VERDIEPINGSARTIKEL

De voorwaarden voor een ‘zakelijke’ lening

Het leven van een dga gaat niet over rozen. U ploetert door, maar het resultaat is niet altijd terug te zien in uw persoonlijke banksaldo. Uw geld zit in de bv. Dat is nuttig als u moet investeren én fiscaal gunstig, maar soms hebt u het geld ook gewoon zelf nodig. Bijvoorbeeld om een huis te kopen, of voor een familielid. In zulke gevallen kan uw bv een lening verstrekken. Om onwelkome belastingaanslagen te voorkomen moet de lening ‘zakelijk’ zijn. Maar wat maakt een lening zakelijk?


2 mei 2019 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online en Bert van Mieghem, advocaat bij Wybenga Advocaten, e-mail: vanmieghem@ wybenga-advocaten.nl.


De eerste voorwaarde is even essentieel als simpel: zorg voor een schriftelijke overeenkomst. Het ziet er altijd wat merkwaardig uit om onderaan een overeenkomst twee keer dezelfde handtekening te zetten, maar het is wel nodig. Maak er een serieus document van, waarin u de volledige partijen vermeldt (uzelf en de bv), het bedrag van de lening, de rente, de looptijd, de gestelde zekerheden, enzovoorts. Zorg dat het er allemaal net zo uitziet als wanneer u geld zou lenen bij de bank. Dat gaat niet op de achterkant van een bierviltje en u spreekt met de bank ook niet af dat alles ooit nog wel eens uitgewerkt wordt als de Belastingdienst ernaar zou vragen.

Rente op spaarrekening

Een tweede logische voorwaarde is dat er zekerheid wordt gesteld. Als u de lening gebruikt om een auto te kopen, ligt het voor de hand om een pandrecht te vestigen op de auto. Dat zou uw bv ook doen als de lening werd verstrekt aan een willekeurige derde. Heeft u die twee logische voorwaarden afgevinkt, dan bent u toe aan het onderdeel waarover de meeste discussie ontstaat, namelijk de hoogte van de rente. Volgens vaste rechtspraak is een ‘zakelijke rente’ het percentage dat uw bv normaal gesproken ook elders als particuliere belegger kan binnenhalen. Vroeger was dat een bruikbaar handvat, maar tegenwoordig is de rente op zakelijke spaarrekeningen eerder rond de 0%.

Lenen aan een willekeurige derde

Dat is natuurlijk wel een plezierig percentage voor leningen van uw bv, maar de Belastingdienst accepteert het niet. Dat heeft iets onredelijks, want de marktrente is nu eenmaal zo laag. Aan de andere kant moet u zich afvragen of uw bv ook aan een willekeurige derde geld zou uitlenen tegen 0% rente. Waarschijnlijk niet. Er is altijd een risico en het kost tijd en gedoe om een overeenkomst in orde te maken en de bijschrijving van de termijnen in de gaten te houden. Als daar geen enkele opbrengst tegenover staat, is het voor uw bv niet de moeite waard. Dat wordt anders als de marktrente – in een extreem voorbeeld – 5% negatief is. In dat geval zou het zakelijk kunnen zijn om geld uit te lenen tegen 0%. Aan derden, maar ook aan u zelf. Wat een zakelijke rente is, hangt af van de rente in de markt, maar ook van de zekerheden die uw bv krijgt en de afspraken over aflossing. De Belastingdienst probeert u bij het bepalen van een zakelijke rente een beetje op weg te helpen door te verwijzen naar rentepercentages die u als basis kunt nemen voor een variabele rente.

Risico-opslag op rentepercentage

Daarmee wordt het echter niet makkelijker en ook niet leuker. Het wordt alleen maar ingewikkelder. Het gaat hierbij om het zogenoemde T-rendement en het U-rendement. Dit zijn rendementen gebaseerd op staatsobligaties. Het is nogal een speurtocht om een concreet percentage te vinden. U moet het gemiddelde nemen van het U- en het T-rendement. Voor dit jaar zou u uitkomen op circa 0,5%. Dat is een lekker lage rente, maar daarmee bent u er niet. De fiscus verlangt namelijk een opslag op dit rentepercentage vanwege de risico’s.

Lening met variabele rente

Het percentage van 0,5% is gebaseerd op staatsobligaties. Die brengen meestal niet zo veel op, maar de kans dat de inleg terugkomt is heel groot. De aanname is dat u als dga wat minder solvabel bent dan de Nederlandse Staat. Vandaar dus die risico-opslag. De vraag is vervolgens hoe hoog de risico-opslag moet zijn. Daarover is de Belastingdienst niet echt duidelijk. U moet van de Belastingdienst een rentetarief kiezen ‘dat particuliere beleggers krijgen’. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan want die rendementen verschillen nogal. Het ligt er maar net aan welke rentegevende belegging de particulier uitkiest. Sommigen willen een veiligere investering die daarom ook minder rente oplevert. Andere beleggers durven het aan om in een lening van een wat financieel minder onkreukbaar land of bedrijf te stappen en die strijken meer rente op. Kortom: met dit soort instructies van de Belastingdienst kan niemand iets. Als u de aanwijzingen zou volgen, zou u bovendien ieder jaar de hoogte van de U- en T-rendementen moeten opzoeken en die twee getallen middelen. Deze methode is ook alleen geschikt voor een lening met een variabele rente. En qua gemak heeft u waarschijnlijk liever een vast percentage voor de volledige looptijd.

Pandrecht op financiering

In de rechtspraak zijn wel aanwijzingen te vinden voor een bovengrens van een zakelijke rente. Het gerechtshof in Den Haag deed recent uitspraak in een zaak van een dga die meer dan een half miljoen van zijn bv geleend had. Daarover werd in de meeste jaren wel een beetje rente betaald (ongeveer 3%), maar als het de dga even tegenzat, betaalde hij een jaar geen rente. Afspraken over de looptijd of over aflossing waren er niet en de bv kreeg ook geen enkele zekerheid (pandrecht of hypotheek). Dat werd de Belastingdienst te gortig. In zo’n situatie is een rente van 3% niet zakelijk. De Belastingdienst stelde 7% voor (met terugwerkende kracht) en daar ging de rechter mee akkoord. Dit leidde tot een forse navorderingsaanslag.

Strak aflossingsschema

U maakt het de Belastingdienst wel heel makkelijk als u geen afspraken vastlegt over aflossing, looptijd en zekerheden. In dat geval zit u al snel op een ‘zakelijk percentage’ van 7%. Of zelfs nog hoger, als de risico’s voor uw bv groot zijn. Wilt u een lager percentage gebruiken, dan moet u dat verantwoorden door reële zekerheden te verschaffen en te werken met een strak aflossingsschema. Als u dan ook nog kunt laten zien dat uw bv op de zakelijke spaarrekening maar 0% zou hebben gekregen (of zelfs een negatieve rente!) heeft u een goed verhaal.

De rekening-courantverhouding met uw bv is iets anders dan een lening.

De rekening-courantverhouding met uw bv is iets anders dan een lening. U hoeft daarvoor geen rente te betalen zolang het gaat om een totale rekening-courantschuld aan uw bv van maximaal € 17.500. Als u boven dat bedrag uitkomt, moet u wel rente betalen en dan meteen over het hele bedrag. Het moet bovendien gaan om ‘echte’ rekening-courantbetalingen.

Strenge aanpak Belastingdienst

Dit laatste wil zeggen dat uw bv even iets voorschiet. Een jarenlange lening is gewoon een lening, ook als daar het etiket ‘rekening-courant’ op geplakt wordt en het een bedrag van minder dan € 17.500 is. Het is altijd oppassen met waarschuwingen dat de Belastingdienst bepaalde zaken ‘nu echt streng gaat aanpakken’. De Belastingdienst zal nooit het tegendeel beweren en de vraag is wat er terechtkomt van zo’n strenge aanpak. Toch lijkt het erop dat er tegenwoordig kritischer gekeken wordt naar onzakelijke leningen en het torenhoog laten oplopen van de rekening-courantstand. Daar moet op een gegeven moment over afgerekend worden en dat moment komt nooit goed uit.

Geen lening maar belaste winstuitdeling

Als een lening onzakelijk is, kan de Belastingdienst de lening zien als een uitbetaling aan u. Dan heeft u dus inkomsten genoten, waarover inkomstenbelasting betaald moet worden. Op zakelijke voorwaarden lenen is dus ook in uw belang. Er is helaas geen vaststaande tabel waarin u even snel kunt opzoeken wat de gangbare rente is bij een looptijd van x, zekerheid van y en een vaste aflossing van z. U moet het zoeken in een goede onderbouwing van het percentage en boerenverstand. Als het percentage en de risico-opslag op een lening wel heel mager lijken, dan zíjn ze dat waarschijnlijk ook in de ogen van de Belastingdienst.