Als werkgever heeft u vast weleens te maken met een opzegging van een arbeidsovereenkomst, op uw initiatief of dat van een werknemer. Hierbij moet de opzeggende partij rekening houden met de opzegtermijn. Gebeurt dit niet, dan kan er sprake zijn van een onregelmatige opzegging. En daar kunnen consequenties aan vastzitten.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Michelle Maaijen en Floor Staubach, arbeidsrechtadvocaten bij Pallas Advocaten, e-mail: michelle.maaijen@pallas.nl, floor.staubach@pallas.nl
De wettelijke opzegtermijn voor een arbeidsovereenkomst (artikel) is geregeld in artikel 672 van Burgerlijk Wetboek 7. Voor werknemers geldt een opzegtermijn van één maand. Die termijn is niet afhankelijk van de duur van het dienstverband, in tegenstelling tot die van u als werkgever.
Voor werknemers van wie de arbeidsomvang niet is vastgelegd – zoals het geval is bij een nulurencontract – geldt een aparte opzegtermijn van vier dagen, onder voorwaarde dat in het contract staat dat hij tussentijds kan opzeggen. Deze opzegtermijn is gelijk aan de termijn voor het oproepen van de werknemer. Wel kunnen er in de cao afwijkende regels staan.
U mag een arbeidsovereenkomst niet zomaar opzeggen, maar alleen me