VERDIEPINGSARTIKEL

De regels voor onwerkbaar weer in twee voorbeelden

De regels voor strenge vorst, flinke wateroverlast en ander zogenoemd onwerkbaar weer zijn per 1 januari 2020 aangepast. Dat kan voor uw organisatie voordeel opleveren, maar ook een kostenpost met zich meebrengen die u nu niet heeft.

De nieuwe regels kunnen in de praktijk onduidelijkheid opleveren over wie wat wanneer moet regelen. U heeft daarbij als salarisadministrateur een cruciale rol. Twee praktijkvoorbeelden creëren daarover meer duidelijkheid.


4 februari 2020 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Zogenoemd onwerkbaar weer kan uw organisatie handenvol geld kosten: u moet immers het loon van de werknemer doorbetalen als het niet aan hem te wijten is dat hij geen arbeid kan verrichten. Daar is bijvoorbeeld sprake van als er een grote overstroming is of de gevoelstemperatuur te laag is om veilig buiten te werken.

Daarom golden er tot 1 januari 2020 sectorale afspraken over het aanvragen van WW-uitkeringen door deze werknemers. Zo mochten werknemers in de bouwsector meteen een WW-uitkering aanvragen – en mochten hun werkgevers de loonbetaling dus ook meteen stopzetten – bij onwerkbaar weer, terwijl in andere sectoren de werkgevers eerst nog tot wel twee weken het loon moesten doorbetalen.

Verschillende regels per sector

De verschillende wachttijden per sector waren nooit een probleem, omdat ze ook per sector door de betrokken werkgevers betaald werden. Daar is door de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) en het afschaffen van de sectorale premie voor de Werkloosheidswet verandering in gekomen.

De verschillende regels zijn nu ‘oneerlijk’ geworden, omdat alle regelingen uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf) betaald worden en dus niet meer per sector.

Dezelfde wachttijd bij onwerkbaar weer

Per 1 januari 2020 geldt daarom voor alle werkgevers en werknemers dezelfde wachttijd bij onwerkbaar weer. Werkgevers moeten twee dagen het loon van hun werknemers doorbetalen voordat zij beroep kunnen doen op een WW-uitkering.

De wachttijdregeling is onderdeel van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) en vervangt de huidige regels voor het zogenoemde vorstverlet. Alle werkgevers moeten hun werknemers per 1 januari 2020 bij onwerkbaar weer – denk aan strenge vorst of een flinke storm – twee dagen doorbetalen.

Daarna krijgen de werknemers recht op een WW-uitkering en stopt de loondoorbetalingsplicht van de werkgever.

Wachten per winterseizoen

De twee wachtdagen gelden per winterseizoen. Dat loopt van 1 november tot en met 31 maart. In die periode hoeft uw organisatie dus slechts één keer gedurende twee dagen het loon van de werknemers door te betalen bij onwerkbaar weer. Oók als er meerdere keren sprake van is.

Hoogte van de uitkering

De hoogte van de WW-uitkering bedraagt 75% van het loon met als maximum 75% van het maximumdagloon. Als het onwerkbare weer langer duurt dan twee maanden wordt de uitkering lager: 70%.

Dat wil echter niet zeggen dat de werknemer per definitie niet meer betaald krijgt dan dat. In sommige cao’s is namelijk afgesproken dat de werkgever de uitkering aanvult tot 100%. Als dat ook voor uw organisatie het geval is, draait u dus nog steeds op voor 25% tot maximaal 30% van het loon van de werknemer.

Als u de WW-uitkering van de werknemer aanvult, worden die aanvullingen niet in mindering gebracht op de WW-uitkering. Zij worden namelijk door UWV beschouwd als inkomsten wegens loonderving tijdens dienstbetrekking.

Calamiteitenregeling uitgesteld

In de afgelopen jaren is meerdere keren gesproken over de Calamiteitenregeling. Die zou ook een uniforme wachttijd invoeren, maar die zou dan vijf dagen zijn en niet de twee dagen zoals die in de wachttijdregeling staan.


Capaciteit

De invoering van de Calamiteitenregeling is echter keer op keer uitgesteld, zelfs vlak voor de datum van inwerkingtreding. Volgens minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had UWV de capaciteit niet om die regeling per 1 januari 2020 uit te voeren.

Strenge eisen voor WW-uitkering

De regeling voor onwerkbaar weer heeft strenge eisen. Alleen als aan de volgende eisen voldaan is, krijgt de werknemer een WW-uitkering en hoeft de werkgever zijn loon tijdelijk niet door te betalen:

  • U heeft er alles aan gedaan om te voorkomen dat het werk gestopt moet worden.
  • De werknemer kan alleen door onwerkbaar weer niet werken; er zijn dus geen andere redenen waarom hij niet kan werken. Hij is bijvoorbeeld niet ziek en er is voldoende werk voorhanden.
  • De werknemer kan per week minimaal vijf uur niet werken; voor werknemers die normaal minder dan tien uur per week werken geldt dat ze per week minimaal de helft van hun uren niet kunnen werken.
  • Het onwerkbare weer valt niet meer onder het normale bedrijfsrisico: er is dus sprake van uitzonderlijke omstandigheden. UWV kan vragen hoeveel dagen de afgelopen jaren jaarlijks wegens onwerkbaar weer niet gewerkt is.

Melding doen bij UWV

U moet op elke dag dat er sprake is van onwerkbaar weer melding doen bij UWV. De uitkeringsinstantie controleert vervolgens aan de hand van KNMI-gegevens of de melding van de werkgever terecht is.

 

Omdat UWV weinig handhavingscapaciteit heeft, wordt slechts steekproefsgewijs gecontroleerd of de werkgever het werk ook echt heeft stilgelegd en dus werknemers niet stiekem laat doorwerken.

Cao-afwijkingen van wettelijke wachtdagen

Tot 1 januari 2020 konden cao-partijen nog afwijken van het wettelijke aantal wachtdagen. Dat kan nu niet meer. Lopende cao-afspraken waarin een ander aantal wachtdagen is afgesproken, zijn vanaf 1 januari 2020 op dat punt dan ook niet meer geldig.

Toch hoeven niet alle cao-afspraken over onwerkbaar weer meteen in de prullenbak: de afspraken over de andere aspecten van onwerkbaar weer blijven geldig tot 1 november 2020 – de start van het nieuwe winterseizoen.

Denk daarbij aan afspraken over aanvullingen die werkgevers moeten betalen op de WW-uitkering of omschrijvingen van bij welke weersomstandigheden precies sprake is van onwerkbaar weer.

Cao-partijen hebben dus nog tot 1 november 2020 de tijd om de cao aan te passen aan de nieuwe regeling.

Verschillen in de praktijk

In de praktijk kan het per sector enorm verschillen of organisaties er door de nieuwe regels op vooruit- of achteruitgaan. Hierna ziet u twee voorbeelden.

1  Bouwsector

In de bouwsector gold tot 1 januari 2020 een wachttijd van vijf dagen bij vorst. Dat kostte een werkgever voor een werknemer die precies het wettelijk minimumloon verdiende 40 uur × € 9,44 per uur. Dat komt neer op maar liefst € 377,60 voor vijf dagen.

Daar kwam nog minimaal 8% vakantiebijslag bij, waardoor deze werknemer € 407,81 kostte. Sinds 1 januari 2020 is het minimumloon weliswaar verhoogd, maar doordat de werkgever nu nog maar twee wachtdagen hoeft door te betalen, kost een periode van strenge vorst hem nu slechts 16 uur × € 9,54 + 8% vakantiebijslag.

Dat komt neer op € 164,86. Werkgevers in de bouw zijn bij vorst dus een stuk beter af dan vóór 1 januari 2020.

2  Hellende daken

In de cao voor hellende daken – die onder meer geldt voor rietdekkers en leidekkers – gold tot 1 januari 2020 een wachttijd van nul dagen. Werkgevers mochten dus al op de eerste dag van onwerkbaar weer stoppen met het loon betalen en werknemers konden direct een WW-uitkering aanvragen.

Werkgevers die deze cao moeten volgen, gaan er dus – voor een werknemer die het wettelijk minimumloon verdient – € 164,86 op achteruit. Zij moeten nu namelijk twee dagen van 8 uur het loon doorbetalen en over dat loon ook vakantiebijslag betalen: 16 uur × € 9,54 + vakantiebijslag = € 164,86. 

Het hangt van de regels in uw cao van vóór 1 januari 2020 af of u goedkoper of duurder uit bent bij onwerkbaar weer. Bekijk die dus goed, ook om te bepalen wanneer er sprake van onwerkbaar weer is.

Langdurige regen is anders

In principe geldt sinds 1 januari 2020 voor alle weersomstandigheden die ervoor zorgen dat de werknemers van uw organisatie niet aan de slag kunnen één uniforme wachttijd van twee dagen.

 

Op die regel is echter één uitzondering: voor onwerkbaar weer wegens langdurige regen geldt een wachttijd van 19 dagen. U moet dan dus gedurende 19 dagen het loon van de werknemer doorbetalen voordat hij aanspraak kan maken op een WW-uitkering.