VERDIEPINGSARTIKEL

Aparte bv's voor elk nieuw project, vastgoed en pensioen?

Ondernemingsrecht is voor een deel heel gewichtig. Voor een ander deel hangt het aan elkaar van volkswijsheden. ‘Eén bv is geen bv’, bijvoorbeeld. En zoals bij elke volkswijsheid geldt ook hier: het klinkt simpel, maar het is wél waar. Hoewel het dus vaak niet bij één bv blijft, is het advies ook weer niet ‘hoe meer bv’s, hoe beter’. Pas op dat u de bv-familie niet té groot maakt.


6 september 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online en Bert van Mieghem, advocaat bij Wybenga Advocaten.


Waarom is één bv geen bv? Het doel van een bv is het afscheiden van vermogen en het uitsluiten van persoonlijke aansprakelijkheid. U scheidt het vermogen waarmee u zaken doet (in de bv) af van uw privévermogen. De risico’s zijn beperkt tot het vermogen dat in uw bv zit. Dat vermogen moet idealiter dus zo laag mogelijk zijn. Vroeger gold een minimumkapitaal van € 18.000, nu is dat nog maar € 1 (en er zijn zelfs juristen die beweren dat € 0,01 al genoeg is).

Het is niet realistisch om het kapitaal in uw bv echt op € 1 te houden. Vermoedelijk komt er dagelijks geld binnen en gaat er geld uit. Enig kapitaal om mee te werken heeft u dus altijd wel nodig. Als het goed is, komt er per saldo meer binnen dan er uit gaat. Een deel van de inkomsten betaalt u aan uzelf uit als salaris en dividend, maar als het meezit blijft er dan nog geld over. Dat overschot kan beter niet in de bv blijven zitten, want dan loopt u er risico mee. U moet het ook niet allemaal aan uzelf uitkeren, want dat is fiscaal ongunstig. Daarom gebruikt u een holding.

Kroonjuwelen

In de holdingmaatschappij (de moeder) bewaart u het overtollige kapitaal van de werkmaatschappij (de dochter). Dit kapitaal kunt u van de bv belastingvrij verplaatsen naar de holding als moeder en dochter een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen. De werkmaatschappij loopt de juridische risico’s. Gaat die ooit failliet, dan wordt alleen deze bv geraakt en blijft de holding met het vermogen onaangeroerd. Schuldeisers van de dochter kunnen niet bij haar aandeelhouder (de holding) aankloppen. Op dit principe geldt één uitzondering: claims van de Belastingdienst. Alle bv’s in de fiscale eenheid zijn namelijk hoofdelijk aansprakelijk voor belastingclaims op één van de bv’s.

Los daarvan is de holding een veilige haven waar schuldeisers van de werkmaatschappij niet bij kunnen komen. U kunt in de holding ook andere zaken onderbrengen dan alleen geld. Merkenrechten bijvoorbeeld, de domeinnaam van uw bv of patenten en octrooien. Alle kroonjuwelen waarvan u zeker wilt zijn dat die nooit in handen van schuldeisers vallen.

Familie

Qua risicospreiding is het verstandig om zo veel mogelijk werkmaatschappijen op te richten. De standaard holding met werkmaatschappij kan worden uitgebreid tot een complete familie van bv’s. Denk aan bv’s voor alle afzonderlijke projecten, een vastgoed-bv en (in het verleden) een pensioen-bv. Als ieder project wordt ondergebracht in een eigen bv, blijft de schade beperkt als een project flopt. Een nieuwe bv is in een handomdraai opgericht en de kosten daarvan zijn beperkt tot een paar honderd euro.

Toch is het in de praktijk niet zo dat dga’s iedere week nieuwe dochtermaatschappijen oprichten. Het moet namelijk wel werkbaar blijven. Het is ook nog niet zo gemakkelijk voor een nieuwe bv om op eigen benen te staan. Als de nieuwe bv gebruikmaakt van voorzieningen van de moedermaatschappij (kantoorruimte bijvoorbeeld), moet de bv daar een vergoeding voor betalen. De bank zal niet graag geld lenen aan een losse bv die geen enkele verhaalsmogelijkheid biedt. Zo’n bv krijgt ook geen beste score van kredietbeoordelaars, dus leveranciers zullen wantrouwend zijn.

U zult zich dus steeds moeten afvragen of de voordelen (voornamelijk: risicobeperking) van een nieuwe dochter-bv opwegen tegen de nadelen (voornamelijk: kosten en administratief gedoe).

Vergeet niet 403-verklaring in te trekken!

De 403-verklaring heeft een bijzonder risico. Als de dochter-bv verkocht wordt en dus de familie verlaat, blijft de 403-verklaring gewoon van toepassing. De moeder blijft dus instaan voor de schulden van haar dochter, ook al heeft die inmiddels het huis verlaten. Dit is makkelijk op te lossen door de 403-verklaring in te trekken, maar dat is iets dat in de praktijk nog vaak vergeten wordt. Gevolg kan zijn dat een moedermaatschappij schuldeisers op de stoep krijgt van een voormalige dochter- bv waar zij niets meer mee te maken heeft, maar wél voor moet betalen.

Printer

Bovendien is een bv net een printer. De kosten zitten hem niet zozeer in de aanschafprijs, maar in het gebruik. Iedere bv moet een jaarrekening publiceren, óók als die bv onderdeel is van een fiscale eenheid. De jaarlijkse kosten van het opstellen van een jaarrekening zijn vaak hoger dan de oprichtingskosten.

Aan deze kostenpost is iets te doen. Een bv kán worden vrijgesteld van de verplichting om een eigen jaarrekening te publiceren. Haar jaarrekening wordt dan onderdeel van die van de moedermaatschappij (een geconsolideerde jaarrekening). Daarvoor moet de familie van bv’s voldoen aan de eisen van artikel 2:403 van het Burgerlijk Wetboek. De belangrijkste voorwaarde is dat de moeder zich hoofdelijk aansprakelijk stelt voor schulden van haar dochter(s).

Ploffen

De verklaring waarmee de moeder die aansprakelijkheid op zich neemt is de zogenoemde
403-verklaring. Zo bespaart de groep op de accountantskosten, maar het effect is wel dat de afgescheiden aansprakelijkheid verdwijnt. Het ‘laten ploffen’ van een mislukte dochter is dan geen optie meer, want de moeder is aansprakelijk voor haar schulden (zie ook het kader hierboven). Heeft het nog wel zin om aparte bv’s te gebruiken als de moeder aansprakelijk is voor de schulden van haar dochters? Ja, want die aansprakelijkheid is niet onbeperkt. De moeder-bv hoeft alleen maar in te staan voor schulden die ontstaan uit rechtshandelingen, bijvoorbeeld een aankoop. Als een dochter-bv door haar gekochte grondstoffen niet betaalt, is de moeder aansprakelijk. Maar de moeder hoeft niet in te staan voor aansprakelijkheid op andere (wettelijke) gronden. Als de dochter wordt aangesproken op grond van onrechtmatige daad, bijvoorbeeld omdat zij per ongeluk de voorraad grondstoffen van iemand anders vernietigd heeft, is de moeder niet aansprakelijk.

Harteloos

Wat te doen met een dochter in nood? De moedermaatschappij zal zich willen ontfermen over een dochter in moeilijkheden. Als er een 403-verklaring in het spel is, is dat ook verstandig. Want haalt de dochter het niet, dan is moeder zelf aansprakelijk. Maar is een dochter zelf aansprakelijk voor haar schulden, dan moet de hulp van moeder beperkt blijven. Als de moeder de dochter met kapitaalinjecties in de lucht houdt, terwijl zij eigenlijk wel weet dat het hopeloos is, kan de moeder alsnog aansprakelijk worden. Schuldeisers van de dochter zullen de moeder dan verwijten dat zij de dochterbv de schijn van kredietwaardigheid heeft gegeven. Als de moeder ziet dat haar dochter niet meer te redden is, moet zij zich harteloos opstellen en haar handen ervan af trekken. De dochter gaat dan waarschijnlijk failliet, maar de holding blijft buiten schot.

Als de moeder niet aansprakelijk wil zijn, moet zij vooral niet betrokken raken in contacten met schuldeisers van de dochter. Zij moet dus óók niet met het e-mailadres of op het briefpapier van de holding proberen een betalingsregeling of schikking te treffen. Dit moet de dochter maar zelf oplossen.