VERDIEPINGSARTIKEL

De praktijk van inlenersaansprakelijkheid voor uw onderneming

Bij het inlenen van arbeidskrachten kan de Belastingdienst bij uw onderneming aankloppen als de uitlener de voor die krachten verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet niet afdraagt. Er zijn echter mogelijkheden om uw inlenersaansprakelijkheid te beperken!


18 maart 2019 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Lotte van Rees, freelance specialist loonheffing en voormalig hoofdredacteur van Salaris Rendement


Inlenersaansprakelijkheid speelt bij het inlenen van personeel. Daarvan is sprake als u werknemers van een uitlenende onderneming – zoals een uitzend- of detacheringsbureau – inhuurt en uw organisatie de leiding of het toezicht over hen heeft. De uitlener stelt zijn werknemers – die gewoon bij hem in dienst blijven – dus ter beschikking aan u als inlener.

Misbruik tegengaan

De Belastingdienst kan uw onderneming als inlener hoofdelijk aansprakelijk stellen als de uitlener niet aan zijn afdrachtverplichtingen rond de loonheffingen (en BTW) voldoet voor de door u ingeleende arbeidskrachten. Dat geldt ook als uw organisatie hen doorleent aan een andere partij. Deze aansprakelijkheidsvorm is in het leven geroepen om misbruik van inleenconstructies tegen te gaan. Inlener en doorlener(s) kunnen aansprakelijk worden gesteld voor de loonheffingen (en BTW) die elke voorgaande doorlener in die keten of de uitlener onterecht niet heeft afgedragen. Hierbij wordt in principe eerst de eerstvolgende doorlener aansprakelijk gesteld voordat de fiscus bij de volgende doorlener of (uiteindelijk) bij de inlener aanklopt. De Belastingdienst kan u ook aansprakelijk stellen als de uitlener de loonheffingen (en BTW) niet afdraagt en u als (onder)aannemer zijn personeel inleent. Hiervoor kan ook bij elke volgende (onder)aannemer in die keten worden aangeklopt, maar dan op grond van de ketenaansprakelijkheid.

Ruimere aansprakelijkheid voor loon

Een paar jaar geleden is de toenmalige inlenersaansprakelijkheid voor loon vervangen door de ketenaansprakelijkheid voor loon, door de inwerkingtreding van de Wet aanpak schijnconstructies (WAS). Hiermee is de aansprakelijkheid verruimd van het voor uitzendkrachten geldende minimum aan loon en vakantiebijslag naar het loon waar iedere werknemer binnen een keten van opdrachtgevers en opdrachtnemers – waaronder dus uitzendkrachten – recht op heeft. Als de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst daar recht op geeft, kan het hierbij dus gaan om een hoger bedrag dan het wettelijk minimum.

Bezwaar en beroep

De fiscus kan eventuele invorderingsrente en kosten van naheffingsaanslagen loonheffingen (en BTW) alleen bij uw onderneming opeisen als ze aan u als inlener (of doorlener) zijn te wijten. Als de Belastingdienst uw onderneming als inlener (of doorlener) aansprakelijk stelt voor loonheffingen (of BTW) waarvoor de uitlener (of doorlener) is aangeslagen, ontvangt u een beschikking. Als u het niet eens bent met de aansprakelijkstelling, kunt u bezwaar indienen bij de fiscus. Dit moet schriftelijk gebeuren binnen zes weken na dagtekening van de beschikking, onder vermelding van het bestreden bedrag en de motivering. U kunt hiervoor desgewenst informatie opvragen over de aanslag op grond waarvan uw organisatie aansprakelijk is gesteld. Wijst de fiscus uw bezwaarschrift af, dan kunt u vervolgens in beroep bij de rechtbank, in hoger beroep bij het gerechtshof en tot slot in cassatie bij de Hoge Raad.

Aansprakelijkheidsrisico beperken

Als inlener (of doorlener) heeft u mogelijkheden om uw aansprakelijkheidsrisico te beperken. Sowieso moet u goed kijken met welke uitlenende partij u in zee gaat. Daarmee kunt u vaak al voorkomen dat het tot aansprakelijkstelling komt. Overigens geldt dat als het aan geen van de partijen is te wijten dat de loonheffingen (en BTW) niet zijn betaald – zoals bij een calamiteit – een beroep kan worden gedaan op de zogenoemde disculpatieregeling. De Belastingdienst oordeelt hierover aan de hand van de feitelijke situatie. Uitleners van arbeidskrachten moeten zich als zodanig registreren in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK). Via de website kvk.nl kunt u een zogenoemde WAADI-check (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) doen, om te controleren of dat voor de door u uitgekozen partij het geval is. Zakendoen met een niet geregistreerde partij kan u een flinke boete opleveren!

Verklaring betalingsgedrag

Verder kunt u de uitlener (of doorlener) om een verklaring inzake het betalingsgedrag vragen. In zo’n verklaring betalingsgedrag laat de Belastingdienst weten dat de uitlener zijn loonheffingen (en BTW) heeft voldaan zoals bekend op het moment van afgifte van de verklaring. De uitlener moet die verklaring zelf schriftelijk aanvragen. Via de verklaring krijgt u een idee van het aansprakelijkheidsrisico dat uw organisatie loopt door met hem samen te werken. Zorg er sowieso voor dat u de gegevens van de ingeleende arbeidskrachten goed vastlegt, wat zij verdienen en wat de bijbehorende loonheffingen zijn. Ook al neemt de Belastingdienst de administratie van de uitlener als uitgangspunt, als het nodig is, wordt ook de administratie van de inlener gebruikt. Als die administratie (ook) niet op orde is, maakt de fiscus een schatting van het loonbedrag en de loonheffingen. Een goede administratie is ook van belang als de Belastingdienst de loonheffingen bij de uitlener berekent volgens het anoniementarief omdat er iets aan zijn administratie mankeert. Heeft u dit wel op orde dan kunt u de fiscus vragen om uw aansprakelijkheid voor het anoniementarief te matigen.

Geblokkeerde rekening: g-rekening

U kunt ook het deel van de factuur van de uitlener (of doorlener) dat bestemd is voor de loonheffingen (en BTW) storten op zijn eventuele geblokkeerde rekening (g-rekening). De uitlener kan het geld op die rekening alleen gebruiken om loonheffingen (en BTW) van te betalen aan de fiscus of een bedrag op een andere g-rekening te storten.

Let op bij storten op g-rekening als uitlener financiële problemen heeft

Voor het door u op zo’n g-rekening gestorte bedrag is uw organisatie onder voorwaarden gevrijwaard van aansprakelijkheid, tenzij u redelijkerwijs kunt vermoeden dat de uitlener dat geld niet zal gebruiken voor de betaling van loonheffingen (en BTW). Let hierbij op als de uitlener financiële problemen heeft. Stort u geld op zijn g-rekening terwijl hij failliet is verklaard of in een schuldsaneringsregeling zit, dan valt dat bedrag namelijk onder de (faillissements) boedel. Er is dan geen sprake meer van een vrijwarende betaling, zodat de Belastingdienst uw onderneming alsnog aansprakelijk kan stellen voor de nog verschuldigde loonheffingen (en BTW)!

Rechtstreeks storten

Het is van belang om het juiste bedrag op de g-rekening te storten. Maakt u te weinig over, dan blijft u namelijk aansprakelijk voor het restant. Op een te hoge storting zit de uitlener niet te wachten, omdat hij de fiscus eerst om deblokkering moet verzoeken om vrij over het bovenmatige bedrag op zijn g-rekening te kunnen beschikken. Spreek dus van tevoren goed af welk bedrag u naar de g-rekening overmaakt. Het is sinds twee jaar niet meer mogelijk om rechtstreeks een deel van het factuurbedrag te storten bij de Belastingdienst.

Administratieve verplichtingen bij inlenen

Als uw onderneming personeel inleent, moet u de NAW-gegevens van de uitlener en zijn Kamer van Koophandel-nummer vastleggen. Van de ingeleende arbeidskrachten moet u de NAW-gegevens vastleggen, hun geboortedatum, BSN, nationaliteit, soort identiteitsbewijs inclusief het nummer en de geldigheidsduur ervan en een specificatie van de gewerkte uren. Bij het inlenen van personeel van een buitenlandse uitlener moet u extra gegevens vastleggen, zoals een kopie van de A1/E101-verklaring. Voor de vastlegging van de persoonsgegevens en de gewerkte uren kunt u de voorbeelden gebruiken die beschikbaar zijn op de website belastingdienst.nl. Let overigens op dat u de identiteit van ingeleend personeel op grond van een geldig en origineel identiteitsbewijs vaststelt, maar dat u daar géén kopie van bewaart in de administratie! Dat is namelijk in strijd met de privacywet omdat u die kopie als inlener niet nodig heeft.