De OR van een onderwijsinstelling wilde graag een nieuwe OR-voorzitter kiezen. Er ontstond binnen de OR echter een conflict over de uitslag van die verkiezing. De OR-leden kwamen er onderling niet uit en wilden voorkomen dat hun meningsverschil uit de hand liep. Zij vroegen daarom de bedrijfscommissie van de Sociaal-Economische Raad (SER) om te bemiddelen.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door René van Oorschot, plaatsvervangend secretaris bedrijfscommissies voor de marktsectoren SER, e-mail: r.van.oorschot@ser.nl, www.bedrijfscommissie.nl
De voorzitter van de OR heeft belangrijke taken. Niet alleen leidt hij de vergaderingen, hij houdt ook de voortgang van het OR-werk in de gaten. Naast deze aansturende taken is de voorzitter het boegbeeld van de OR. Dat betekent dat hij regelmatig overlegt met de bestuurder, aanspreekpunt is voor anderen in uw organisatie en bijvoorbeeld ook contacten met de media onderhoudt.
Het kiezen van een voorzitter is dus een belangrijk moment voor uw OR. Artikel 7 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) verplicht uw OR om uit de OR een voorzitter en één of meer plaatsvervangende voorzitters te kiezen. De voorzitter mag niet van buiten de OR komen, maar moet één van de gekozen OR-leden zijn.