Kleine lettertjes: urencriterium

Een ondernemer voor de inkomstenbelasting kan recht hebben op de ondernemersaftrek. De aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek, van deze ondernemersaftrek zijn bedoeld voor ‘echte' ondernemers. Om hiervoor in aanmerking te komen moet een ondernemer voldoen aan het urencriterium (1.225 uur besteden aan onderneming).

8 februari 2017 | Door redactie

In de Wet op de inkomstenbelasting is onder artikel 3.6 aangegeven dat een ondernemer in aanmerking kan komen voor de ondernemersaftrek (tool) als deze ‘gedurende het kalenderjaar tenminste 1.225 uren aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen, waaruit hij als ondernemer winst geniet, besteedt’. Onder de ondernemersaftrek vallen de zelfstandigenaftrek, startersaftrek, startersaftrek voor arbeidsongeschiktheid, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek en de stakingsaftrek.

Eisen van het urencriterium

De ondernemer voor de inkomstenbelasting voldoet aan het urencriterium (tool) als de tijd die hij in totaal besteedt aan de ondernemingen en het verrichten van de werkzaamheden hiervoor tenminste 1,225 uren bedraagt en hij in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was. Tot deze uren behoren niet de uren die hij maakt voor een onderneming die deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een of meer met hem verbonden personen als de uren hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn en dat het ongebruikelijk is dat een dergelijk samenwerkingsverband tussen niet-verbonden personen wordt aangegaan.

Urenadministratie bijhouden

De ondernemer moet aan kunnen tonen dat hij voldoet aan het urencriterium. Hiervoor kan hij het beste een urenadministratie hanteren. Zeker voor startende ondernemers is het raadzaam deze bij te houden om bij een latere discussie met de Belastingdienst  de bestede uren aan te kunnen tonen. Voor het urencriterium tellen in principe alle uren mee die de ondernemer aan zijn onderneming besteedt. Uiteraard is de fiscus kritisch op ondernemers met erg weinig declarabele uren (en dus omzet) die wel het urencriterium claimen. Het is raadzaam in een dergelijk geval goed te onderbouwen waar al deze indirecte uren voor gemaakt zijn en waarom dit op termijn wel tot een hogere omzet gaat leiden. Heeft de ondernemer naast zijn onderneming nog een baan in loondienst? Dan is het belangrijk dat hij aan zijn onderneming minimaal 50% van zijn werkzame tijd besteedt (en minimaal 1.225 uren). Doet hij dit niet, dan voldoet hij automatisch niet aan het urencriterium. Voor startende ondernemers geldt dit overigens niet.
Let op: het urencriterium geldt dus niet voor de MKB-winstvrijstelling!

In de rubriek ‘De kleine lettertjes van’ behandelt Rendement een bijzondere bepaling uit een wet, besluit of regeling. In deze editie: het urencriterium van artikel 3.6 uit de Wet op de inkomstenbelasting.