Bewijs juiste toepassing van holdingresolutie

Om als niet-ondernemer opgenomen te worden in een fiscale eenheid op basis van de holdingresolutie, moet u duidelijk kunnen aantonen dat de niet-ondernemer een beleidsmatige en sturende rol vervuld in het concern. Dit heeft de Hoge Raad onlangs geoordeeld.

15 oktober 2015 | Door redactie

De Hoge Raad oordeelde hiermee in een zaak waarover u hier vorig jaar al kon lezen. In die zaak mocht een bv die zelf geen BTW-ondernemer was van het gerechtshof een fiscale eenheid vormen met gelieerde vennootschappen in hetzelfde concern. De staatssecretaris van Financiën ging in cassatie tegen die uitspraak en met succes. Het gerechtshof had de fiscale eenheid namelijk toegestaan zonder goed te toetsen of de bv wel echt een sturende en beleidsbepalende rol had die verder gingt dan die van een gewone aandeelhouder verwacht mag worden. De zaak is daarom door de Hoge Raad terugverwezen voor verder onderzoek.

Te weinig motivering en bewijs

Volgens de holdingresolutie mag een holding die zelf geen ondernemer is voor de btw (tool) een fiscale eenheid vormen met een dochteronderneming die wel BTW-ondernemer is, als de holding beleidsbepalend is. Volgens de Hoge Raad was het in deze niet voldoende vast komen te staan welke rol de bv precies binnen het concern speelde. Om een beroep te doen op de holdingresolutie, moet u dit dus overtuigend aan kunnen tonen, zoals de dga in deze recente rechtszaak wel deed.
Hoge Raad, 11 september 2015, ECLI (verkort): 2498