VERDIEPINGSARTIKEL

Toekomst van de toeslagen

Het toeslagenstelsel ligt al een hele tijd flink onder vuur. Vooral de kinderopvangtoeslag heeft het flink te verduren gehad. Het systeem van het verstrekken van voorschotten en dat er achteraf terugbetaald moet gaan worden leidt vooral voor mensen met een laag inkomen tot hele vervelende situaties. Als de Belastingdienst ook nog denkt dat er fraude is gepleegd (terwijl daar geen sprake van is) dan heb je de poppen aan het dansen. Tijd dus voor een hele grondige opknapbeurt!


22 mei 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Als belastingplichtige kunt u recht hebben op 4 inkomensafhankelijke toeslagen: de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget. Iedere toeslag kent zijn eigen wet en daarin staat geregeld wie onder welke voorwaarden aanspraak kan maken op de toeslag en voor welk bedrag.

De algemene regels voor toeslagen zijn te vinden in de Algemene Wet inkomensafhankelijke Regelingen. Het recht op een inkomensafhankelijke toeslag is mede afhankelijk van de draagkracht van u en uw partner.

Voor de bepaling van de draagkracht voor de toepassing van zo’n regeling wordt aangesloten bij het toetsinkomen van het jaar waarop de toeslag betrekking heeft (het berekeningsjaar).

Schating inkomen

Omdat in de praktijk velen een voorschot vragen/krijgen op de toeslag, is een schatting van het toetsinkomen nodig. De Belastingdienst gaat daarbij uit van de door u geschatte gegevens over uw inkomen en vermogen.

Voor het vermogen moet u daarbij kijken naar de hoogte van uw box3-inkomen. Uitgangspunt bij de beoordeling is de aanslag IB. De Belastingdienst gaat in principe uit van die gegevens.

Een ander belangrijk begrip voor de toeslagen is het belastbaar loon in de zin van de Wet op de LB. Naast het belastlaar loon kijkt de Belastingdienst Toeslagen ook naar uw buitenlands inkomen. Dit is het inkomen dat geen deel uitmaakt van het verzamel-inkomen omdat het is vrijgesteld of de heffingsbevoegdheid van het inkomen niet is toegewezen aan Nederland.

Partner

Net als voor de belastingen is het ook voor de toeslagen van groot belang of u een partner heeft. Het partnerbegrip voor de toeslagen sluit in principe aan bij de definitie in de AWR.

Een aanvraag voor zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget kunt u eenmalig tot 1 september van het jaar volgende op het berekeningsjaar digitaal aanvragen met Mijn toeslagen op de website Belastingdienst Toeslagen. Kinderopvangtoeslag moet u aanvragen binnen 3 maanden nadat u er recht op krijgt.

Teveel terugbetalen

Het stelsel zoals het nu werkt leidt ertoe dat mensen met een laag inkomen hoge voorschotten krijgen. Als dan bij de controle achteraf van het inkomen blijkt dat mensen te veel aan toeslag hebben ontvangen moeten ze dit natuurlijk terugbetalen. Dat terugbetalen kunnen ze dan echter vaak niet meer vanwege hun lage inkomen, met invorderingsmaatregelen van de Belastingdienst tot gevolg.

Afschaffing van toeslagen

Als alle toeslagen afgeschaft zouden worden laat een doorrekening hiervan zien dat het inkomen van de mensen met een laag inkomen flink zal dalen. Hun inkomen bestaat namelijk nu voor een aanzienlijk deel (tot meer dan 20%) uit toeslagen. Het afschaffen van alle toeslagen levert ongeveer € 15,5 miljard op, die voor lastenverlichting gebruikt kan worden. De inkomensachteruitgang is vooral voor de laagste inkomensgroepen dus zeer groot.

Zorgvuldigheid voor snelheid

Jaarlijks komen naar schatting 300.000 terugvorderingen van toeslagen in de fase van dwanginvordering. Maar ook laten bijvoorbeeld 250.000 huishoudens een volledige zorgtoeslag liggen.

Het kabinet wil dan ook dat de mensen meteen weten wat ze aan inkomenssteun ontvangen en niet pas achteraf. Zorgvuldigheid moet voor snelheid gaan.

Eenvoudiger toeslagenstelsel 

Er zijn 2 ambtenarenwerkgroepen aan de gang gegaan om te kijken naar hoe het toeslagenstelsel eenvoudiger kan. Die eenvoud moet ervoor zorgen dat chaossituaties zoals die rondom de kinderopvangtoeslag niet meer voor gaan komen. Voor alle 4 de toeslagen hebben zij alternatieven bedacht.

Kinderopvangtoeslag

Voor de kinderopvangtoeslag wil het kabinet dat er een landelijke kinderopvangvoorziening komt die door de overheid wordt gefinancierd met daarbij eventueel een eigen bijdrage van de ouders per opvanguur van een kind inkomensafhankelijk.

Zorgtoeslag

Er zijn voor de zorgtoeslag 2 alternatieven aangedragen door de werkgroepen. Het eerste is dat de zorgtoeslag inkomensonafhankelijk wordt en er een vaste tegemoetkoming komt voor alle mensen (gecompenseerd uit een hogere IB). Er zijn zo geen terugvorderingen en nabetalingen meer voor de zorgtoeslag.

Het tweede alternatief is het afschaffen van de zorgtoeslag en dan het wettelijk minimumloon verhogen met 16%. Deze verhoging moet dan het gemis aan zorgtoeslag compenseren.

Kindgebonden budget

Het kindgebonden budget moet volgens de werkgroepen samengevoegd worden met de kinderbijslag en vervalt dan dus. Het bedrag aan te ontvangen kinderbijslag moet hierbij omhooggaan of moet gecompenseerd worden via de IB.

Huurtoeslag

En tenslotte de huurtoeslag. Ook hiervoor zijn door de werkgroepen 2 alternatieven gepresenteerd.

Het eerste alternatief houdt in dat de huurtoeslag voor bewoners van corporatiewoningen wordt afgeschaft. Woningcorporaties moeten de huren voor de laagste inkomens betaalbaar houden. Zij krijgen het bedrag van de uitsparing van de huurtoeslag als subsidie uitgekeerd ter compensatie voor het betaalbaar houden.

Als tweede is voorgesteld om een normhuur te gaan hanteren voor de huurtoeslag. Het gaat hier dan om een minimumhuur die ieder inkomen moet kunnen betalen.

Op korte termijn volgt er een uitbreiding van de bestaande hardheidsclausule/regeling. Ook zal er meer in de dienstverlening worden geïnvesteerd om probleemgevallen eerder in beeld te hebben.

Spoedwetsvoorstel ouders en toeslagen met hardheidsregeling

Het kabinet heeft een spoedwetsvoorstel naar de Raad van State gestuurd voor advies. In het wetsvoorstel worden een aantal zaken geregeld die nodig zijn om over te kunnen gaan tot herstel en tegemoetkoming van de ouders die onterecht hun kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen.

Met deze wet is het mogelijk om de ouders, die meer dan 5 jaar geleden geconfronteerd zijn met de hardheid van het systeem, het bedrag te laten ontvangen dat ze volgens de nieuwe jurisprudentie toen onterecht hebben moeten terugbetalen, de zogenoemde hardheidsregeling.

Daarnaast is er ook in opgenomen om de hardheidsclausule in te laten gaan als er zich in de toekomst situaties voordoen waarbij de uitvoering van wet- en regelgeving op het gebied van toeslagen tot niet voorziene en ongewenste gevolgen leidt. Zo wordt voorkomen dat wat in het verleden mis is gegaan in de toekomst nog een keer kan gebeuren.

Een ander punt is het instellen van een vangnetbepaling. Die is bedoeld voor getroffen ouders die in zeer schrijnende situaties zitten en waarbij de overige regelingen onvoldoende hulp bieden.

Het wetsvoorstel zou in juli 2020 in werking moeten treden.

Daarnaast komen er verschillende maatregelen voor de zorgtoeslag om ervoor te zorgen dat er minder toeslagen worden teruggevorderd. Zo zijn er bijvoorbeeld geen eisen meer gesteld aan de verzekerdheid van de partner. Ook onderzoekt het kabinet hoe het niet-gebruik van toeslagen door belastingplichtigen verder kan worden tegengegaan.

Verbetering uitvoerbaarheid

Op Prinsjesdag 2020 zal er een aanvullend wetsvoorstel worden ingediend met daarin maatregelen opgenomen die tot verbetering van de uitvoerbaarheid van de diverse toeslagen zullen moeten leiden.

Wie is het kind voor de toeslagen?

Voor de toeslagen is een kind een bloedverwant of aanverwant in neergaande lijn van u of uw partner, die in belangrijke mate wordt onderhouden door u of uw toeslagpartner en op hetzelfde woonadres als u staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen.

Van belang is dat de drukkende kosten op u de ouders minstens € 425 per kwartaal moeten bedragen. U voldoet volgens de wet aan deze eis als u of uw partner voor het kind recht heeft op kinderbijslag op grond van de Algemene Wet Kinderbijslag (AKW) of een tegemoetkoming ontvangt die naar aard en strekking een met de AKW overeenkomende buitenlandse regeling is.