Mede als gevolg van de coronacrisis is de bereikbaarheid van werknemers bij veel organisaties hoog op de agenda komen te staan. Als werknemers vaker vanuit huis (of op een andere aangewezen werkplek) werken en door de huidige communicatiemiddelen altijd bereikbaar zijn, kan de grens tussen werk en privé vervagen. Werknemers kunnen hierdoor het gevoel hebben dat zij altijd ‘aan’ (moeten) staan, en dat kan leiden tot stress. Het is in het belang van de hele organisatie dat hier goede onderlinge afspraken over worden gemaakt. Daarbij is een belangrijke taak weggelegd voor uw OR.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Maxime van Dort, advocaat bij TaylorWessing, e-mail: m.vandort@taylorwessing.com
De Arbeidstijdenwet (ATW) vormt het uitgangspunt voor het bepalen van de periodes waarin werknemers beschikbaar moeten zijn voor hun werk. In de ATW staan regels over de maximale arbeidstijden en de minimale rust- en pauzetijden van werknemers. Met name de minimale rusttijden zijn van belang om de onbereikbaarheid van werknemers buiten de afgesproken werkuren te kunnen waarborgen.
Voor een werknemer van 18 jaar of ouder gelden in principe de volgende rusttijden: