In de levens van werknemers gebeurt van alles. Zoals het krijgen van kinderen en het verzorgen van zieke familieleden. De Wet arbeid en zorg (WAZO) regelt voor dergelijke gevallen verlofsoorten. In dit artikel leest u over een aantal van die verloven, hoe de werknemer die moet aanvragen en wat dit betekent voor het salaris.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Dick van Deventer, advocaat bij Valegis Advocaten, e-mail: d.vandeventer@valegis.com
Een zwangere werkneemster heeft recht op vier tot zes weken zwangerschapsverlof (acht tot tien weken bij een meerling). De werkneemster mag binnen die periode zelf bepalen wanneer het verlof moet ingaan. Maar dat moet wel uiterlijk vier weken voor de dag na de uitgerekende datum zijn.
Ook heeft de werkneemster minimaal tien weken bevallingsverlof. Ze moet het zwangerschaps- en bevallingsverlof (tool) uiterlijk drie weken voor de ingang van het verlof aanvragen. Dit is dus ten minste zeven weken voor de uitgerekende bevallingsdatum.
U mag dit verlof niet weigeren en vraagt namens de werknemer maximaal vier en minimaal twee weken voor de ingangsdatum van het verlof zwangerschaps- en bevallingsuitkering aa