VERDIEPINGSARTIKEL

De loonkostenvoordelen: voorwaarden en bedragen

De loonkostenvoordelen (LKV’s) zijn tegemoetkomingen per werknemer per uur die een organisatie kan krijgen voor het (opnieuw) in dienst nemen van een werknemer uit een bijzondere doelgroep. Het voordeel kan oplopen tot € 6.000 per werknemer per jaar, afhankelijk van in welke doelgroep de werknemer valt en hoeveel uren hij verloond krijgt.


19 juni 2020 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Zoë Wijnakker-Latten, voormalig hoofdredacteur Salaris Rendement, eigenaar tekstbureau DOEN, info@tekstbureaudoen.nl


Tot 1 januari 2018 bestonden de premiekortingen en premievrijstellingen. Vooral kleine werkgevers konden daarvan niet optimaal profiteren: zij betaalden niet genoeg premies werknemersverzekeringen om de volledige korting te kunnen toepassen.

Daarom zijn de premievrijstellingen per 1 januari 2018 afgeschaft en de premiekortingen vervangen door de loonkostenvoordelen (LKV’s) uit de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL).

Doelgroepen

Werkgevers kunnen een LKV ontvangen voor de volgende groepen werknemers:

  • uitkeringsgerechtigden van 56 jaar en ouder;
  • arbeidsgehandicapten;
  • herplaatste arbeidsgehandicapten;
  • werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Voor alle doelgroepen geldt dat de werkgever een doelgroepverklaring moet hebben om het voordeel te ontvangen, dat hij in de loonaangifte het juiste vinkje moet zetten en dat de werkgever niet eerder voor de werknemer de maximale duur van het LKV ontvangen heeft.

Bovendien mag het niet gaan om een dienstbetrekking die op grond van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) volledig gesubsidieerd is of een dienstbetrekking die valt onder zogenoemd beschut werk op grond van de Participatiewet.

Voorwaarden

De voorwaarden om het LKV voor een oudere werknemer te ontvangen, zijn:

  • De werknemer is verzekerd voor één of meer van de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer is 56 jaar of ouder, maar heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.
  • De werknemer was in de 6 maanden voordat hij in dienst kwam, niet bij dezelfde werkgever in dienst.
  • De werknemer had, in de maand voor hij in dienst kwam, recht op 1 van de volgende uitkeringen:
    • werkloosheidsuitkering (WW, IOW)
    • arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, Wet Wajong, Waz, Wamil)
    • inkomensondersteuning Wet Wajong
    • bijstandsuitkering (Participatiewet, IOAW, IOAZ)
    • uitkeringen uit de EU, de EER of Zwitserland die hetzelfde doel hebben als de bovenstaande Nederlandse uitkeringen

De voorwaarden om het LKV voor een arbeidsgehandicapte werknemer te ontvangen, zijn:

  • De werknemer is verzekerd voor één of meer van de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.
  • De werknemer was in de 6 maanden voor hij bij de werkgever in dienst kwam, niet bij deze werkgever in dienst.
  • De werknemer voldoet aan één van de volgende voorwaarden:
    • Hij had, in de maand voor hij in dienst kwam, recht op een WIA-uitkering of op een uitkering uit de EU, de EER of Zwitserland die hetzelfde doel heeft als de WIA-uitkering.
    • De werknemer had voor 1 januari 2006 recht op een WAO- of Waz-uitkering en was daarom arbeidsgehandicapt op grond van de Wet REA. En hij zou in de maand voordat hij bij de werkgever in dienst kwam, om dezelfde reden arbeidsgehandicapt in de zin van de Wet REA zijn geweest als de Wet REA niet was ingetrokken.
    • Hij komt bij de werkgever in dienst binnen 5 jaar na de dag waarop de wachttijd (of het tijdvak van de verlengde loondoorbetalingsverplichting) is geëindigd, en voldoet aan deze 2 voorwaarden:
      • UWV heeft in een arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat de werknemer op de 1e dag na afloop van de wachttijd van de WIA (of van het tijdvak van de verlengde loondoorbetalingsverplichting) voor minder dan 35% arbeidsongeschikt was en niet in staat zijn eigen of ander passend werk te doen bij de werkgever bij wie hij die dag nog in dienst was.
      • De werknemer was 11 weken voor het einde van de wachttijd van de WIA (of van het tijdvak van de verlengde loondoorbetalingsverplichting) nog in dienst bij dezelfde werkgever die hij had toen hij ziek werd.

Een herplaatste arbeidsgehandicapte mag in de 6 maanden voor de indiensttreding wél bij de werkgever in dienst geweest zijn. De maximale duur van het LKV is voor deze doelgroep korter.

De voorwaarden om het LKV voor de doelgroep van de banenafspraak en scholinsgbelemmerden te ontvangen, zijn:

  • De werknemer is verzekerd voor één of meer van de werknemersverzekeringen.
  • Hij heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.
  • Hij was in de 6 maanden voor hij in dienst kwam, niet bij dezelfde werkgever in dienst.
  • In de maand voor hij in dienst kwam, of op de eerste dag van de indiensttreding, voldoet hij aan 1 van de volgende voorwaarden:
    • Hij heeft recht op een uitkering of arbeidsondersteuning op grond van de Wet Wajong.
    • Hij heeft een WSW-indicatie (Wet sociale werkvoorziening).
    • Hij is volgens UWV niet in staat om 100% van het wettelijke minimumloon te verdienen en wordt onder verantwoordelijkheid van de gemeente naar werk begeleid. Of de gemeente heeft bij het beoordelen van de loonkostensubsidie vastgesteld dat hij niet in staat is om 100% van het wettelijke minimumloon te verdienen (de 'Praktijkroute'). In beide gevallen geldt dat de werknemer op of na 1 januari 2016 in dienst is gekomen bij zijn (toenmalige) werkgever en op dat moment is vastgesteld dat de werknemer minder dan 100% van het minimumloon kan verdienen.
    • Hij beschikt over een indicatie als arbeidsbeperkte. Hieronder vallen onder meer schoolverlaters van het Voortgezet Speciaal Onderwijs en schoolverlaters van het Praktijkonderwijs.
    • Hij heeft een Wiw-baan (Wet inschakeling werkzoekenden) of een IDbaan (In- en doorstroombaan).
    • Hij heeft een voorziening van UWV of de gemeente en kan zonder die voorziening niet het minimumloon verdienen.
    • Hij hoort niet tot de doelgroep banenafspraak, maar hij heeft door een ziekte of gebrek problemen gehad bij het volgen van onderwijs en hij komt binnen 5 jaar na afronding van dat onderwijs bij de werkgever in dienst.

Bedragen

De tegemoetkoming per uur en de maximale tegemoetkoming per jaar zijn niet voor elk LKV hetzelfde. Ook verschilt hoe lang de werkgever LKV ontvangt:

Doelgroep LKVBedrag per uurMaximum per jaarMaximale duur
56-plus uitkeringsgerechtigde € 3,05 € 6.000 3 jaar
arbeidsgehandicapte € 3,05 € 6.000 3 jaar
herplaatste arbeidsgehandicapte € 3,05 € 6.000 1 jaar
doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerde € 1,01 € 2.000 3 jaar, maar per 2021 onbeperkt

 

Om te bepalen hoe hoog het LKV voor een bepaalde werknemer in een bepaald jaar is, moet zijn werkgever zijn verloonde uren vermenigvuldigen met de tegemoetkoming per uur. Daarbij moet hij wel het maximumbedrag per jaar in de gaten houden.

Valt een werknemer binnen de doelgroep van het LKV voor oudere uitkeringsrechtigden en heeft hij in een jaar 1.500 verloonde uren, dan krijgt zijn werkgever 1.500 x € 3,05 = € 4.575 aan LKV. Werkt dezelfde werknemer echter 52 weken van 40 uur per week, dan krijgt hij niet 52 x 40 x € 3,05 = € 6.344, maar slechts € 6.000. Dat is immers het maximumbedrag voor dat LKV per kalenderjaar.

AOW-leeftijd

Als een werknemer in dienst is, zijn werkgever voor hem een LKV ontvangt en de werknemer de AOW-leeftijd bereikt, dan krijgt zijn werkgever recht op LKV tot en met het aangiftetijdvak waarin de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.

Alleen als de werknemer precies op de eerste dag van het aangiftetijdvak de AOW-leeftijd bereikt, telt dat tijdvak niet meer mee voor het recht op LKV.

Aanvragen

In tegenstelling tot het LIV en jeugd-LIV moeten werkgevers de LKV’s aanvragen. Dat doen ze door in de aangifte loonheffingen bij de betreffende indicatie ‘ja’ in te vullen.

De voorlopige berekening, beschikking en uitbetaling gaan wel op dezelfde manier als bij het LIV en jeugd-LIV. Werkgevers ontvangen die in respectievelijk maart, juli en september.

Doelgroepverklaring

Voor alle LKV’s moet de werkgever beschikken over een doelgroepverklaring. In de meeste gevallen wordt die toegekend door UWV, al kan de gemeente ook een rol spelen.

Zonder doelgroepverklaring in de loonadministratie beschouwt de Belastingdienst een verzoek om een LKV via de loonaangifte als onjuist. Een naheffing en boete liggen dan op de loer.