Hoewel de wetgever werkgevers aanmoedigt om werknemers meer zekerheid te bieden, maken werkgevers in de praktijk nog altijd veel gebruik van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en van oproepovereenkomsten.
Hierbij is het voor een werkgever van belang om zicht te hebben op de mogelijkheden en consequenties van verschillende vormen van contractverlengingen. Dit artikel gaat in op de spelregels bij contractverlengingen en de rol van jouw OR daarbij.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Joost Kokje en Maxime van Dort, advocaten bij Taylor Wessing, e-mail: j.kokje@taylorwessing.com en m.vandort@taylorwessing.com
Bij een contractverlenging gaat het vaak om elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Onder de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is het mogelijk om een werknemer op grond van de zogenoemde ‘ketenregeling’ maximaal drie contracten voor bepaalde tijd aan te bieden binnen een periode van drie jaar, als deze arbeidsovereenkomsten elkaar met tussenpozen van minder dan zes maanden opvolgen.
Als dit aantal of deze periode wordt overschreden, ontstaat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Om deze ketenregeling in werking te laten treden, moet het gaan om minimaal twee arbeidsovereenkomsten die na elkaar zijn aangegaan.
Bij cao kan de periode van drie jaar worden verlengd naar vier jaar en