VERDIEPINGSARTIKEL

NOW: stand van zaken

Langzaam maar zeker verbeteren de vooruitzichten, maar vooralsnog is het voor een deel van het bedrijfsleven noodzakelijk om van overheidssteun gebruik te maken. De tranches van de NOW helpen organisaties het hoofd boven water te houden, al valt het nog niet mee om de ontwikkelingen rond de loonsubsidieregeling bij te houden. Het coronakabinet heeft al verschillende keren wijzigingen in de regeling doorgevoerd.


8 april 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Heeft u een beroep gedaan op één van de tranches van de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) of bent u nog van plan om een subsidieaanvraag in te dienen, dan moet u een bepaalde mate van onzekerheid voor lief nemen. De subsidiepercentages zijn tussentijds verlaagd én verhoogd en ook de aanvraagdata zijn diverse keren opgeschoven. De veranderingen waren nodig vanwege aanpassingen in het coronabeleid van het kabinet en om de instanties genoeg ruimte te geven voor de uitvoering van de steunmaatregelen.

Vergoeding loonkosten

De NOW biedt een werkgever een vergoeding voor de betaling van loonkosten als hij veel omzetverlies heeft geleden in coronatijd. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de compensatie. De regeling werd aan het begin van de coronacrisis opgestart als vervanger van de regeling werktijdverkorting. Inmiddels zijn er al vier tranches geweest om (een voorschot op) de subsidie aan te vragen.

De vijfde en vooralsnog laatste tranche – voor de maanden april, mei en juni 2021 – begint in mei. U kunt dan weer een voorschot van 80% op het subsidiebedrag aanvragen bij UWV en op een later moment een verzoek doen voor definitieve vaststelling van de subsidie. Vanwege de verlenging van de overheidsmaatregelen is niet uit te sluiten dat er nog meer wijzigingen volgen in de NOW, al is de eerder aangekondigde versobering van de vijfde tranche van de subsidieregeling al teruggedraaid.

Vijfde tranche NOW

Een aanvraag voor een voorschot op het subsidiebedrag is in de vijfde tranche mogelijk vanaf 17 mei 2021. Op 13 juni 2021 sluit het loket van UWV weer. Pas in 2022 volgt de berekening van het definitieve subsidiebedrag. Door de teruggedraaide versobering gelden in de vijfde tranche dezelfde percentages als in de vierde tranche, waarin u voor de maanden januari, februari en maart 2021 subsidie kon krijgen:

  • Uw organisatie verwacht een omzetverlies van minimaal 20%. Blijkt achteraf dat het percentage lager was dan 20%, dan moet uw organisatie het volledige subsidiebedrag terugbetalen.
  • De maximale tegemoetkoming in de loonsom bedraagt 85%. Dat percentage geldt bij een omzetverlies van 100%. Bij een lager percentage omzetverlies geldt een evenredig lager percentage voor de tegemoetkoming.
  • De opslag voor de aanvullende werkgeverslasten bedraagt 40%.
  • Het maximaal te vergoeden loon per werknemer blijft gebaseerd op tweemaal het dagloon: € 9.718.
  • De loonsom mag in de subsidiemaanden met maximaal 10% dalen ten opzichte van de loonsom in juni 2020 (de referentiemaand), zonder dat dit leidt tot een verlaging van het definitieve subsidiebedrag.

De periode van de drie kalendermaanden waarover de omzetdaling wordt vastgesteld, vangt aan op 1 april, 1 mei of 1 juni 2021. Heeft u in de vorige tranche ook subsidie ontvangen, dan moet de periode van de vijfde tranche hierop aansluiten. Het voorschot wordt verspreid over drie betalingen in drie maanden tijd.

Inspanningsverplichtingen NOW

De verplichtingen waar subsidieaanvragers in de derde en vierde tranche aan gebonden waren, zijn ook van toepassing in de vijfde tranche. U heeft bijvoorbeeld de inspanningsverplichting om werknemers(vertegenwoordigers) te informeren over de subsidieaanvraag, om werknemers te stimuleren deel te nemen aan een ontwikkeladvies of scholing en om bij te dragen aan de begeleiding naar ander werk voor werknemers van wie de arbeidsovereenkomst ten einde komt.

Dient u een ontslagverzoek in om bedrijfseconomische redenen, dan moet u binnen de subsidieperiode contact opnemen met UWV voor ondersteuning bij de begeleiding naar ander werk. Blijft uw melding achterwege, dan kort UWV het subsidiebedrag met 5%.

Accountants

De data van de aanvraagtijdvakken voor de definitieve subsidievaststelling zijn aangepast en vereenvoudigd. De data zijn verschoven om accountants meer tijd te geven voor hun controle van NOW-aanvragen. Bij een voorschot van € 100.000 of meer of een definitief subsidiebedrag van € 125.000 of meer, is een accountantsverklaring nodig en de accountancysector heeft daar de handen vol aan.

Voor werkgevers die geen accountantsverklaring nodig hadden, gold een korter aanvraagtijdvak voor de definitieve subsidievaststelling. Dat heeft demissionair minister Koolmees van SZW nu ook veranderd: voortaan is er één einddatum voor de aanvraag, of uw organisatie nou een verklaring nodig heeft of niet. Zet de voor u relevante data in de agenda:

  • NOW 1 (eerste tranche): 7 oktober 2020 tot en met 31 oktober 2021;
  • NOW 2 (tweede tranche): 15 maart 2021 tot en met 5 januari 2022;
  • NOW 3.1 (derde tranche): 4 oktober 2021 tot en met 26 juni 2022;
  • NOW 3.2 (vierde tranche): 31 januari 2022 tot en met 23 oktober 2022;
  • NOW 3.3 (vijfde tranche): 31 januari 2022 tot en met 23 oktober 2022.

Definitieve subsidievaststelling

Bij de definitieve subsidievaststelling kan blijken dat het voorschot van uw organisatie op een te hoog omzetverliespercentage is gebaseerd of dat de loonsom (te veel) gedaald is en u daarom mogelijk een deel moet terugbetalen.

Deze financiële tegenvaller is geen bijzonderheid: bij een analyse van de aanvragen die tot eind februari 2021 waren verwerkt voor de subsidievaststelling van de NOW 1.0, bleek dat er in ongeveer twee derde van de gevallen NOW-subsidie moest worden terugbetaald. Daar was bijna € 300 miljoen mee gemoeid.

Een terugvordering kan ook nodig zijn vanwege een overtreding

Een terugvordering kan ook nodig zijn vanwege een overtreding, zoals het manipuleren van de omzetcijfers of de loonsom. UWV ontving in 2020 over meer dan 1.100 werkgevers een signaal van mogelijke overtreding. In 24 gevallen werd zelfs een strafrechtelijk onderzoek opgestart. Daar zit u niet op te wachten!

Leidt het terugbetalen van de subsidie tot problemen, dan kunt u contact opnemen met UWV voor een terugbetalingsregeling. UWV is coulant bij het vaststellen van de terugbetalingstermijnen.

NOW-regelingen vragen om miljarden euro’s van overheid

Begin maart ontving de Tweede Kamer van het demissionaire kabinet een overzicht van gegevens over de NOW-aanvragers. Het aanvraagtijdvak van de vierde tranche was toen nog niet gesloten. Ook in deze tranche was het aantal aanvragen het hoogst in de sector horeca en catering, die veel last had van de lockdown. De sector had met 78% bovendien het grootste gemiddelde aangegeven omzetverlies.

 

Daarnaast maakten de sectoren detailhandel en overige commerciële dienstverlening veel gebruik van de subsidieregeling. Door sommige andere sectoren – zoals het onderwijs, de overheid en het bank- en verzekeringswezen – werden amper aanvragen gedaan. Bijna de helft van het geld voor de eerste voorschotverstrekking ging naar organisaties met maximaal 50 werknemers.

 

In vergelijking met het begin van de coronacrisis heeft de NOW aan populariteit verloren. De overheid was bijna € 10 miljard kwijt aan de NOW 1.0, waarvoor de voorwaarden minder strikt waren. Zo’n 140.000 organisaties kregen toen een voorschot uitbetaald. In de derde tranche ging het nog ‘slechts’ om € 4 miljard en ook het bedrag van de vierde tranche was veel lager dan bij de eerste tranche.

 

Register

Als u de NOW-subsidie aanvraagt, accepteert u dat UWV een aantal gegevens over de aanvraag zal publiceren in een openbaar register. Inmiddels heeft het instituut voor de eerste drie tranches een register met gegevens over ontvangen voorschotten gepubliceerd. U vindt dit op uwv.nl.

 

Met het openbaar maken van de gegevens wil de overheid zo transparant mogelijk zijn over de besteding van publiek geld. In het register ziet u de bedrijfsnaam, de vestigingsplaats, het verstrekte voorschotbedrag en (op termijn) het definitieve subsidiebedrag.