Onjuiste tenaamstelling bestelauto herstellen

Geregistreerde ondernemers bij de Belastingdienst met een bestelauto kunnen vrijstelling voor de BPM-heffing krijgen. Het kan echter voorkomen dat de bestelauto op naam van de verkeerde persoon wordt geregistreerd. In dat geval kunt u de onjuiste tenaamstelling binnen één maand herstellen.

20 februari 2013 | Door redactie

Ondernemers met een bestelauto die is geregistreerd na 1 juli 2005 kunnen vrijstelling voor de BPM-heffing krijgen als zij meer dan 10% van de per jaar gereden kilometers zakelijke kilometers rijden. De Belastingdienst controleert dit in principe via de kentekenregistratie. In sommige gevallen gaat de kentekenregistratie verkeerd, waardoor de ondernemer alsnog BPM moet betalen. Denk hierbij aan de tenaamstelling van de bestelauto op naam van een directeur-grootaandeelhouder in plaats van op de vennootschap. In dat geval kan de ondernemer geen aanspraak maken op de BPM-vrijstelling.

Herstellen binnen één maand toegestaan

Ondernemers kunnen voorkomen dat ze door een verkeerde tenaamstelling alsnog BPM moeten betalen. Als een verkeerde tenaamstelling binnen één maand wordt hersteld en beide partijen een schriftelijke verklaring ondertekenen, keurt de Belastingdienst het goed dat de BPM-heffing achterwege blijft. De eerste kentekenhouder moet daarin verklaren dat de bestelauto per abuis op zijn naam was gesteld. De tweede kentekenhouder dient te verklaren dat hij zich zal houden aan de voorwaarden van de ondernemersvrijstelling.