In het gesloten ontslagstelsel in Nederland krijgt een werkgever alleen toestemming voor ontslag van een werknemer op basis van een beperkt aantal ontslaggronden. Die gronden staan vermeld in artikel 7:669 lid 3 BW en worden daar onder de letters a tot en met i nader omschreven. Bekend zijn bijvoorbeeld de d-grond (disfunctioneren) en de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding). Minder bekend is de h-grond.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Sandra Verberk, advocaat bij NewBaze, e-mail: info@newbaze.nl
In artikel 7:669 wordt de h-grond als volgt omschreven: ‘andere dan de hiervoor genoemde omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren’.
De regering heeft met de h-grond niet bedoeld terug te gaan naar de vrijere ontslagregels van het ontslagstelsel dat gold in de periode vóór 1 juli 2015, toen de ontslagregels van de Wet werk en zekerheid (WWZ) nog niet van toepassing waren.
Je moet als werkgever bij een ontslagaanvraag nu een duidelijke keuze maken tussen één of meerdere van de wettelijke ontslaggronden. De gekozen grond moet op zichzelf voldoende ‘voldragen’ zijn om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst