Het ‘kleine broertje’ van de OR is de personeelsvertegenwoordiging (PVT). De PVT is in kleine organisaties actief en heeft doorgaans drie leden. De bevoegdheden van de PVT zijn vastgelegd in de Wet op de ondernemingsraden (WOR), maar zijn beperkt. De PVT moet het dus niet zozeer van de wet hebben, maar vooral van de eigen bijdragen aan de belangrijke besluiten voor organisatie en werknemers.
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Radboud Hafkenscheid, opleider/adviseur/ redacteur medezeggenschap
In artikel 35C WOR zijn alle bevoegdheden van de PVT vastgelegd. De wetgever heeft zich daar wel met een jantje-van-leiden vanaf gemaakt, want er wordt veel met artikelnummers naar andere artikelen in de WOR verwezen. Dat maakt het er voor de PVT niet makkelijker op om de rechten en plichten na te lezen. Vergeleken met de OR heeft een PVT beduidend minder bevoegdheden. Het komt er daarom op aan om die beperkte rechten zo goed mogelijk te benutten.
De WOR kent de PVT beduidend minder bevoegdheden toe dan de OR
De WOR verplicht de ondernemer niet tot het instellen van een PVT als er in de regel tussen de 10 en 50 medewerkers werkzaam zijn, maar hij kán het doen. Het gaat daa