Creditnota niet voldoende voor teruggaaf BTW

Als een afnemer niet aan zijn betalingstermijnen voldoet, moet de ondernemer bij een verzoek tot teruggaaf van BTW aannemelijk maken dat de afnemer de bedragen in de toekomst ook niet zal betalen. Een creditnota met begeleidende brief is hierbij niet voldoende als bewijsmiddel. Dit heeft Hof Den Bosch onlangs bepaald.

11 juli 2016 | Door redactie

In deze zaak draaide het om een bv die met een afnemer overeengekomen was dat de afnemer gebruik mocht maken van het merkenrecht van de bv. Daarvoor zou de afnemer een bedrag in termijnen betalen. In werkelijkheid betaalde hij echter maar een deel van het bedrag. Het resterende bedrag van € 11 miljoen bleef onbetaald. De bv stelde de afnemer daarom in gebreke en stuurde in 2008 een creditnota. De afnemer accepteerde deze creditnota niet. Hij vond namelijk dat hij de betalingsregeling mocht aanpassen.

Aannemelijk maken dat afnemer in toekomst niet betaalt

De bv had bij de Belastingdienst verzocht om een teruggave van de BTW voor het niet-betaalde bedrag. De fiscus weigerde deze teruggaaf echter te verlenen. Uiteindelijk kwam de bv bij de Hoge Raad terecht. Onze hoogste rechter bepaalde dat de bv in deze situatie aannemelijk moest maken dat de afnemer niet had betaald en dit in de toekomst ook niet zou doen. Of de afnemer uiteindelijk niet zou betalen was voor de Hoge Raad niet duidelijk. De Hoge Raad verwees de zaak daarom naar Hof Den Bosch om dit verder uit te zoeken.

Versturen van creditnota niet voldoende

Het hof vond dat de afnemer bij het terugsturen van de creditnota duidelijk had moeten maken dat hij afzag van de betaling van de termijnen. Dit had de afnemer niet expliciet gedaan. Hij erkende de beëindiging van de licentieovereenkomst niet en wilde niet afzien van het merkenrecht. Ook was niet duidelijk of de afnemer de betaling van de betalingstermijnen van 2009, 2010 en 2011 achterwege zou laten. Het versturen van een enkele creditnota met begeleidende brief door de bv was daarom niet voldoende om aan te tonen dat de afnemer de betalingstermijnen niet zou betalen. De afnemer had moeten aangeven dat hij afzag van de betalingen en dat was in 2008 nog niet duidelijk. De fiscus had het verzoek van de bv om de teruggaaf van BTW dus terecht geweigerd.
In deze tool kunt u zien hoe u om een teruggaaf van BTW kunt verzoeken bij oninbare vorderingen en welke bewijsmiddelen u daarbij moet meesturen.
Gerechtshof Den Bosch, 7 juli 2016, ECLI (verkort): 2190