Controle auto met cameragegevens mag niet

De Belastingdienst mag de cameragegevens van de politie niet gebruiken om de rittenadministratie van de auto van de zaak te controleren omdat de wettelijke grondslag hiertoe ontbreekt. Dit is in strijd met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Advocaat-generaal (AG) Niessen komt tot deze conclusie in zijn advies aan de Hoge Raad.

22 augustus 2016 | Door redactie

In deze zaak had een werkgever een auto van de zaak (tool) ter beschikking gesteld aan zijn werknemer. De Belastingdienst had een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ afgegeven waarin stond dat de werknemer niet meer dan 500 privékilometers reed met de auto. In 2012 liet de fiscus aan de werknemer weten dat de rittenadministratie (tool) niet overeenstemde met de signaleringen van de ANPR-camera’s van de politie. De Belastingdienst legde over de jaren 2010, 2011 en 2012 naheffingsaanslagen (tool) loonbelasting op. De werknemer stapte naar de rechter. Hij vond dat het gebruik van de cameragegevens van de landelijke politie in strijd was met het EVRM omdat dit gebruik niet was gebaseerd op een wettelijke grondslag.

Opvragen cameragegevens in strijd met EVRM

Het hof stelde dat de inbreuk op privacy uiterst gering was. De Belastingdienst had deze gegevens namelijk nodig voor een adequate belastingheffing. De werknemer ging vervolgens in cassatie. In zijn advies aan de Hoge Raad gaf de AG aan dat het zelfstandig opvragen van gegevens van de Belastingdienst niet gebaseerd was op een wettelijke grondslag. Dit zou anders zijn als de fiscus het verzoek had laten lopen via een overheidsinstantie, de politie. Nu de wettelijke grondslag hiertoe echter ontbrak, was het opvragen van de gegevens in strijd met het EVRM. De AG vindt dan ook (pdf) dat de Hoge Raad het beroep van de werknemer gegrond moet verklaren. Het is nu afwachten of de Hoge Raad het advies van de AG gaat volgen.
Conclusie AG Niessen, 16 augustus 2016