Wat houdt een civielrechtelijk bestuursverbod in?

12 oktober 2021

Waarom is er een civielrechtelijk bestuursverbod en wat houdt het in?

De overheid maakt veel werk van het aanpakken van faillissementsfraude. Dat is niet voor niets, want deze vorm van fraude raakt veel bonafide ondernemingen. Daarom isop 1 juli 2016 de Wet civielrechtelijk bestuursverbod in werking getreden. Dat kwam neer op het toevoegen van artikelen 106a tot en met 106e aan de Faillissementswet.

Het civielrechtelijk bestuursverbod voorkomt dat frauduleuze bestuurders met nieuwe rechtspersonen hun activiteiten ongehinderd voortzetten en daarmee schade toebrengen aan het handelsverkeer.

Bestuursverbod bij faillissementsfraude of wanbeheer

Het civielrechtelijk bestuursverbod is een wettelijke mogelijkheid om een bestuursverbod op te leggen aan bestuurders die faillissementsfraude plegen of zich schuldig maken aan wanbeheer in de aanloop naar een faillissement. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn als bestuurders vóór het faillissement vermogen uit de onderneming sluizen om schuldeisers te benadelen.

Degene aan wie de rechter een civielrechtelijk bestuursverbod oplegt, mag gedurende een door de rechter bepaalde periode:

  • geen bestuurder of commissaris zijn van een rechtspersoon, tenzij de rechter in het vonnis daarop uitzonderingen toestaat;
  • geen volmacht verkrijgen;
  • een rechtspersoon niet vertegenwoordigen;
  • niet als bestuurder of commissaris worden benoemd bij de oprichting van nieuwe rechtspersonen.

Een civielrechtelijk bestuursverbod geldt voor een termijn van maximaal vijf jaar.

Vermelding in openbaar register

Krijgt een ondernemer een bestuursverbod opgelegd, dan komt zijn naam in een openbaar register. Notarissen en de Kamer van Koophandel werken dan niet meer mee aan de oprichting en inschrijving van een nieuwe onderneming waarin die persoon als bestuurder is benoemd. Daarnaast is er een bepaling opgenomen die verbiedt dat ondernemers met een bestuursverbod indirect via ‘stromannen’ ondernemingen besturen.