VERDIEPINGSARTIKEL

Artikel 33 WOR: Spelregels voor het instellen van een centrale of groepsondernemingsraad

In concerns en gefuseerde organisaties komen soms meerdere ondernemingsraden voor die elk voor een deel van de organisatie verantwoordelijk zijn. In zo’n geval bestaat het risico dat de medezeggenschap verloren gaat bij besluiten die op een hoger niveau dan dat van één van de raden worden genomen. De ondernemer kan dit voorkomen door naast de bestaande ondernemingsraden een overkoepelende centrale of groepsondernemingsraad in te stellen.


14 november 2019 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Artikel 33 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) verplicht de ondernemer om een centrale ondernemingsraad (COR) in te stellen als dat de medezeggenschap in de organisatie ten goede komt. Soms gebeurt dat voor een deel van de ondernemingsraden. In dat geval is er sprake van een groepsondernemingraad (GOR).

Let op! Verwar een groeps-OR niet met een gemeenschappelijke OR; ook weleens aangeduid met de afkorting GOR (meer over de gemeenschappelijke OR leest u in dit verdiepingsartikel.

Koepelondernemingsraden

De COR en GOR worden wel koepel­ondernemingsraden genoemd omdat zij elk 2 of meer ondernemingsraden overkoepelen. Boven één of meer (groeps-)ondernemingsraden kan de ondernemer ook een COR installeren. De leden van een koepelondernemingsraad worden gekozen uit en door de zittende leden van de overkoepelde ondernemingsraden.

Ook door een sterke groei van de organisatie of de decentralisatie van bevoegdheden kan de behoefte ontstaan aan een medezeggenschap in meerdere lagen, zoals artikel 33 WOR beschrijft. Vaak is er dan eerst één OR met meerdere onderdeelcommissies (OC’s) (zie dit verdiepingsartikel). Omdat een OC minder bevoegdheden heeft dan een OR, kan er door groei of decentralisatie de behoefte ontstaan om de OC’s om te zetten in volwaardige ondernemingsraden en om van de OR een COR te maken.

Samenwerkende organisaties

Een bijzondere vorm is die van een aantal nauw samenwerkende ondernemingen. Er is dan geen sprake van fusie of overname, maar de nauwe samenwerking kan wel betekenen dat de bestuurders van de verschillende organisaties belangrijke besluiten gezamenlijk nemen. Soms stellen ze daarvoor zelfs uit hun midden een één- of meerhoofdige leiding aan.

De ondernemingsraden van deze samenwerkende organisaties hebben dan ook behoefte aan een gezamenlijke gesprekspartner: een COR die overlegt met de leiding. Dat is de enige manier om te voorkomen dat medezeggenschap ontbreekt bij onderwerpen en besluiten van gemeenschappelijk belang (artikel 33, lid 3 WOR).

Als de samenwerkende bestuurders nog geen leiding hebben afgesproken, moeten ze kiezen wie van hen de gesprekspartner van de centrale ondernemingsraad of groepsondernemingraad wordt.

Bevordering van de toepassing van de WOR

Het wettelijk criterium voor het instellen van een GOR en COR is de bevordering van de toepassing van de WOR. U moet zich dus afvragen of de medezeggenschap gebaat is bij het instellen van een koepel-OR.

In het algemeen is dat zo als er bij het ontbreken van een COR onderwerpen zijn die buiten de invloedssfeer van de bestaande ondernemingsraden vallen. Als er bijvoorbeeld één arbodienst moet komen voor alle ondernemingen, is dat misschien voordelig maar aan welke OR moet het bestuur daarvoor om instemming vragen? Eigenlijk, aan alle raden.

En hoe moet het dan als 2 van de 3 ondernemingsraden kiezen voor die ene dienst die de andere OR juist niet wil? De WOR biedt hiervoor geen andere oplossing dan het instellen van een COR op het centrale niveau. Hetzelfde geldt voor strategische besluiten en belangrijke besluiten die betrekking hebben op meerdere of alle ondernemingen.

Werkwijze instelling koepelondernemingsraad

Een COR of GOR wordt op dezelfde manier ingesteld als een gewone OR. Er moet dus eerst een voorlopig reglement komen, waarover de vakbonden worden gehoord, waarna de betrokken ondernemingsraden intern de verkiezing van hun vertegenwoordigers kunnen regelen.

 

Formeel is dat de bevoegdheid en de verplichting van de bestuurder(s), maar gezien het feit dat er al ondernemingsraden bestaan, is het beter als deze hierbij van aanvang af betrokken worden.

 

Het kan vervolgens wenselijk zijn om de reglementen van de deelnemende raden aan te passen op het punt van de zittingsduur en de verkiezingsperiode. Om te voorkomen dat er in de COR (of GOR) voortdurend wisselingen optreden, is het beter als de zittingsperiodes van de deelnemende raden samenvallen met elkaar en met die van de koepel-OR. Dat gebeurt deels door aanpassing van de reglementen.

 

Meestal zal het ook nodig zijn dat één of meer raden vervroegd aftreden, zodat de gelijke zittingstermijnen ook in kunnen gaan. Een eenmalige verlenging van de zittingsduur is alleen mogelijk als die zich beperkt tot enkele maanden.

Weerstand tegen koepel

Zowel de bestuurder(s) als de ondernemingsraden kunnen het initiatief nemen om een COR of GOR op te richten. De initiatiefnemer moet de andere partij dan wel van het belang ervan overtuigen.

Bestuurders hebben vaak een afhoudende houding als het gaat om de instelling van een koepelondernemingsraad. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Hopelijk gaat het niet om het vermijden van een ‘pottenkijker’.

De COR of GOR heeft namelijk zelfstandige bevoegdheden voor zaken die de organisatie als geheel aangaan. De bestaande ondernemingsraden hebben die niet.

Vaak zal de weerstand te maken hebben met de kosten voor een extra medezeggenschapslaag. Weliswaar zijn de leden van de GOR en COR in principe allemaal ook OR-lid, maar door de extra taak hebben zij meer (werk)tijd en scholing nodig en dat komt voor rekening van de organisatie. De leden van een koepel-OR hebben namelijk recht op dezelfde faciliteiten als de OR-leden (artikel 34, lid 6 en 7 WOR).

Van OR naar COR

Datzelfde bezwaar bestaat weleens bij het omzetten van een medezeggenschapsstructuur bestaande uit één OR met meerdere onderdeelcommissies in meerdere ondernemingsraden met een COR. De urenvrijstelling van een OC is immers veel minder expliciet in de WOR vastgelegd. Ook hebben de leden van onderdeelcommissies minder scholingsrechten dan de leden van een OR, COR of GOR.

Het belang van goede medezeggenschap moet echter zwaarder wegen dan de (geringe) meerkosten. Als het overleg met uw bestuurder(s) op dat punt staakt, is het goed om de zaak voor te leggen aan de rechter. Laat u daarin bijstaan door een in het medezeggenschapsrecht gespecialiseerde advocaat.

Stapt u liever niet direct naar de rechter?

U kunt ook eerst uw bedrijfscommissie om advies en bemiddeling vragen. Het voordeel van zo’n procedure bij de bedrijfscommissie is dat deze kosteloos en niet-bindend is en dat de anonimiteit van de betrokken partijen is gegarandeerd. Bovendien zet een gang naar de rechter de verhouding meestal direct op scherp, wat doorgaans niet bevorderlijk is voor de relatie.

Vertegenwoordiging werknemers zonder OR

Een OR is wettelijk pas verplicht als het aantal werknemers in de betreffende organisatie in de regel 50 of meer is. Het kan dus zijn dat in een onderdeel van het concern of het samenwerkingsverband nog geen OR ingesteld is.

Om ook de werknemers zonder OR goed te vertegenwoordigen in de koepel-OR, kunt u één of meer zetels rechtstreeks laten kiezen uit en door deze groep werkzame personen. Dit moet u vastleggen in de reglement van de koepel-OR.

Als er voor de werknemers zonder OR wel een personeelsvertegenwoordiging (PVT) is ingesteld (bij organisaties met minder dan 50 werknemers in dienst), ligt het voor de hand dat deze vertegenwoordiging betrokken wordt bij de samenstelling van de centrale ondernemingsraad of groepsondernemingraad.