Familiebedrijf moet bijschaven, niet het roer omgooien

Wat kunnen familiebedrijven leren van concullega's die al 100 jaar bestaan? Onder meer dat het belangrijk is om een generatiekloof in de bedrijfstop te voorkomen, te blijven investeren in innovatie en het bedrijfsmodel niet radicaal om te gooien. En dat het erg helpt om de familienaam in te zetten.

23 september 2020 | Door redactie

Nederland telt zeker 137 familiebedrijven die al meer dan 100 jaar bestaan, zo blijkt uit onderzoek van het Erasmus Centre for Family Business (ECFB), in samenwerking met accountantsbureau BDO en Rabobank. Het ECFB heeft onderzocht wat belangrijke factoren zijn om het zo lang vol te houden als familiebedrijf en welke risico’s er komen kijken bij het klimmen der jaren.

Overgang naar 3e generatie blijkt kantelpunt

In het onderzoek zijn de financiële gegevens bekeken van 6.500 beursgenoteerde ondernemingen wereldwijd. Daarvan zijn er bijna 32% een familiebedrijf. Eén van de conclusies is dat familiebedrijven (infographic) op langere termijn langzamer gaan groeien. Die vertraging is groter dan bij niet-familiebedrijven ‘op leeftijd’. Onder leiding van de 1e generatie groeien familiebedrijven harder dan gemiddeld, vanaf de 3e generatie juist langzamer dan gemiddeld. Volgens de onderzoekers is het dan ook raadzaam om tegen de tijd dat de 3e generatie aan het roer komt de bedrijfsvoering onder de loep te nemen.
Zeker omdat blijkt dat oudere familiebedrijven rond die tijd ook minder gaan investeren in innovatie. Want waarom zou je een product aanpassen dat al decennia goed werkt? Omdat het risico is dat deze familiebedrijven ‘door hun behoudzucht compleet de boot missen’, luidt het antwoord van de onderzoekers.

Familienaam gebruiken helpt resultaten vooruit

Logische vervolgvraag is dan wat het geheime recept is van familiebedrijven die deze valkuilen weten te omzeilen en wél de 100 jaar aantikken. Het onderzoek (pdf) onderscheidt 5 ingrediënten voor succes bij oudere familiebedrijven:

  • De leiding ligt bij een externe CEO, maar de betrokkenheid van de oprichtersfamilie als ‘cultuurdragers’ is cruciaal.
  • Voorkom dat meerdere generaties tegelijkertijd de leiding hebben, want dit kan leiden tot een botsing. De oudere generatie wil zich richten op cashflow ‘met het oog op de pensioenvoorziening’, terwijl de jongere generatie juist investeringen wil doen en dus geld uitgeven.
  • Gebruik de familienaam, dat heeft een positief effect op de resultaten. En de nadruk op historie levert ook de gun-factor op bij het publiek.
  • Schaaf aan het bedrijfsmodel, maar gooi het niet radicaal om. Familiebedrijven die trouw blijven aan hun bedrijfsmodel en kleine verbeteringen doorvoeren doen het door de jaren beter dan ondernemingen die het roer compleet omgooien. Het is verstandig om te blijven investeren in innovatie, maar richt dat dan op bijvoorbeeld verbeteringen in producten, diensten of processen.