VERDIEPINGSARTIKEL

OR & het instructierecht van de bestuurder

17 mei 2022 6 minuten Door redactie

Uw bestuurder heeft het recht om bepaalde eisen te stellen aan de kleding, representativiteit en het uiterlijk van uw achterban. Dat vloeit voort uit de in de wet vastgelegde instructiebevoegdheid voor werkgevers.

Hoe ver mag uw bestuurder daarin gaan, welke grenzen moet hij daarbij in acht nemen en welke maatregelen mag hij nemen op het moment dat werknemers de instructies niet opvolgen? En natuurlijk: welke rol speelt uw OR hierbij?


Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Juultje van der Zanden, advocaat bij Taylor Wessing, e-mail: j.vanderzanden@taylorwessing.com, www.taylorwessing.com


Uw bestuurder kan met het oog op de veiligheid, gezondheid, hygiëne of het bedrijfsimago instructies geven over kleding, representativiteit en het uiterlijk van de werknemers. Uw bestuurder heeft zeggenschap over uw achterban op grond van de bestaande gezagsverhouding.

Die zeggenschap is wettelijk vastgelegd in de instructiebevoegdheid van artikel 7:660 BW. Op grond van dit artikel moeten werknemers zich houden aan de redelijke voorschriften die de werkgever verplicht stelt over het verrichten van de arbeid en die strekken tot het bevorderen van de goede orde in de organisatie.

Voorschriften moeten redelijk zijn

Zulke voorschriften kan de werkgever geven aan alle werknemers gezamenlijk, aan een bepaald