VERDIEPINGSARTIKEL

De WTL: wat levert hij precies op?

Als een werknemer verschillende voordelen voor zijn organisatie met zich meebrengt, is het niet gek als de werkgever door de bomen het bos niet meer ziet.

Want wat kost die jongere werknemer uit de doelgroep van de banenafspraak hem nu precies elke maand? En hoe zit het met die oudere uitkeringsgerechtigde, loont het wel om hem in dienst te nemen?


1 juli 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Zoë Wijnakker-Latten, voormalig hoofdredacteur Salaris Rendement, eigenaar tekstbureau DOEN, info@tekstbureaudoen.nl


Rekenvoorbeelden kunnen in deze situaties heel verhelderend zijn. In dit artikel vindt u een aantal veelvoorkomende situaties en het bijbehorende kostenplaatje.

Oudere WW’er

De situatie:

  • dienstverband per 1 juli 2020;
  • 66 jaar oud;
  • komt uit de WW en staat in het doelgroepregister van UWV;
  • 38 uur per week;
  • € 2.500 bruto per maand;

De voordelen:

  • loonkostenvoordeel (LKV) voor ouderen: € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar.

De rekensom:

Bij een 38-urige werkweek, werkt de werknemer 1.976 uren per jaar. Het LKV van € 3,05 per uur is op jaarbasis dus € 6.026,80. Deze werknemer is echter pas per 1 juli in dienst getreden en dus krijgt de werkgever het LKV over een half jaar: € 3.013,40.

In 2020 kost de werknemer per maand:

€ 2.500 - € 502,23 = € 1.997,77.

Over 2021 krijgt de werkgever geen € 6.026,80, maar € 6.000. Dat is immers het maximale LKV voor oudere werknemers per kalenderjaar.

Omdat de tegemoetkoming omgerekend per maand in 2021 iets lager is door het jaarmaximum van € 6.000, kost de werknemer dan elke maand bruto inclusief vakantiebijslag € 2.500 - € 500 = € 2.000.

AOW-gerechtigde leeftijd

De werkgever krijgt LKV tot en met het aangiftetijdvak waarin de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Alleen als de werknemer precies op de eerste dag van het aangiftetijdvak de AOW-leeftijd bereikt, telt dat tijdvak niet meer mee voor het recht op LKV.

De werkgever in dit voorbeeld moet dus goed opletten wanneer de werknemer de AOW-leeftijd bereikt en op het juiste moment het vinkje in de loonaangifte uitzetten.

Iemand uit de WIA

De situatie:

  • dienstverband per 1 januari 2020;
  • 25 jaar oud;
  • komt uit de WiA en staat in het doelgroepregister van UWV;
  • 24 uur per week;
  • € 1.100 bruto per maand;
  • in 2020 12 maanden van € € 1.100 bruto per maand: € 13.200;
  • 8% vakantiebijslag: € 1.056 per jaar.

De voordelen;

  • loonkostenvoordeel (LKV) voor arbeidsgehandicapten: € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar.
  • LIV na afloop van het LKV: € 0,51 per verloond uur, maximaal € 1.000 per kalenderjaar.

De rekensom:

Bij een 24-urige werkweek, werkt de werknemer 1.248 uren per jaar. Het LKV van € 3,05 per uur is op jaarbasis dus € 3.806,40.

In 2020 kost de werknemer per maand:

€ 1.100 - € 317,20 = € 782,80. De vakantiebijslag komt daar nog bovenop.

Van LKV naar LIV

Na afloop van drie jaar LKV, krijgt uw organisatie LIV voor de werknemer. Zijn gemiddeld uurloon over het hele jaar is namelijk € 11,42 (totale loon inclusief vakantiebijslag / totaal aantal verloonde uren: € 14.256/1.248) en dat bedrag valt binnen de uurloongrenzen van het LIV.

Ook voldoet de werknemer aan de ureneis van minimaal 1.248 uren per jaar. Het LIV is € 0,51 per verloond uur. Per jaar is het voordeel 1.248 verloonde uren x € 0,51 = € 636,48.

Per 1 januari 2023 kost de werknemer per maand: € 1.100 - € 53,04 = € 1.046,96. De vakantiebijslag komt daar nog bovenop.

Minimumloon

De situatie:

  • dienstverband per 1 januari 2020;
  • 40 jaar oud;
  • niet in het doelgroepregister van UWV;
  • 40 uur per week;
  • 1 januari tot 1 juli: € 1.653,60 bruto per maand;
  • 1 juli tot 1 januari van volgend jaar: € 1.680 bruto per maand;
  • In 2020:
    • 6 maanden van € 1.653,60 bruto per maand; € 9.921,60;
    • 6 maanden van € 1.680 bruto per maand: € 10.080;
    • In totaal: € 20.001,60;
    • vakantiebijslag: € 1.600,13;

De voordelen;

  • Geen LKV, omdat de werknemer niet in het doelgroepregister staat.
  • LIV: € 0,51 per verloond uur, maximaal € 1.000 per kalenderjaar.

De rekensom:

Deze werknemer verdient exact het wettelijk minimumloon. Uw organisatie krijgt voor hem dus € 0,51 per verloond uur aan LIV, omdat zijn loon binnen de uurloongrenzen valt.

In dit geval werkt de werknemer zo veel, dat de rekensom van zijn verloonde uren x € 0,51 per uur hoger uitvalt dan het LIV-maximum van € 1.000 per jaar. Uw organisatie krijgt daarom slechts € 1.000 aan tegemoetkoming.

Let op: houdt uw organisatie het werknemersdeel van de pensioenpremie in op het brutoloon van de werknemer, dan loopt de werkgever het LIV mis. Zijn gemiddelde uurloon komt daardoor onder de onderste uurloongrens voor het LIV uit.

Aanvulling: bonussen

Krijgt deze werknemer een bonus aan het einde van het jaar, dan kan zijn organisatie alsnog het LIV mislopen doordat zijn gemiddelde uurloon dan hoger wordt dan 125% van het wettelijk minimumloon. Dat is het geval als de werknemer een bonus krijgt van minimaal € 5.168. In de praktijk zal dit niet vaak voorkomen.

Als de collega van een werknemer nu echter 124% van het wettelijk minimumloon verdient, kan een bonus van een paar tientjes al voldoende zijn om zijn gemiddelde uurloon buiten de uurloongrenzen te laten vallen. Dan is het dus goed oppassen geblazen!

Een jongere uit de banenafspraak

De situatie:

  • dienstverband per 1 januari 2020;
  • 20 jaar oud geworden op 31 december 2019;
  • komt uit het speciaal voortgezet onderwijs en staat in het doelgroepregister van UWV;
  • 12 uur per week;
  • € 468 bruto per maand;
  • € 5.616 per jaar;
  • € 449,28 vakantiebijslag;

De voordelen;

  • loonkostenvoordeel (LKV) voor de doelgroep van de banenafspraak: € 1,01 per verloond uur met een maximum van € 2.000 per kalenderjaar.
  • Jeugd-LIV: € 0,30 per verloond uur, maximaal € 627,96 per kalenderjaar.

De rekensom:

Bij een 12-urige werkweek, werkt de werknemer 624 uren per jaar. Het LKV van € 1,01 per uur is op jaarbasis dus € 630,24. Per maand is dat € 52,52.

Het LKV is te combineren met het jeugd-LIV. Het gemiddelde uurloon van de werknemer is € 9 exclusief vakantiebijslag. Dat komt neer op € 9,72.

Dat bedrag valt binnen de uurloongrenzen van het jeugd-LIV voor 20-jarigen, waardoor de werkgever € 0,30 per verloond uur ontvangt, met een maximum van € 627,96 per kalenderjaar. Voor deze werknemer is dat 624 uren x € 0,30 = € 187,20. Per maand komt dat neer op € 15,60.

Deze werknemer kost elke maand dus geen € 468, maar: € 468 - € 52,52 - € 15,60 = € 399,88. Het vakantiegeld komt daar nog bovenop.

Werknemer wordt 21

Per 1 januari 2021 krijgt uw organisatie wel nog LKV voor de werknemer, maar is het einde verhaal voor het jeugd-LIV. De werknemer wordt immers op 31 december 2020 21 jaar oud en heeft vanaf dat moment recht op het volledige wettelijk minimumloon.

Zelfs als zijn loon binnen de uurloongrenzen van het ‘gewone’ LIV vallen, werkt hij bij lange na niet voldoende uren. Om volwassenen-LIV met zich mee te brengen, moet de werknemer namelijk 1.248 verloonde uren hebben.