VERDIEPINGSARTIKEL

Hoe werkt het ook alweer met de inkeerregeling?

Ontdekt u dat u een onjuiste of onvolledige aangifte heeft ingediend dan kunt u deze fout c.q. verzwegen inkomsten rechtzetten. Dit inkeren kan voor een paar belastingen of onderdelen van belastingen nog zonder dat u met strafvervolging te maken krijgt.

De inkeerbepaling is per 2020 echter nog verder beperkt. Inkeren mag natuurlijk altijd van de fiscus maar onder de boete of vervolging komt u steeds moeilijker uit.


7 december 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Als u na het indienen van een onjuiste of onvolledige aangifte of het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen berouw krijgt en uw fout rechtzet (‘inkeert’) kunt u onder vervolging uitkomen. Maar dit inkeren zonder vervolging is vanaf 2020 alleen nog mogelijk voor box 1-inkomen en bijvoorbeeld de schenk- en erfbelasting.

In de regeling is nu expliciet opgenomen dat bij een vrijwillige inkeermelding vervolging (boete) wel mogelijk is ten aanzien van verzwegen inkomen uit box 2 of box 3 van de IB.

Alleen voor box 1-inkomen

Inkeren voor de IB is vanaf 1 januari 2020 dus alleen mogelijk voor box 1-inkomen. Keert u tijdig in dan kunt u over de eerste twee jaren geen boete krijgen, voor oudere jaren geldt inkeer als een boetematigende omstandigheid.

Bent u niet op tijd ingekeerd? Dan kan de Belastingdienst bij de aanslagen boetes opleggen. Een te late melding kan ondanks dat deze te laat is toch tot een lagere boete leiden.

Zonder vervolging

Het voordeel van de inkeerbepaling is dat u zonder de kans op een vervolging uw fiscale malversaties kunt rechtzetten. U moet natuurlijk wel de te weinig geheven belasting met belastingrente alsnog voldoen.

Onjuiste aangiften uit eerdere jaren hoeven door het inkeren niet te worden verwerkt in aangiften van nieuwe jaren waardoor u de ketting van het opstapelen van onjuistheden in uw aangiften doorbreekt. De schatkist ontvangt dus gewoon het bedrag, dat haar aanvankelijk al toekwam. Dit geldt natuurlijk ook bij niet-vrijwillige verbetering.

Geen opzet, geen boete

Let op, als er geen sprake is van opzet of aan opzet of grove schuld gelijk te stellen ernstige verwijtbaarheid, is er geen boete verschuldigd. Het gaat niet alleen om opzet, maar ook om het willens en wetens de kans aanvaarden dat er te weinig belasting zal worden betaald.

Aan overledenen kan geen boete worden opgelegd. Uiteraard moet er wel belasting met rente worden betaald, de erfgenamen zijn daarvoor aansprakelijk.

Alleen vrijwillig, volledig en duidelijk

Een geslaagd beroep op de inkeerregeling is alleen mogelijk als de verbetering ook echt vrijwillig is. Op het moment dat u weet of vermoedt dat de fiscus op de hoogte is van de onjuiste aangifte, komt u niet onder de straf uit.

Een verzoek tot inkeer moet vooral ook volledig en duidelijk zijn. Vervolging blijft nog steeds mogelijk als u bijvoorbeeld niet uitdrukkelijk informatie verstrekt of als de informatie voor de Belastingdienst een zoekplaatje is.

Wie kunnen inkeren?

Zijn er meerdere mensen betrokken bij de fiscale overtreding, dan is het belangrijk dat iedereen tegelijkertijd inkeert. Stel dat er in een nalatenschap buitenlands vermogen zit dat niet is aangegeven bij de Belastingdienst. Besluit een erfgenaam om in te keren, dan moeten alle erfgenamen dat doen om van de inkeerregeling te profiteren. De mede-erfgenamen kunnen namelijk niet meeprofiteren van de ingekeerde erfgenaam, omdat de Belastingdienst dan al op de hoogte is van de fiscale overtreding.

Alleen de belastingplichtige kan inkeren. Eventuele deelnemers aan het overtreden van fiscale wetgeving zoals feitelijk leidinggevende bestuurders van een frauderende rechtspersoon kunnen slechts in bijzondere omstandigheden meeprofiteren van een inkeer. Hierbij gaat het dan vooral om de personen die de inkeer hebben bevorderd.

Het kan daarom van belang zijn om duidelijk vast te leggen wie is gestart met het inkeerproces. Daarnaast moet u ook vastleggen welke handelingen door wie zijn verricht om alsnog tot een juiste en volledige aangifte of informatieverstrekking te komen.

Beperkingen van de inkeerregeling per 2020

De inkeerregeling om boetevrij zwart geld op te biechten is per 1 januari 2018 afgeschaft. Maar de regeling bestaat nog wel in gewijzigde vorm. Voor de meeste vermogenssoorten kan opbiechten echter niet meer boetevrij. Per 2020 geldt de inkeerregeling ook niet meer voor inkomen uit aanmerkelijk belang (ab). Deze inkomenssoort kan dus niet meer boetevrij worden opgebiecht.

Ook het onderscheid tussen inkomen dat in het buitenland is en in het binnenland is opgedoken is verdwenen. Met ingang van 1 januari 2018 was de inkeerregeling al ingeperkt voor box 3-vermogen dat in het buitenland werd aangehouden. Maar vanaf 2020 is de inkeerregeling ook niet meer van toepassing op box 3-vermogen dat in Nederland wordt aangehouden.

Gefaseerd inkeren

Zijn niet alle gegevens direct voorhanden, dan is het ook mogelijk om gefaseerd in te keren. U moet de Belastingdienst daar wel van op de hoogte brengen. Dit is om te voorkomen dat de Belastingdienst de overtreding alsnog op het spoor komt, terwijl u nog informatie aan het vergaren bent. Na de melding bij de fiscus kunt u de informatie voor de inkeerregeling op een later moment toezenden.

Valsheid wordt vervolgd

Het gebruik van de inkeerregeling beperkt zich tot het niet(tijdig) of het onjuist of onvolledig doen van fiscale aangiften. Een inkeer heeft dus geen gevolgen voor eventuele andere gepleegde strafbare feiten. Daarvoor kan een fiscale fraudeur gewoon nog worden vervolgd.

Er geldt wel een uitzondering voor de vervolging voor valsheid in geschrifte. Op basis van een ‘behoorlijk vervolgingsbeleid’ is bijvoorbeeld een aparte vervolging voor het opstellen van een aan een onjuiste aangifte ten grondslag liggende valse factuur niet mogelijk.

Boetes bij het verzwijgen van inkomen

Als de Belastingdienst ontdekt dat er sprake is van verzwegen vermogen in box 3 zoals buitenlands spaargeld, kan hij een boete opleggen. De boete bestaat uit een percentage van de niet-betaalde belasting. De hoogte hiervan bedraagt:

  • 75% bij grove schuld;
  • 150% bij opzet;
  • 300% bij ernstige fraude of recidive.

De boetes over verzwegen inkomsten in box 1 of 2 of een verzwegen erfenis zijn lager. De hoogte van de boete bedraagt:

  • 25% bij grove schuld;
  • 50% bij opzet;
  • 100% bij ernstige fraude of recidive.

De belastingontduiker kan naast de boete ook strafrechtelijk worden vervolgd voor belastingontduiking.

Geen witwasonderzoek

De staatssecretaris van Financiën heeft aangegeven dat informatie die ten behoeve van de inkeerregeling is verkregen geen aanleiding mag vormen voor een witwasonderzoek. Dit is anders als uit andere informatie blijkt dat de herkomst van het geld crimineel is, anders dan door het belastingdelict. In de praktijk blijkt dit, weliswaar zeer incidenteel, toch voor te komen.

Een financieel of fiscaal adviseur die een advies geeft over een constructie om belasting te ontwijken, kan vanwege zijn bijdrage vervolgd worden voor de onjuiste aangifte van zijn klant. Het is zelfs zo dat een adviseur het verwijt kan krijgen dat er niet is voldaan aan de informatieverplichtingen. Hiervoor is wel vereist dat hij daartoe mede (voorwaardelijk) opzet had en een bijdrage heeft geleverd aan de overtreding.

Dit geldt zelfs ook als de fiscale dienstverlener bij de uitvoering van zijn advies op geen enkele wijze (meer) is betrokken. Het Openbaar Ministerie kan uiteindelijk zelfs besluiten om alleen de adviseur te vervolgen en dus niet de belastingplichtige.

Suppletieaangifte voor de BTW is ook inkeren

Voor de BTW is er sinds 1 januari 2012 al sprake van een verplichte inkeer. De belastingplichtige is namelijk vanaf die datum verplicht om te suppleren. Het niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven wijze inkeren levert ook een beboetbaar feit op.

Bent u op tijd met inkeren dan kan er geen vergrijpboete aan u worden opgelegd. U krijgt ook geen verzuimboete opgelegd als de te betalen BTW minder dan € 20.000 bedraagt of minder dan 10% van de reeds betaalde belasting. De termijn voor het indienen van een suppletieaangifte is vijf jaar.



Meer informatie over contact met de Belastingdienst vindt u in de toolbox Zo onderhoudt u een goed contact met de Belastingdienst.