CPB: schort rechten pandhouders tijdelijk op

Bij een faillissement of uitstel van betaling van een onderneming kan er nog wel eens onenigheid ontstaan tussen verschillende schuldeisers. Dat leidt er ofwel toe dat een onderneming extra snel richting de afgrond gaat, of tot ellenlange onderhandelingen tussen schuldeisers. Het Centraal Planbureau (CPB) pleit er daarom voor om de belangen van de schuldeisers meer op één lijn te brengen.

31 januari 2017 | Door redactie

De beleidsadviseurs van het CPB doen in een rapport (pdf) een aantal aanbevelingen om het faillissementsrecht efficiënter te maken. Want voor de economie als geheel en de productiviteit in ons land is het beter als ‘improductieve bedrijven minder lang blijven voortbestaan’. Het CPB stelt onder meer voor om een andere rangorde aan te brengen in de schuldeisers.

Opbrengst voor schuldeisers te laag

Daarnaast vindt het CPB het een goed idee als de belangen van de verschillende schuldeisers meer op één lijn komen te liggen. Want gekibbel tussen schuldeisers komt de totale opbrengst voor de schuldeisers bij een faillissement (tool) in het algemeen niet ten goede, aldus het CPB.
Eén voorbeeld van uiteenlopende belangen zijn schuldeisers die een onderpand hebben. In het huidige faillissementsrecht hebben zij een streepje voor op crediteuren (tool) zonder onderpand. In de praktijk kunnen zij hun onderpand al opeisen voordat de bewindvoerder van het failliete bedrijf een akkoord heeft gesloten met alle belanghebbenden.

Bedrijf in stukjes verkocht

Dit kan zelfs leiden tot een zogenoemde crediteurenrun, schrijft het CPB. Ofwel: het bedrijf wordt in stukjes geliquideerd en zo wordt elke schuldeiser met onderpand die zich meldt uitbetaald. Die schuldeisers hebben dan hun geld, maar een liquidatie van het bedrijf als geheel of een doorstart hadden tot een hogere opbrengst voor álle schuldeisers geleid, stelt het CPB.
De beleidsadviseurs stellen daarom voor om de rechten van schuldeisers met pandrechten op te schorten, totdat er een akkoord is tussen alle partijen. Op die manier hebben schuldeisers met een onderpand niet langer ‘de mogelijkheid om direct de stop uit de onderneming te trekken’, aldus het CPB. ‘Dit geeft de schuldenaar een stabiele basis om te kunnen reorganiseren.’
De andere voorstellen van het planbureau zouden ervoor moeten zorgen dat er niet alsnog een crediteurenrun ontstaat nadat er een akkoord is gesloten met alle partijen.

Leveranciers stoppen met leveren

De beleidsadviseurs doen ook voorstellen om het probleem van ellenlange onderhandelingen te tackelen. Soms komt het namelijk voor dat een minderheid van de schuldeisers een deal of reorganisatie blokkeert. Met alle gevolgen van dien: leveranciers stoppen met leveren en schuldeisers met pandrechten laten beslag leggen op hun onderpand. Niet goed voor de opbrengst voor schuldeisers, aldus het CPB. Het idee is daarom om een ‘dwangakkoord’ mogelijk te maken. Daarbij is de regel: als een meerderheid van de schuldeisers instemt, zijn alle schuldeisers gebonden aan het akkoord.
Recent heeft het ministerie van Justitie wel een voorstel gedaan  om een dergelijk dwangakkoord mogelijk te maken, maar dat gaat het CPB nog niet ver genoeg. Wat de adviseurs betreft moet er van tevoren wettelijk worden vastgelegd welke rechten welke schuldeiser heeft.