‘Corona is maar een griepje’ kost werkgever veel geld

Nonchalant omgaan met de RIVM-richtlijnen kwam een werkgever duur te staan. In een ontslagzaak oordeelde de kantonrechter dat de werkgever zelf ernstig verwijtbaar had gehandeld. Hij moest de werknemer onder meer een billijke vergoeding betalen.

2 april 2021 | Door redactie

De betreffende werknemer werkte bij een bouwbedrijf als kwaliteitsmanager. Na de uitbraak van de corona-epidemie in Nederland in maart 2020, ontstond er tussen de werkgever en de werknemer een discussie over het naleven van de RIVM-richtlijnen. Zo vond de werkgever het niet nodig dat een werknemer met coronaklachten in quarantaine ging, omdat hij corona ‘slechts een griepje’ vond. De werknemer maakte zich ook zorgen over zijn eigen medische situatie en zei zich hier niet prettig bij te voelen. De werkgever gaf aan dat als het de werknemer niet beviel, hij ‘zijn spullen mocht pakken’.

Werkgever kortte jaarlijkse bonus

In juli 2020 verliet de werknemer een etentje met collega’s voortijdig, omdat het niet mogelijk was 1,5 meter afstand te houden. Een week later kreeg de werknemer te horen dat hij in juli een bonus zou ontvangen van slechts € 2.000, in plaats van de gebruikelijke € 20.000. Hierop meldde de werknemer zich ziek. De werkgever stuurde direct aan op beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De bedrijfsarts constateerde dat de werknemer niet arbeidsongeschikt was op medische gronden, maar dat er sprake was van een arbeidsconflict. Wel adviseerde de bedrijfsarts de werknemer om voorlopig rust te nemen. Nadat de werknemer om die reden had aangegeven nog niet in gesprek met de werkgever te willen, zette de werkgever de loonbetaling stop.

Partijen zien samenwerking niet meer zitten

De werkgever verzocht de rechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen (e-grond) en een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Volgens de werkgever had de werknemer bewust aangestuurd op een conflict. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer niet verwijtbaar had gehandeld (artikel). Wel was de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord, wat beide partijen erkenden. De arbeidsovereenkomst werd op deze grond ontbonden.

Werkgever was nalatig

Naar het oordeel van de kantonrechter had niet de werknemer, maar de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld. De manier waarop de werkgever was omgegaan met de RIVM-richtlijnen, was onzorgvuldig en nalatig. Ook had de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld door onder meer aan te sturen op beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het advies van de bedrijfsarts te negeren en het loon stop te zetten. De werkgever was de werknemer een billijke vergoeding aan inkomens- en pensioenschade van in totaal ruim € 58.000 verschuldigd. Daarnaast moest hij het achterstallige salaris, de vakantiebijslag, de niet opgenomen vakantiedagen, het niet uitbetaalde deel van de bonus (€ 18.000), de wettelijke transitievergoeding (tool) van ruim € 38.000 én de proceskosten betalen.
Rechtbank Midden-Nederland, 15 maart 2021, ECLI (verkort): 1170