VERDIEPINGSARTIKEL

Artikel 35 WOR: Verschillende bevoegdheden van een COR en een GOR

Feitelijk is een centrale ondernemingsraad (COR) of groepsondernemingsraad (GOR) een OR met globaal dezelfde plichten, rechten en bevoegdheden als elke andere ondernemingsraad. Er zijn echter wel twee bijzonderheden als het gaat over de bevoegdheden. Zo kan er maar één OR bevoegd zijn over hetzelfde onderwerp en vallen onderwerpen van algemeen belang automatisch toe aan de koepel-OR. Dit is wettelijk bepaald.


28 december 2019 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


In dit verdiepingsartikel komt de bevoegdheidsverdeling en samenwerking tussen OR en COR/GOR (artikel 35 WOR) aan de orde.

Bevoegdheden van de koepel

Artikel 35 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) bepaalt in 2 volzinnen kernachtig de bevoegdheden van een COR of GOR. In de praktijk blijkt de afbakening tussen koepel-OR en onderliggende ondernemingsraden lang niet zo eenvoudig. Het duurt meestal wel enkele jaren voordat de leden en hun overlegpartners een goed beeld hebben van wat bij wie op het bordje ligt.

Ook daarna is er voortdurend behoefte aan onderlinge afstemming. Al is het maar om te voorkomen dat er onenigheid ontstaat over de vraag welk niveau van medezeggenschap zich moet buigen over een onderwerp of ontwikkeling.

Dat wil overigens niet zeggen dat de WOR geen enkele houvast geeft voor de toewijzing van onderwerpen en ontwikkelingen. Het principe is dat de COR/GOR bevoegd is als het gaat om een aangelegenheid die alle of ten minste een meerderheid van de overkoepelde ondernemingen betreft en de deelnemende ondernemingsraden niet. Het gaat om de bevoegdheden tot het verkrijgen van informatie, het voeren van overleg, het gevraagd en ongevraagd adviseren en het al dan niet geven van gevraagde instemming. Alles voor zover het onderwerpen van gezamenlijk belang betreft.

Voorbeeld

Stel dat de bestuurder van het concern waarvoor de COR is ingesteld een nieuwe arbodienstverlener wil voor het gehele concern, dan moet hij niet de afzonderlijke ondernemingsraden maar de COR om instemming vragen. Hetzelfde geldt voor het geval het concern wil uitbreiden en een ander bedrijf wil kopen.

 

Dat de afzonderlijke ondernemingsraden in deze gevallen niet bevoegd zijn om te overleggen, te adviseren of in te stemmen, wil niet zeggen dat ze dat op een later moment niet alsnog zijn. Zo zal de nieuwe arbodienst van het concern met elke onderneming afspraken moeten maken over hun inzet en contacten. Dat valt onder het instemmingsrecht van de OR.

Gemeenschappelijk belang

De wetgever voorkomt dus met artikel 35 WOR dat meerdere ondernemingsraden dezelfde zaak op hun overlegvergadering agenderen, daarover vragen stellen en er advies- of instemmingsverzoeken over willen ontvangen. Dat is een extra reden voor COR/GOR om hun standpunten en inzet in nauw overleg met de deelnemende raden te bepalen. Want uiteindelijk zal de kwestie wel doorwerken op de ondernemingen binnen het concern.

Hoewel de koepel-OR zich bezighoudt met onderwerpen die bij alle of de meerderheid van de ondernemingen aan de orde (moeten) komen, kan het ook gebeuren dat een onderwerp dat in principe één onderneming betreft, toch bij de COR belandt omdat er sprake is van een gemeenschappelijk belang. Een bekend voorbeeld is de dreigende sluiting van één onderneming binnen het concern.

Verdeling van de bevoegdheden

De meeste bevoegdheden van een COR of GOR komen dus van de onderliggende ondernemingsraden. Daarnaast heeft de koepel-OR eigen bevoegdheden die niet al aan de ondernemingsraden toebehoorden. Daarbij gaat het vooral om het concernbeleid.

Denk aan fusies, overnames, strategische plannen, aantrekken van een concernlening en bijvoorbeeld het aangaan van nieuwe samenwerkingsverbanden.

Als de COR of GOR niet is ingesteld voor een concern maar voor een groep samenwerkende ondernemers, zullen zij uit hun midden een bestuurder in de zin van de WOR moeten aanwijzen die namens hen het overleg voert met de koepel-OR. Als zowel COR als GOR bevoegd zijn, gaat de COR voor en is de GOR niet langer bevoegd. Dat kan veranderen als het gaat om de uitwerking van de plannen die met deelname van de COR zijn vastgesteld.

Het ligt voor de hand dat de zeggenschapsverhoudingen heel bepalend zijn.

De meeste koepelondernemingsraden stellen al bij hun eerste aantreden een lijstje op van onderwerpen die tot hun werkgebied behoren en die dus niet langer onder de bevoegdheid van de ondernemingsraden vallen. Dat kan in de vorm van een ondernemingsovereenkomst (artikel 32 WOR) of meer informeel, maar wel altijd in overleg met de bestuurder. Het betreft dan een uitwerking van wat artikel 35, lid 1 WOR bepaalt en wat op grond van artikel 35, lid 2 WOR niet langer tot de bevoegdheid van de deelnemende ondernemingsraden behoort. Gaandeweg zal dit worden aangepast, omdat niet alles is te voorzien en zich onderwerpen aandienen die óf de raden óf de COR/GOR moet oppakken.

Het ligt voor de hand dat de zeggenschapsverhoudingen heel bepalend zijn. Naarmate een groep of concern meer centraal wordt geleid, krijgt ook de COR of GOR meer werk.

Algemene gang van zaken

Bijzondere aandacht verdient de halfjaarlijkse overlegvergadering over ‘de algemene gang van zaken’. Deze bevoegdheid van de OR is vastgelegd in artikel 24 WOR en geldt ook voor de COR en GOR voor zover het de gang van zaken in het concern of de groep betreft.

 

Gaat het om het reilen en zeilen van de eigen onderneming, dan blijven de afzonderlijke ondernemingsraden hun eigen artikel 24-overleg voeren. In artikel 24 WOR geldt een ontheffing voor ondernemers die dit overleg zouden moeten voeren met vijf of meer ondernemingsraden, omdat ze meerdere ondernemingen in stand houden. Dat kan zich binnen het concern (of de samenwerkende ondernemingen) voordoen. In dat geval is de ondernemer nog steeds verplicht dit overleg met de COR of GOR te voeren.

Samenwerking in de medezeggenschap

Dat de koepel-OR bestaat uit de leden van de deelnemende raden garandeert al een zekere samenwerking tussen raden en de COR/GOR. Toch blijkt dit onvoldoende. Het hebben van een medezeggenschapsorgaan op een hoger niveau is alleen een verrijking als de COR- of GOR-leden zich laten informeren door hun OR en daar ook verslag uitbrengen van wat er in de COR speelt en besloten is.

Het werkt het beste als het van 2 kanten komt. De COR kan aan de hand van zijn agenda de ondernemingsraden om input vragen voor bepaalde actuele zaken. Wat zijn de standpunten, aandachtspunten en wensen? Wat mag er niet en wat moet juist wel gebeuren volgens de raad?

Ongevraagd

De OR kan ook ongevraagd de COR informeren over zijn standpunten en verwachtingen. Om te voorkomen dat de COR wordt overspoeld met uiteenlopende en onderling tegenstrijdige meningen kan hij het best de ondernemingsraden zijn voorlopige standpunt in een kwestie voorleggen en de OR-en vragen daarop te reageren. Ook dan kunnen de meningen uiteenlopen, maar het is dan eenvoudiger om overzicht te krijgen.

Medezeggenschap bij multinationals

De artikelen 33 t/m 35 WOR garanderen de medezeggenschap ook binnen in Nederland gevestigde bedrijven die tot een concern of een groep samenwerkende ondernemingen behoren. Steeds meer Nederlandse bedrijven maken echter deel uit van internationale concerns. Hierdoor hebben (centrale) ondernemingsraden ook steeds vaker te maken met besluiten vanuit het buitenland.

Door het besluit toe te rekenen aan de eigen bestuurder, is er dan toch advies of instemming van de OR nodig, maar verder heeft een OR er dan al gauw niets meer over te zeggen. Dat ligt anders als er een Europese ondernemingsraad (EOR) is.

Een EOR is op grond van de Wet op de Europese ondernemingsraden (WEOR) verplicht voor concerns met gemiddeld duizend of meer werknemers in ten minste twee EU-lidstaten met in ieder land minimaal 150 werknemers. Er wordt dan een moederonderneming in de EU aangewezen (ook als de feitelijke moeder buiten Europa gevestigd is) die een EOR moet instellen voor informatie en consultatie bij grensoverschrijdende zaken die het concern betreffen.

Volwaardig

Van volwaardige medezeggenschap zoals Nederland die kent dankzij de WOR, is bij deze constructie geen sprake. Wel is er op deze manier een belangrijke informatiebron voor de medezeggenschapsorganen in de Nederlandse bedrijven.