Ruime uitleg voor aanhorigheden door Hoge Raad

Als een aanhorigheid behoort tot een gebouw en daaraan dienstbaar is, geldt ook hiervoor de beperking op de afschrijving tot 50% van de WOZ-waarde in de inkomstenbelasting. Dit heeft de Hoge Raad onlangs aangegeven.

20 januari 2020 | Door redactie

Een ondernemer mag niet meer afschrijven over een pand als de bodemwaarde van dat pand is bereikt. Voor belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting is de WOZ-waarde van het pand de bodemwaarde. Bij ondernemers voor de inkomstenbelasting moet er ten aanzien van deze bodemwaarde (tool) een onderscheid worden gemaakt tussen gebouwen die de ondernemer verhuurt en die hij zelf gebruikt. Voor de verhuurde gebouwen geldt als bodemwaarde 100% van de WOZ-waarde, voor het eigen gebruik 50% van de WOZ-waarde.

Beperkte afschrijving van 50% 

In onderstaande zaak ging het om de vraag of aanhorigheden tot de gebouwen behoorden waarvoor de beperkte afschrijving van 50% gold. Een veehouder kreeg te maken met een inspecteur die afschrijving weigerde op de bouwwerken zoals een mestsilo, strooiselhok en de erfverharding omdat de bodemwaarde was bereikt. De bouwwerken waren volgens de inspecteur namelijk aanhorigheden van de bedrijfsgebouwen. De veehouder was het hier niet mee eens omdat hij vond dat er alleen sprake was van aanhorigheden als de bouwwerken onmiddellijk en uitsluitend dienstbaar waren aan het gebouw.

Bouwwerk moet dienstbaar zijn

De Hoge Raad ging mee met de uitleg over het begrip aanhorigheden van hof Den Bosch. Bij de vraag of een bouwwerk een aanhorigheid van een gebouw is, is beslissend of het bouwwerk tot dat gebouw behoorde, daarbij in gebruik was en daaraan dienstbaar was. Hier was in dit geval sprake van. Dit was dus een ruimer begrip dan wat de veehouder stelde. Voor een engere definitie van het begrip aanhorigheden was volgens de rechter ook geen ruimte. De onderdelen van een gebouw, de daarbij behorende ondergrond en dus ook aanhorigheden zijn dus te beschouwen als één bedrijfsmiddel waarvoor de beperking van de afschrijving uit de wet geldt. Het cassatieberoep van de veehouder werd dus ongegrond verklaard. 
Hoge Raad, 17 januari 2020, ECLI (verkort): 64 en 65

Bijlagen bij dit bericht

Lineair afschrijven
Tools | Rekentools