Wanneer moet ik een suppletieaangifte BTW doen?

29 januari 2020

Wanneer moet ik een suppletieaangifte BTW doen?

Een suppletieaangifte komt aan de orde op het moment dat vast komt te staan dat er een onjuiste aangifte BTW is gedaan. Vaak zal dit voor het eerst plaatsvinden bij het opmaken van de jaarrekening. Op grond van de informatieplicht moet u suppletieaangifte doen zodra u constateert dat uw BTW-aangifte onjuist of onvolledig is. Dit kan dus ook veel eerder zijn dan tijdens het opmaken van de jaarrekening.

Als u heeft geconstateerd dat u een correctie moet maken, kan dit met een zogenoemde suppletieaangifte. Deze aangifte kunt u digitaal of per formulier indienen bij de Belastingdienst. De termijn voor het indienen van een suppletieaangifte is vijf jaar.

Als de correctie minder dan € 1.000 bedraagt (positief of negatief), is het toegestaan deze correctie te verwerken in uw eerstvolgende aangifte BTW. Hiervoor hoeft u dan geen afzonderlijke suppletieaangifte in te dienen.

De aangifte leidt tot een naheffingsaanslag (bij te weinig betaald) of wordt behandeld als een ambtshalve verzoek om teruggaaf. In tegenstelling tot de reguliere BTW-aangifte hoeft u het verschuldigde bedrag pas na ontvangst van de naheffingsaanslag te betalen.

Als u met een suppletie extra BTW moet afdragen en u doet dit netjes na afloop van het kalenderjaar, wordt er in de regel door de fiscus geen boete opgelegd. Als de fiscus zelf achteraf vaststelt dat er te weinig BTW is afgedragen, wordt er wel een boete opgelegd. De bij een suppletieaangifte in principe ook verschuldigde belastingrente kunt u voorkomen door vóór 1 april een suppletie in te dienen. Bij een latere correctie rekent de fiscus belastingrente over het te betalen bedrag.