Het Europese Parlement stemde onlangs in met een herziening van de Richtlijn Europese Ondernemingsraden. Deze richtlijn gaat uit van informatie en raadpleging voor werknemers door Europese medezeggenschap. Het doel van de herziening is om de positie van de Europese ondernemingsraad (EOR) te versterken en het overleg tussen de EOR en lokale ondernemingsraden te verbeteren.
Hoewel de invoering van de wijzigingen in de Nederlandse wetgeving nog op zich laat wachten, is het voor de OR goed om meer te weten over zijn rol ten opzichte van de EOR.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Juultje van der Zanden, advocaat bij Taylor Wessing, e-mail: j.vanderzanden@taylorwessing.com, www.taylorwessing.com
Als uw onderneming onderdeel is van een multinationale groep, wordt de besluitvorming niet beperkt door de landsgrenzen. Dat geldt ook voor de medezeggenschap. Voor grensoverschrijdende medezeggenschap zijn de regels vastgelegd in de Europese Richtlijn Europese Ondernemingsraden (uit 1994).
In Nederland is deze richtlijn nader uitgewerkt in de Wet op de Europese Ondernemingsraden (WEOR). In deze wet staat onder andere wanneer het oprichten van een EOR verplicht is en welke rechten de EOR heeft ten aanzien van informatie en raadpleging.
Een multinationale werkgever is verplicht om met werknemers te onderhandelen over het instellen van een EOR, als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: