VERDIEPINGSARTIKEL

Uitleg van de liquidatieverliesregeling

De liquidatieverliesregeling mag u uit de kast trekken als een dochter-bv van u geliquideerd moet worden en er daarbij een verlies aan te pas komt. Maar zoals bij alle fiscale regelingen gelden er ook hier een aantal beperkingen. Hoe stelt u nu vast hoe hoog dit verlies precies is en met welke beperkingen moet u rekening houden?


2 augustus 2019 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online.


Door de deelnemingsvrijstelling kunt u als moeder-bv verliezen van een dochter niet in aftrek brengen. Hierdoor voorkomt de wetgever dubbele verliescompensatie. Maar als een verlies bij de dochter nooit te verrekenen valt, moet het toch mogelijk zijn om het verlies bij u als moeder in aanmerking te nemen. De wetgever heeft daarom besloten dat de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing is bij liquidatie van de dochter. De dochter kan namelijk door haar ontbinding de geleden verliezen niet verrekenen, waardoor er ook geen sprake is van dubbele verliesverrekening. Als moeder mag u daarom het verlies op de deelneming bij liquidatie van de dochter ten laste van uw eigen winst brengen. Het uitgangspunt van de liquidatieverliesregeling is het verlies dat u als moeder maakt op het ‘bezit’ (de deelneming). Het nadelige verschil tussen het door u als moeder opgeofferde bedrag voor de verkrijging van de dochter en de ontvangen liquidatie-uitkering(en) vormt het aftrekbare liquidatieverlies van de moeder.

Opgeofferd bedrag bepalen

Het eerste aspect dat het liquidatieverlies bepaalt, is het opgeofferd bedrag. Misschien denkt u dat het opgeofferd bedrag altijd gelijk is aan het bedrag dat door u als moeder betaald is voor de verwerving van het belang in de dochter of het bedrag dat u als kapitaal heeft ingebracht, maar dat is niet het geval. Het opgeofferd bedrag kan na aankoop van de deelneming namelijk wijzigen door bijvoorbeeld latere kapitaalmutaties (kapitaalstortingen en –opnamen). Dit bedrag moet ook nog worden vermeerderd met:

  • het op de afgewaardeerde vordering teruggenomen afwaarderingsverlies;
  • de vrijgevallen opwaarderingsreserve in verband met de omzetting van een afgewaardeerde vordering op de deelneming;
  • positieve voordelen van de deelneming die niet onder de deelnemingsvrijstelling vallen vanwege een aandelenfusie, splitsing of juridische fusie;
  • een negatief saldo van de positieve en de negatieve bedragen aan winst uit een andere staat dat is doorgeschoven naar een buitenlands lichaam; en
  • waardeveranderingen door een ‘earnout’- regeling.

Beperkingen van aftrek verlies

Er gelden wel een aantal beperkingen voor de aftrek van het liquidatieverlies. Hiernaast komen de beperkingen ten aanzien van de verkoop binnen concern en de liquidatie van de tussenholding aan bod.

  1. Verkoop binnen concern
    Een reorganisatie kan ertoe leiden dat u een deelneming verkoopt binnen uw eigen groep. In dat geval kunt u het opgeofferd bedrag van de kopende bv niet hoger (eventueel wel lager) stellen dan het opgeofferde bedrag van de verkopende bv. Zonder deze bepaling zou u door middel van de overdracht van een deelneming binnen uw groep het eerder opgeofferde bedrag zonder heffing van VPB kunnen verhogen, waarna bij liquidatie van de dochter het aftrekbare liquidatieverlies dienovereenkomstig zou toenemen.

  2. Liquidatie tussenholding
    Als u besluit een tussenholding te liquideren, is het aftrekbare liquidatieverlies beperkt tot het eigen verlies van de tussenholding. Zonder deze regeling zou het mogelijk kunnen zijn om een verlies op een deelneming van de tussenholding bij de moeder tot uitdrukking te brengen in de vorm van een liquidatieverlies op de deelneming in de tussenholding. Het tweede element dat de omvang van het liquidatieverlies bepaalt, is de liquidatie- uitkering. Het bedrag van de liquidatie- uitkering wordt gevormd door de (waarde in het economisch verkeer van de) uitkering bij liquidatie van een deelneming voor zover u als moeder deze als aandeelhoudster toekomt. Dit is inclusief de eventuele dividenduitkeringen na het (al dan niet stilzwijgende) besluit tot ontbinding van de dochter. De ontvangen gelden en activa bepalen niet alleen de omvang van de liquidatie-uitkering; hierin zit bijvoorbeeld ook de goodwill. De tekst van de wet bevat ook een regeling waarmee de wetgever voorkomt dat u de liquidatie-uitkering kunstmatig kunt verlagen door in het zicht van de liquidatie van een deelneming alle (winst)reserves belastingvrij onder toepassing van de deelnemingsvrijstelling als dividend uit te keren aan de moeder. Door het verlagen van de liquidatie-uitkering vergroot u dan het liquidatieverlies. Deze uitkomst heeft de wetgever willen voorkomen.

Tijdstip van in annmerking nemen verlies

Het liquidatieverlies kunt u pas in aanmerking nemen als de dochter is ontbonden en haar vermogen is vereffend. Voor het in aanmerking nemen van het liquidatieverlies moet u ook nog aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het recht op compensatie van de verliezen van de ontbonden dochter is definitief verloren gegaan voor het concern.
  • De onderneming van de ontbonden dochter is niet binnen het concern voortgezet.
  • De omvang van het liquidatieverlies moet blijken evenals het verloren gaan van de verliescompensatie en het niet voortzetten binnen concernverband van de door het ontbonden lichaam gedreven onderneming.

Als u de onderneming van het ontbonden lichaam in eerste instantie binnen het concern voortzet en u staakt deze later toch nog, kunt u het liquidatieverlies alsnog nemen.

Voorbeeld van het opgeofferd bedrag

Bv Actie bezit 3% van de aandelen in bv Blok. Dit belang valt niet onder de deelnemingsvrijstelling (kleiner dan 5%). Bv Actie heeft dit belang gekocht voor € 9.000. Op enig moment koopt bv Actie voor € 200.000 een extra belang van 30% in bv Blok. Het belang van 3% had op dat moment dus een waarde van € 20.000. Het totale belang van 33% heeft een waarde van € 220.000 en valt voor bv Actie onder de deelnemingsvrijstelling. Na een aantal jaren wordt bv Blok geliquideerd en resteert een liquidatie-uitkering van nihil. De waardestijging van het 3%-belang van € 11.000 moet u tot de belastbare winst van bv Actie rekenen, aangezien deze niet onder de deelnemingsvrijstelling valt. Het opgeofferd bedrag gaat hierdoor omhoog van € 209.000 naar € 220.000. Het wegens de liquidatie in aanmerking te nemen verlies bedraagt

€ 220.000.