UBO-register heeft een lang sleepnet

De definitie die bepaalt wie de zogeheten ultimate beneficial owner (UBO) van een onderneming is, is veel breder dan alleen '25% van de zeggenschap'. Dat bange vermoeden van veel UBO's is bevestigd in de algemene maatregel van bestuur die vastlegt wanneer iemand een UBO is.

5 februari 2018 | Door redactie

Dat is straks ook van belang voor het zogeheten UBO-register, dat onderdeel is van de Europese anti-witwasrichtlijn. Het idee is dat door de gegevens in het register sneller duidelijk is wie er achter de schermen aan de touwtjes trekt. In het register komen gegevens van bijvoorbeeld grootaandeelhouders van familiebedrijven. Bestuurders die helemaal niks met witwassen van doen hebben, vrezen daarom voor hun privacy.

UBO met belang dat kleiner is dan 25%

De vraag was nog vooral wanneer iemand voor de wet wordt gezien als UBO. Inmiddels heeft het ministerie van Financiën meer duidelijkheid geschapen met het ‘Uitvoeringsbesluit Wwft 2018’. In deze algemene maatregel van bestuur (amvb) is per rechtsvorm vastgelegd wanneer iemand in principe een UBO is voor de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Hoewel het een amvb is en de Tweede Kamer er dus niet mee hoeft in te stemmen, is er wel een internetconsultatie gestart over het besluit. Die loopt tot 28 februari 2018. Mogelijk komen er op basis daarvan nog wijzigingen in de definitie, die nu dus wordt vastgelegd voor de Wwft. Maar de verwachting is wel dat dezelfde definitie zal gaan gelden voor wie er straks precies in het UBO-register moet komen.
Aanvankelijk was de gedachte dat iemand een belang van minstens 25% moest houden in een onderneming om een UBO te zijn. Maar nu blijkt dat dit percentage slechts één van de redenen kan zijn om iemand als UBO aan te wijzen. Ook personen die een lager percentage houden maar wel zeggenschap hebben, kunnen de UBO van een onderneming zijn. Dat geldt ook als iemand het eigendom niet rechtstreeks houdt, maar bijvoorbeeld via een Stichting Administratiekantoor.

Ook hogere leidinggevende kan UBO zijn

Ook voor een maatschap en een vereniging geeft het besluit richtlijnen. Bij een maatschap geldt dat de natuurlijke persoon die recht heeft op meer dan 25% van de winsten van de maatschap in elk geval de UBO is. Bij een vereniging is dat degene met minstens 25% van de stemmen.
Het besluit bevestigt ook dat inderdaad hogere managers aangemerkt kunnen worden als UBO. Als er namelijk na grondig onderzoek niemand gevonden wordt die de uiteindelijke eigenaar is, dan wordt het hoger leidinggevend personeel als UBO gezien, meldt het uitvoeringsbesluit. En ook als er twijfel is of er wel een natuurlijk persoon de uiteindelijke eigenaar van een onderneming is. Wel benadrukt het besluit dat dit ‘nadrukkelijk een terugvaloptie’ is. Ofwel: pas als alle wegen bewandeld zijn om een UBO te achterhalen, komen de leidinggevenden in beeld.