Steeds vaker afkoopregeling auto van de zaak

Medewerkers met een auto van de zaak krijgen bij uitdiensttreding steeds vaker te maken met een afkoopregeling. Door afspraken over de auto van de zaak vast te leggen, hopen organisaties zich in te dekken tegen hoge kosten bij het vertrek van een medewerker. Maar de afkoopregeling blijkt in de praktijk meestal niet erg duidelijk.

3 maart 2014 | Door redactie

De crisis heeft ervoor gezorgd dat veel organisaties hun autoregeling hebben aangescherpt. Een relatief nieuwe bepaling is de afkoopregeling. Daarin is vastgelegd wat er met de auto gebeurt als een medewerker met een auto van de zaak opstapt.  Nu het economisch minder gaat, kan het voor een organisatie problematisch zijn om met een dure leaseauto te blijven zitten. Met een afkoopregeling legt de werkgever het risico van het vroegtijdig afbreken van het leasecontract bij de vertrekkende medewerker. Dat kan op twee manieren. Soms is bepaald dat de medewerker de auto bij vertrek mee moet nemen (dus het leasecontract overneemt). Ook kan zijn vastgelegd dat de medewerker het leasecontract moet afkopen, zonder dat hij dan eigenaar van de auto wordt. 

Afkoopregeling moet wel redelijk zijn

Omdat de afkoopregeling een nieuw fenomeen is, is er nog geen duidelijke jurisprudentie over. Volgens Vereniging Auto van de Zaak is die wel in de maak. De vereniging ondersteunt een rechtszaak over deze kwestie en adviseert medewerkers om geen autoregeling te ondertekenen als de afkoopregeling niet helder en redelijk is. Het is zeker niet redelijk om een medewerker van wie het contract niet wordt verlengd of die wordt ontslagen voor de kosten van het voortijdig afbreken van zijn leasecontract te laten opdraaien. Een afkoopregeling afspreken als een medewerker een afwijkende auto van de zaak heeft gekozen, kan wel logisch zijn.