VERDIEPINGSARTIKEL

Verbod op religieuze symbolen onder het mom van neutraliteitsbeleid

8 oktober 2021 4 minuten Door redactie

Als je als werkgever overweegt om religieuze symbolen – zoals een hoofddoek of een ketting met een kruis – op de werkvloer te verbieden, krijg je te maken met de vrijheid van godsdienstuiting. Discriminatie mag in principe niet, maar het maken van indirect onderscheid is soms wel toegestaan. Onder welke voorwaarden is een verbod op bepaalde politieke of religieuze uitingen op het werk toelaatbaar?


Dit verdiepingsartikel is geschreven door Suzanne Meijers, arbeidsrechtadvocaat en auteur van het boek: ‘Geen gedoe met personeel, arbeidsrecht voor ondernemers’, www.suzannemeijersarbeidsrecht.nl


In 2017 oordeelde het Europese Hof van Justitie (hierna ‘het Hof’) in de zaak Achbita/G4S Secure Solutions dat een verbod op het dragen van een hoofddoek onder voorwaarden mag. Een verbod is toegestaan als het verbod geldt voor alle uitingen van politieke, levens- en geloofsovertuigingen. Ook mag je als werkgever met de verplichting voor werknemers zich neutraal te kleden geen onderscheid maken: je moet alle werknemers op dezelfde wijze behandelen.

Gerechtvaardigd onderscheid

Het Hof heeft zich onlangs weer over hetzelfde onderwerp uitgelaten (15 juli 2021, ECLI (verkort): 594). Twee werkneemsters van de Duitse werkgevers WABE en Müller besloten op enig moment een hoofddoek te gaan dragen. Beiden wei