VERDIEPINGSARTIKEL

De regels voor het belonen van bestuurders in non-profitorganisaties

Uw organisatie is er niet op uit om zo veel mogelijk winst te behalen. Al het geld dat u binnenhaalt – via fondsenwerving of anderzins – gaat naar de zaak waar uw organisatie zich voor inzet. Naast werknemers heeft u mogelijk ook vrijwilligers in dienst die geen of hooguit een beperkte financiële vergoeding ontvangen voor hun inzet.

Maar hoe zit dat met de bestuurder van uw organisatie, krijgt hij wel betaald? En zo ja, wat is een redelijke beloning voor zijn gedane werk?


24 december 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Eline Beekhuis en Susanna Tang van Marxman Advocaten, www.marxman.nl


Voor de meeste non-profitorganisaties is het belonen van het bestuur niet van toepassing. Het uitgangspunt is dat er genoeg bestuurders rondlopen die bereid zijn om het werk op vrijwillige basis te willen doen.

Het komt ook vaak voor dat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn om de bestuurders te betalen. Andere organisaties hebben wel de mogelijkheid om de bestuurder een financiële vergoeding te geven en dan is de vraag wat een redelijk bedrag is.

Het belonen van het bestuur en de hoogte van een beloning zijn bij non-profitorganisaties voer voor discussie. Of en zo ja, hoeveel uw organisatie ook betaalt, u moet zich wel aan de regels houden.

Inkomstenbelasting over beloning

Er zijn geen beperkingen vastgelegd in de wet voor de beloning van bestuurders. Het staat uw organisatie volkomen vrij om een bestuurder of het gehele bestuur een beloning toe te kennen. Wel moet u zich bewust zijn van het feit dat de Belastingdienst de beloning ziet als inkomen. Daardoor moet de betreffende bestuurder inkomstenbelasting betalen over deze beloning.

Verenigingen en stichtingen hebben een verbod om winst uit te keren aan bestuurders. Dat betekent dat het verboden is om een beloning toe te kennen als er geen tegenprestatie of een ongelijkwaardige tegenprestatie is. Bij een bv kan een bestuurder een dividenduitkering – een deel van de winst – ontvangen; bij een stichting of vereniging is dat niet mogelijk.

Richtlijnen voor beloning ANBI-bestuurders zijn strikter

Een ANBI is een algemeen nut beogende instelling. Uw organisatie wordt aangemerkt als een ANBI als u zich minimaal 90% inzet voor het algemeen belang.

De bestuurders van een organisatie met een ANBI-status zijn verbonden aan striktere richtlijnen dan instellingen zonder ANBI-status. Bestuurders van een organisatie met een ANBI-status mogen niet in loondienst zijn van de organisatie. Verder mogen bestuurders geen beloning ontvangen. Wel hebben bestuurders recht op een onkostenvergoeding en minimale vacatiegelden.

Statuten bepalen vergoeding

De regeling voor het belonen van het bestuur is opgenomen in de statuten. De statuten stellen de hoogte van de vergoeding van de bestuurders vast. Ook kunnen de statuten vaststellen welke kosten in aanmerking komen voor vergoeding.

Een statutaire bepaling over bezoldiging kan er als volgt uitzien:

Artikel [_]: Bezoldiging

  1.   De bestuursleden ontvangen als zodanig geen bezoldiging, middellijk noch onmiddellijk voor hun werkzaamheden.
  2.   Onder bezoldiging wordt niet verstaan een redelijke vergoeding voor de ten behoeve van de vereniging gemaakte kosten. Alle aan de bestuursleden betaalde vergoedingen worden als zodanig in de jaarrekening opgenomen en toegelicht.

Naast de statuten kunt u de regels over vergoeding verder specificeren in (huishoudelijke) reglementen. Let wel op dat de regels aanvullend zijn, dus ze mogen niet in strijd zijn met de statuten. Aanvullende regels opnemen in een reglement heeft een groot voordeel: u kunt het reglement wijzigen zonder tussenkomst van een notaris. Statuten kunt u uitsluitend wijzigen bij notariële akte.

Onkostenvergoeding of vacatiegeld

Uw organisatie kan ervoor kiezen om bestuurders tegemoet te komen in de vorm van een onkostenvergoeding. Dit kan op basis van de werkelijk gemaakte kosten, zoals reis- en verblijfkosten.

U kunt het bestuur ook belonen in de vorm van zogeheten vacatiegeld. Dit is een vaste vergoeding voor het bijwonen van een vergadering. De hoogte van deze vergoeding is vrij. Let wel op dat de verplichting tot het betalen van vacatiegeld moet zijn vastgelegd in de statuten.

Vacatiegeld wordt niet belast als het bedrag lager is dan € 170 per maand (2018: € 150) of € 1.700 per jaar (2018: € 1.500). De fiscus ziet deze bedragen daarmee niet als belastbaar inkomen, maar het vacatiegeld kan mogelijk wel loon zijn, waardoor aan één van de vereisten voor een arbeidsovereenkomst is voldaan. Dit kan een reden zijn om ervoor te kiezen het bij onkostenvergoedingen te houden.

Ook een onbezoldigde bestuurder kan door een organisatie aansprakelijk worden gesteld

Hoewel een bestuurder op vrijwillige basis zijn functie uitvoert, neemt dit niet weg dat er grote verantwoordelijkheden op zijn schouders kunnen rusten. Zo oordeelde het hof van ’s-Hertogenbosch (ECLI verkort: 5184) dat als een onbezoldigde bestuurder het beleid van een stichting of vereniging bepaalt en uitvoert, hij gelijkwaardig is aan een formele bestuurder.

In de praktijk betekent dit dat de organisatie de bestuurder aansprakelijk kan stellen op grond van onbehoorlijk bestuur. Daarbij maakt het geen verschil of de organisatie een bestuurder wel of niet betaalt voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden.

Omstandigheden
Het hof verwees in zijn arrest naar artikel 2:9 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In dit artikel staat dat de bestuurder zijn taak op een behoorlijke manier moet vervullen tegenover de rechtspersoon.

Van aansprakelijkheid is pas sprake als de betrokken bestuurder ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval worden betrokken. Dat wil zeggen dat de rechter alle feiten en omstandigheden meeweegt in zijn oordeel of de bestuurder aansprakelijk is. Er is sprake van ernstig verwijt als de bestuurder in strijd handelt met de statuten van de organisatie.

Arbeidsovereenkomst niet altijd wenselijk

Niet voor elke non-profitorganisatie is het wenselijk om een arbeidsovereenkomst te hebben met de bestuurders, omdat er dan geen verplichtingen zijn zoals het doorbetalen van loon tijdens ziekte of het betalen van een transitievergoeding. U moet er dan voor zorgen dat u niet voldoet aan de voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst.

De eerste is het eerder genoemde betalen van loon als tegenprestatie voor werkzaamheden. Werk daarom slechts met onkostenvergoedingen op basis van werkelijk gemaakte kosten.

Stel een overeenkomst op

Als vacatiegeld wenselijk is, dan is het belangrijk de andere twee voorwaarden in het oog te houden wanneer het de bedoeling is om niet verder te gaan dan een vrijwilligersovereenkomst. Deze overige twee voorwaarden zijn de verplichting om persoonlijk de werkzaamheden te verrichten en de gezagsrelatie.

In de meeste gevallen is het wenselijk dat de bestuurder persoonlijk zijn taken als bestuurder in de non-profitorganisatie verricht. Dat betekent dat het belangrijk is om op de juiste manier vast te leggen (en daar ook naar te handelen) dat er geen gezagsrelatie aanwezig is.

Stel voor de bestuurders van uw non-profitorganisatie dus een overeenkomst op, waarbij u de vergoedingen die uw organisatie verstrekt zoveel mogelijk als onkostenvergoedingen beschrijft. Daarnaast is het belangrijk dat u in de overeenkomst uitlegt waarom er geen gezagsrelatie aanwezig is.

Betaling vacatiegeld moet in de statuten staan

Uniforme bezoldigingsregeling

Op dit moment ligt het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen bij de Tweede Kamer. Het doel van dit voorstel is het gelijktrekken van rechtspersonengerecht. Dit betekent dat de bepalingen die nu nog alleen voor bv’s en nv’s gelden, na het aannemen van de wet ook van toepassing worden op stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen.

Als het kabinet het wetsvoorstel aanneemt, mogen verenigingen en stichtingen bijvoorbeeld een zogeheten one tier board hebben. Een one tier board is een bestuursmodel waarbij zowel bestuurders als toezichthouders in het bestuur zitten. Er is sprake van één bestuur.

Daarbij zijn het voorzitterschap van het bestuur, het voorstellen en benoemen van een bestuurder en vaststelling van bezoldiging exclusieve taken van de toezichthouders. Bij de benoeming moet de organisatie vermelden of er sprake is van een bestuurder of toezichthouder. In sectorspecifieke wetgeving kan van deze regel worden afgeweken.