Is ontslag op staande voet terecht als een werknemer zomaar een afgeschreven doos tompouces meeneemt? Of als hij een flesje water in een Dopper overgiet, terwijl dat product voor klanten bedoeld was? Het antwoord is niet te verpakken in een simpel ‘ja’ of ‘nee’. In zulke bagatelzaken draait het met name om een goed ‘zerotolerancebeleid’ van de werkgever. Maar ook persoonlijke omstandigheden spelen een rol.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Juultje van der Zanden, advocaat bij Taylor Wessing, e-mail: j.vanderzanden@taylorwessing.com
De term bagatel betekent een kleinigheid. Een bagatelvergrijp (podcast) is het door een werknemer stelen of verduisteren van artikelen of producten met een (zeer) geringe of verwaarloosbare waarde. Veel werkgevers hebben de wens om bij zo’n klein vergrijp strikt op te treden.
Diefstal is diefstal en wanneer u als werkgever ‘een beetje stelen’ toestaat, kunt u bijna onmogelijk een grens stellen en ligt onderscheid en wantrouwen op de loer. Hoewel de daad zelf dus als ernstig kan worden bestempeld, is de impact en/of omvang daarvan vaak slechts gering. Wanneer is ontslag op staande voet in dit soort gevallen gerechtvaardigd?
Volgens de wet is ontslag op staande voet mogelijk bij ‘een dringende reden’