Wat is het bestemmingslandbeginsel bij BTW?

6 oktober 2020

Wat verstaat men in de context van de BTW ­onder het begrip ‘bestemmingslandbeginsel’ bij het leveren van goederen en diensten?

De Wet OB 1968 (omzetbelasting ofwel BTW) verbindt de BTW-heffing met de levering van een goed of dienst. Voor de BTW is dus niet het moment waarop de verplichting tot levering ontstaat (bijvoorbeeld het sluiten van een overeenkomst) beslissend maar het moment van levering. Een overeenkomst tot levering van een goed kan bijvoorbeeld opgezegd of niet nagekomen worden, doordat de leverancier plotseling failliet is gegaan: dan vindt er geen levering plaats en er is dan ook geen BTW verschuldigd.

Belastbaar

Wil een levering in Nederland belastbaar zijn, dan moet de plaats van de levering in Nederland liggen. Het uitgangspunt is dat BTW moet worden geheven daar waar de prestaties worden geconsumeerd: dat is het zogenoemde ‘bestemmingslandbeginsel’. Het begrip ‘levering’ staat voor de overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken. De meeste leveringen vallen onder dit leveringsbegrip.

Maar de Wet OB 1968 kent ook een aantal afwijkende regels op deze hoofdregel. Bijvoorbeeld als een ondernemer wijn of bier (of andere accijnsgoederen) levert aan een afnemer in een andere lidstaat, moet er BTW worden betaald in de lidstaat van bestemming. Gaat het om leveringen aan boord van een schip, vliegtuig of trein, dan vindt de levering plaats op de plaats van vertrek van het passagiersvervoer.