VERDIEPINGSARTIKEL

Inkomstenbelasting voor dga’s

U bent als dga ook werknemer van uw bv. In die hoedanigheid krijgt u in ieder geval te maken met de inkomstenbelasting.

Daarnaast komt u door de aandelen in uw bv of uw inkomsten uit sparen en beleggen ook in de inkomstenbelasting terecht. Waar loopt u allemaal tegenaan?


2 september 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De inkomstenbelasting bestaat uit 3 verschillende boxen:

  • box 1: inkomen uit werk en woning;
  • box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang;
  • box 3: inkomen uit sparen en beleggen.

U kunt met deze 3 boxen te maken krijgen. Hierna komen ze kort aan bod.

Box 1: inkomen uit werk en woning

In box 1 van de inkomstenbelasting geeft u het inkomen op dat u krijgt van uw bv (het 'gebruikelijk loon'). De loonheffingen die u op dit loon moet inhouden zijn een voorheffing op de heffing in box 1 en kunt u bij de berekening in mindering brengen. Meer over de loonheffingen voor u als dga leest u in dit verdiepingsartikel.

Naast het gebruikelijk loon moet u in box 1 onder andere de volgende inkomensbronnen aangeven:

  • inkomen uit overige werkzaamheden;
  • periodieke uitkeringen en eventuele betaling van premies, bijvoorbeeld bij een stamrecht-bv;
  • eigen woning.

Overige werkzaamheden

In box 1 van de inkomstenbelasting vallen dus ook de inkomsten uit overige werkzaamheden. Hierbij gaat het om uw inkomsten uit arbeid zonder dat er sprake is van een dienstbetrekking. Tot deze overige werkzaamheden rekent de Belastingdienst ook de inkomsten uit het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen (de terbeschikkingstellingsregeling, afgekort de ‘tbs-regeling’).

U kunt daar als dga ook mee te maken krijgen. De tbs-regeling heeft betrekking op vermogensbestanddelen die u als dga aan uw eigen bv ter beschikking stelt. Denk bijvoorbeeld aan het verhuren van een privépand of zelfstandige werkruimte in uw woning of het verstrekken van een geldlening aan uw bv. Deze vermogensbestanddelen vallen normaal gesproken als vermogen in box 3.

Door de tbs-regeling moet u inkomsten uit het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen – zoals de rente op een lening – opnemen in box 1 van de inkomstenbelasting. De inkomsten zijn daardoor progressief belast.

De tbs-regeling moet voorkomen dat u en uw bv onredelijk voordeel halen. Het gaat dan om de aftrek van de kosten van uw bv in de vennootschapsbelasting en het nagenoeg onbelast laten van de inkomsten (zoals rente en huur) in box 3.

Veel dga’s hebben een rekening-courantverhouding met hun bv. Via deze rekening boekt u kleine bedragen heen en weer met uw bv. Er vindt zo een doorlopende verrekening plaats. Is er sprake van een schuld van de bv aan de dga, dan valt dat onder de tbs-regeling. De rente is daardoor bij de bv aftrekbaar en belast in box 1 van de inkomstenbelasting.

Extra heffing op hoge schulden bij de bv

Het kabinet is van plan om maatregelen te nemen tegen 'excessieve' schulden van dga’s bij hun bv. 

Het gevolg hiervan is dat de Belastingdienst schulden van u en uw partner bij uw eigen bv boven de € 500.000 vanaf 2023 gaat aanmerken als inkomen uit aanmerkelijk belang. Deze schulden zijn dus belast in box 2. Er komt wel een uitzondering voor leningen die gebruikt zijn voor de eigen woning. Vooralsnog is het de bedoeling dat de Belastingdienst voor het eerst eind 2023 de hoogte van de schuld gaat peilen.

Periodieke uitkeringen

Periodieke uitkeringen zijn inkomsten die vallen in box 1. Een bijzondere vorm is de uitkering uit een stamrecht-bv, die vaak werd gebruikt bij een ontslagvergoeding. U kon deze vergoeding storten in een stamrecht-bv, waar u dan zelf dga van werd. Daardoor hoefde u niet onmiddellijk met de fiscus af te rekenen over het ontvangen ontslaggeld.

Sinds begin 2014 is de stamrechtvrijstelling in de loonbelasting afgeschaft en is het niet meer mogelijk om een ontvangen ontslagvergoeding in een stamrecht-bv te storten.

Houders van bestaande stamrechten konden er destijds ook voor kiezen om die door te laten lopen. In dat geval betaalt u dus pas bij uitkering van de termijnen belasting in box 1 van de inkomstenbelasting.

Tarief in box 1

In box 1 van de inkomstenbelasting geldt het progressieve tarief. In principe zijn er sinds 2020 nog 2 schijven. Tot een inkomen van € 68.507 betaalt u 37,35% (percentage 2020), daarboven 49,5%.

Schijven in box 1 op de schop

Tot 2020 waren er nog 4 schijven in box 1 van de inkomstenbelasting. Door dit aan te pakken wil het kabinet 'werken nog lonender maken'. Strikt genomen zijn er overigens nu nog steeds 3 schijven. Het tarief is weliswaar 37,35% tot aan € 68.507, maar een deel van die 37,35% bestaat uit premie volksverzekeringen. Voor werknemers die alleen loon- of inkomstenbelasting verschuldigd zijn of die alleen verzekerd zijn voor de volksverzekeringen is het onderscheid tussen de schijven dus nog wel van belang. Dat geldt ook voor AOW-gerechtigde werknemers.

Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang

Heeft u een aanmerkelijk belang in uw bv, dan moet u mogelijk belasting betalen over behaalde voordelen (zoals een winstuitkering). Op de themapagina 'Aanmerkelijk belang (box 2)' leest u wanneer dat het geval is.

Het tarief in box 2 is op dit moment 26,25%. U betaalt dus 26,25% belasting over de voordelen uit aanmerkelijk belang. Het kabinet wil dit tarief in 2021 laten stijgen naar 26,9%.

Deze verhoging van het tarief is volgens het kabinet nodig om ‘globaal evenwicht’ te houden tussen de dga en de ondernemer voor de inkomstenbelasting. Het zou anders veel aantrekkelijker worden om te ondernemen in de bv, zo luidt de redenering.

Belasting voor dga in een nieuw jasje

Het kabinet onderzoekt hoe het belastingstelsel toekomstbestendiger kan worden. Eén onderwerpen die daarbij aan de orde komen, is de belasting in box 2. In het huidige systeem hebben dga’s namelijk een fiscale prikkel om hun gebruikelijk loon zo laag mogelijk te houden, en om geld in de bv te laten in plaats van het uit te keren.

Vermogen
Inmiddels hebben ambtelijke werkgroepen maar liefst 169 'bouwstenen' opgeleverd die een volgend kabinet kan gebruiken om het belastingstelsel klaar te maken voor de toekomst. Een duidelijke richting in de beleidsopties is een verschuiving van de heffing van arbeid naar vermogen. Oók vermogen in bv's. Een mogelijkheid is om het tarief in box 2 op te hogen naar 30% of 35%. Of om jaarlijks 4% van het vermogen van de bv te belasten.

Box 3: inkomen uit sparen en beleggen

Als laatste kunt u in privé ook te maken krijgen met box 3 van de inkomstenbelasting: het inkomen uit sparen en beleggen. In deze box betaalt u belasting over het forfaitaire rendement op uw vermogen (bezittingen min schulden).

U krijgt bijvoorbeeld met deze box te maken als u gaat sparen voor uw oude dag. De aandelen in uw eigen bv vallen hier alleen onder als u geen aanmerkelijk belang heeft.

Het tarief in box 3 van de inkomstenbelasting bedraagt 30%. Deze belasting berekent u over het forfaitair rendement op uw vermogen (peildatum 1 januari van het jaar). Het thema 'Inkomen uit sparen en beleggen (box 3)' gaat verder in op de belastingheffing in box 3.

De laatste jaren is er de nodige discussie geweest over het gebruik van het forfaitaire rendement. Deze heffing sluit namelijk niet aan bij de lage rentestanden. Het ministerie van Financiën brengt daarom alternatieven in kaart voor de huidige vermogensrendementsheffing.