Navordering blijft in stand ondanks frauderende adviseur

Als een belastingadviseur aftrekposten in de aangifte inkomstenbelasting opvoert die niet kloppen, kan er nagevorderd worden bij de belastingplichtige. Er was hier sprake van een nieuw feit en kwade trouw die beide aan de belastingplichtige konden worden toegerekend.

5 februari 2018 | Door redactie

In deze zaak ging het om de vraag of de navorderingsaanslagen (tool) in stand konden blijven. Voor het opleggen van deze aanslagen is het namelijk nodig dat de inspecteur kan bewijzen dat er sprake is van een nieuw feit en/of van kwade trouw (het opzettelijk verstrekken van onjuiste inlichtingen aan inspecteur). De man in deze zaak liet zijn aangiften verzorgen door een belastingconsulent. De Belastingdienst kreeg, voor het eerst in 2014, een aantal maal signalen dat de door deze belastingconsulent ingediende aangiften niet klopten (hiervoor werd hij ook strafrechtelijk vervolgd). Op het moment dat er tot actie werd overgegaan door de fiscus was echter al een groot deel van deze aangiften afgedaan door het geautomatiseerde systeem van de Belastingdienst.

Geen bewijs voor afgetrokken zorgkosten

De man kreeg vragen over de door hem afgetrokken zorgkosten in een aantal jaren, maar kon hiervoor geen bewijs overleggen. De inspecteur legde daarop in 2016 navorderingsaanslagen over 2011, 2012, 2013 en 2014 op. Volgens de man had de inspecteur onnodig lang gewacht met het opleggen van de aanslagen. De rechter gaf aan dat ze er bij de beoordeling van het geschil vanuit ging dat de aangiften door de man waren ingediend en dat deze ook het bewijs op de gestelde vragen moest aanleveren. De inspecteur had niet te lang gewacht met het vragen naar de informatie over de zorgkosten en het opleggen van de aanslagen.

Onjuiste aangiften aan man toerekenen

Daarnaast had de man ook niet bewezen dat hij de opgegeven zorgkosten had gemaakt. En omdat de aftrekposten dus te hoog waren, was er sprake van een nieuw feit. Ook was de man te kwader trouw, de door de belastingconsulent ingediende onjuiste aangiften moesten aan de belastingplichtige worden toegerekend. De navorderingsaanslagen bleven dus in stand.
Rechtbank Arnhem-Leeuwarden,16 januari 2018, ECLI (verkort): 366