VERDIEPINGSARTIKEL

Artikel 26 en 36 WOR: Uw opties als uw OR een conflict heeft met uw bestuurder

De Wet op de ondernemingsraden (WOR) geeft uw OR veel rechten en bevoegdheden. U zou daar niet veel aan hebben als u onoplosbare meningsverschillen niet zou kunnen voorleggen aan een externe instantie. Artikel 36 WOR bevat een algemene geschillenregeling waarmee OR en bestuurder elkaar kunnen dwingen de wet na te leven. Ook andere belanghebbenden, zoals vakbonden en werknemers, kunnen van deze regeling gebruik maken.


11 december 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Naast de algemene geschillenregeling van artikel 36 WOR is er nog de bijzondere geschillenregeling. Deze is gekoppeld aan het adviesrecht van artikel 25 WOR. Deze regeling vindt u in artikel 26 WOR.

Een andere uitzondering op de mogelijkheid om naar de rechter te stappen, doet zich voor als de OR of de bestuurder de rechter wil inschakelen voor een zaak waarover de Inspectie SZW al een eis heeft gesteld op grond van de Arbowet. Ook dan neemt de kantonrechter deze zaak niet in behandeling.

Bijzondere geschillenregeling

De bijzondere geschillenregeling moet u in ieder geval gebruiken als uw bestuurder het advies van uw OR niet of onvoldoende overneemt in zijn definitieve besluit. Dat geldt ook als er later feiten of omstandigheden aan het licht komen die tot een ander OR-advies zouden hebben geleid als uw OR daar destijds van op de hoogte was geweest.

Doorgaans leiden nieuwe feiten tot hernieuwd overleg tussen OR en bestuurder waarbij besloten wordt het eerdere besluit bij te stellen.

Als de bestuurder daartoe niet bereid is en de feiten bestonden al toen de OR tot zijn advies kwam, maar de OR was daarvan niet op de hoogte, kan de OR beroep aantekenen bij de Ondernemingskamer op grond van artikel 26 WOR.

Bijzondere geschillen bij conflicten

Artikel 26 WOR bevat de bijzondere geschillenregeling bij conflicten over adviesplichtige zaken die naar de Ondernemingskamer van het gerechtshof van Amsterdam voert.

 

Als de bestuurder ondanks een verplichting op basis van artikel 25 WOR (adviesplicht) geen advies aan uw OR vraagt, kunt u kiezen of u de bijzondere of de algemene geschillenregeling uit artikel 36 WOR gebruikt.

Geschillen

In de regel zijn het de OR en de bestuurder die behoefte kunnen hebben aan een vonnis van de kantonrechter over de toepassing van de WOR in een concrete zaak. Denk bijvoorbeeld aan onvoldoende urenvrijstelling voor de OR-leden, het al dan niet van toepassing zijn van artikel 25 WOR (adviesplicht) of artikel 27 WOR (instemmingsplicht) of het niet naleven van een ondernemingsovereenkomst (artikel 32 WOR).

Vakbonden en werknemers kunnen gebruikmaken van deze geschillenregeling als er problemen zijn met het instellen van de OR, het reglement van de OR, kandidaatstelling of verkiezingen of de publicatieplicht van agenda’s en vergaderverslagen. Zij kunnen dan procederen tegen de OR of de ondernemer.

Bedrijfscommissie

Als de OR gebruik wil maken van de geschillenprocedure komen de kosten van een gerechtelijke procedure en de bijstand van een advocaat voor rekening van de organisatie. U moet dit dan wel vooraf melden aan de bestuurder, zodat hij de kans heeft om deze escalatie te voorkomen.

Vaak aarzelen partijen om hun meningsverschil voor de rechter te brengen. Het is de vraag of dat goed is voor het functioneren van de medezeggenschap. Zo’n kwestie blijft dan toch onopgelost aanwezig en zet de werkrelatie tussen beide overlegpartners onder druk.

Een tussenstap is nog het inschakelen van de eigen bedrijfscommissie. Daarmee kan een gang naar de kantonrechter worden voorkomen. De bedrijfscommissie doet geen bindende uitspraak, maar probeert partijen tot elkaar te brengen. Als dat niet lukt, geeft zij een vrijblijvend advies.

Deze procedure is heel aantrekkelijk als beide partijen de wil hebben om hun meningsverschil op te lossen. De bedrijfscommissie is deskundig en onpartijdig en de inschakeling is kosteloos. Tot de wijziging van de WOR in 2013 was een gang naar de bedrijfscommissie zelfs verplicht om bij de kantonrechter terecht te kunnen.

Het nut van de bedrijfscommissies

Er zijn drie bedrijfscommissies:

  • Markt I voor de commerciële marktsector;
  • Markt II voor zorg, welzijn, sociaal culturele instellingen;
  • Overheid voor overheidsondernemingen.

Bedrijfscommissies worden evenredig samengesteld vanuit werkgevers- en werknemersorganisaties. De belangrijkste taak van de commissies is het bemiddelen bij conflicten die te maken hebben met de toepassing van de WOR. Dit gebeurt op verzoek van OR, bestuurder of beide partijen gezamenlijk. Uiterlijk twee maanden na het verzoek, vindt er een zitting plaats waarin partijen worden gehoord en de commissie probeert te bemiddelen. Als dat niet lukt, geeft zij advies.

 

Taak

Voor vragen over de medezeggenschap kunt u ook terecht bij uw bedrijfscommissie via een online vraagbaak. Voor vragen en conflicten over OR-scholing is er een aparte Scholingskamer met een aangepaste procedure en kortere behandeltermijnen. Een zitting vindt alleen plaats als de Ondernemingskamer (OK) dat nodig vindt. Binnen drie weken na de indiening van het geschil, ontvangt u een verslag van de bevindingen van de OK.

Gang naar de rechter

Als uw OR besluit om toch te procederen, is het sterk aan te raden (niet verplicht) om een advocaat in te schakelen die is gespecialiseerd in het medezeggenschapsrecht. Mogelijk heeft u deze in een eerder stadium reeds al ingeschakeld voor advies om te proberen een rechtszaak te voorkomen.

Uw advocaat stelt in overleg met uw OR het gemotiveerde en onderbouwde verzoekschrift op. Uw bestuurder krijgt vervolgens een uitnodiging om een verweerschrift op te stellen. In het geval dat uw bestuurder de rechtszaak aanspant, geldt het omgekeerde.

Tijdens de zitting kunnen de betrokken partijen hun standpunten nog mondeling toelichten en aanvullen en zal de kantonrechter aan beide partijen om verduidelijking vragen. Vervolgens wordt in de zitting een datum bepaald voor het vonnis. Daarna is er eventueel nog hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof en daarna nog cassatieberoep bij de Hoge Raad. Deze opties gelden voor zowel uw OR als uw bestuurder.

In zijn vonnis kan de kantonrechter verplichtingen opleggen aan partijen en bepaalde handelingen verbieden. Houdt de ondernemer zich niet aan het vonnis van de rechter, dan pleegt hij een economisch delict. Hiervoor kan hij een boete krijgen van maximaal € 21.750.

Als uw OR een opgelegde verplichting niet nakomt, kan de kantonrechter uw OR ontbinden en verplichten tot het organiseren van nieuwe OR-verkiezingen. Weigert uw OR dat, dan zal de rechter de ondernemer machtigen om verkiezingen uit te schrijven.

Geen instemming gevraagd

Een bijzonder geval is dat waarin de bestuurder een besluit dat valt onder het instemmingsrecht (artikel 27 WOR) uitvoert, terwijl de instemming van de OR ontbreekt. Eigenlijk had de bestuurder dan na het besluit van de OR om niet in te stemmen, de kantonrechter om vervangende toestemming moeten vragen. Die vervangende toestemming zou de bestuurder gekregen hebben als het OR-besluit onvoldoende was gemotiveerd of geen rekening had gehouden met ernstige organisatorische, economische of sociale redenen om het besluit wel te nemen.

Als de bestuurder het besluit echter zonder toestemming van de rechter uitvoert, moet de OR allereerst schriftelijk de nietigheid van dat besluit inroepen. Dat moet binnen één maand nadat de OR over de uitvoering van het besluit op de hoogte is gesteld of geraakt.

Roept u de nietigheid van een besluit in, dan kan uw bestuurder alsnog de algemene geschillenprocedure gebruiken om die nietigheid aan te vechten. Uw OR kan de kantonrechter om een vonnis vragen als uw bestuurder ondanks de nietigverklaring toch doorgaat met het uitvoeren van het besluit.

Nietigverklaring is onmisbaar

Als uw bestuurder het feit dat uw OR niet instemt negeert, is de nietigverklaring door uw OR is dus onmisbaar voor een gang naar de kantonrechter. Wacht dus niet te lang met deze nietigverklaring (anders kan het echt niet meer) en laat de werknemers weten dat zij zich hoeven te houden aan de nieuwe regeling.

Uw bestuurder zal u dat niet in dank afnemen, maar als uw OR dit door de vingers ziet, gebeurt het de volgende keer weer. Wilt u dat uw bestuurder uw OR serieus neemt, dan moet uw OR op de eerste plaats zichzelf serieus nemen.

Laat uw achterban duidelijk weten dat uw OR tot deze stap wordt gedwongen!



Meer informatie over het instemmingsrecht vindt u in de toolbox Regel het instemmingsrecht van de OR in acht stappen.

Meer informatie over het adviesrecht van de OR vindt u in de toolbox Stroomlijn het adviesrecht van de OR.