangifte VPB van het voorgaande kalenderjaar vóór 1 juni binnen zijn bij de Belastingdienst. De aangifte over 2018 moet dus voor 1 juni 2019 door u ingediend zijn. De Belastingdienst rekent maar liefst 8% belastingrente over het bedrag dat u als belastingplichtige voor de VPB moet betalen. De periode loopt van 1 juli volgend op het belastingjaar tot zes weken na de dagtekening op de aanslag. Stel dus dat uw bv een aanslag 2018 krijgt met dagtekening 2 augustus 2019, dan moet de bv belastingrente betalen over de periode tussen 1 juli en 13 september 2019 (want dat is zes weken na 2 augustus).

Voorlopige aanslag ontvangen

Belastingplichtigen die over het voorgaande boekjaar VPB hebben moeten betalen ontvangen in het begin van het nieuwe jaar vaak al wel een voorlopige aanslag van de Belastingdienst die aansluit bij de aanslag over het jaar daarvoor. Maar stel dat uw bv een veel beter jaar heeft gedraaid dan het jaar ervoor dan kan het aanvragen van een nadere voorlopige aanslag veel financieel leed voor u voorkomen. Heeft u helemaal geen voorlopige aanslag ontvangen en is de verwachting dat er over 2018 VPB betaald moet gaan worden, dan moet er door u vóór
1 mei een voorlopige aanslag VPB zijn aangevraagd om de hoge belastingrenterekening te voorkomen.

Op eigen initiatief corrigeren

Als de Belastingdienst een correctieverzoek aan u als werkgever stuurt over een loonaangifte over 2019, kan hij daarbij belastingrente in rekening brengen. Voldoet u vóór 1 april 2020 echter vrijwillig aan dit correctieverzoek, dan blijft de belastingrente buiten beschouwing. Ook als u zelf een fout in een aangifte van vorig jaar ontdekt en deze op eigen initiatief vóór deze datum corrigeert, betaalt u geen belastingrente. De rente van 4% loopt over de periode vanaf
1 januari 2020 tot en met de datum waarop u de naheffingsaanslag uiterlijk betaald moet hebben. In de praktijk is dit meestal veertien kalenderdagen na de datum van de naheffingsaanslag.

Teruggaafbeschikking vaststellen

U kunt als werkgever ook zelf gecompenseerd worden, als u (te) lang moet wachten op geld van de Belastingdienst. Als u heeft aangegeven dat u in 2018 te veel loonheffingen heeft betaald, moet de Belastingdienst binnen acht weken een teruggaafbeschikking vaststellen. Doet de inspecteur dit niet op tijd, dan rekent/vergoedt de fiscus belastingrente vanaf acht weken na ontvangst van uw verzoek.

BTW-aangifte indienen

Bent u ondernemer voor de BTW, dan moet u elke maand, elk kwartaal of jaar een BTW-aangifte indienen. Achteraf kan blijken dat u niet het juiste bedrag aan BTW heeft aangegeven. U kunt dan nog een BTW-suppletie indienen als u dit jaar of in de afgelopen vijf jaar te veel of te weinig BTW heeft betaald. Als u vóór 1 april 2020 de verschuldigde BTW van 2019 aangeeft, hoeft u geen belastingrente te betalen en voorkomt u een boete. Heeft u te veel BTW betaald, dan ontvangt u een teruggaafbeschikking en stort de fiscus het bedrag terug. De Belastingdienst kan dan nog belastingrente aan u moeten vergoeden.

Boete bij te weinig betaalde BTW

Bij te weinig betaalde BTW krijgt u een verzuimboete van 5 % van het BTW-bedrag dat u moet betalen tot het wettelijk maximum van € 5.278. De dan in principe ook verschuldigde belastingrente kunt u voorkomen door vóór 1 april een suppletie in te dienen. Op het beveiligde gedeelte van de website van de Belastingdienst kunt u hiervoor het formulier Suppletie omzetbelasting vinden. Bij een latere correctie berekent de Belastingdienst de belastingrente over het door u nog te betalen bedrag.

Geen belastingrente bij erfbelasting

De Belastingdienst berekent momenteel (tijdelijk) geen belastingrente bij de aanslagen voor de erfbelasting (en schenkbelasting) vanwege overlijdens op of na 1 januari 2017 doordat hij al een tijdje met automatiseringsproblemen te kampen heeft. Als de belastingrente weer wel in rekening gaat worden gebracht, gebeurt dit in principe vanaf acht maanden na het overlijden. De verschuldigde belastingrente stopt meestal zes weken na de datum van de aanslag.

Geen suppletie bij bedrag onder de € 1.000

Het corrigeren van de BTW-aangifte kan nodig zijn, omdat u te veel of te weinig BTW heeft aangegeven. Gaat het echter om correcties van € 1.000 of minder, dan hoeft u geen suppletie in te dienen. U mag de correcties dan verwerken in de eerstvolgende aangifte. In alle andere gevallen moet u een suppletie indienen.