UBO leidt tot inbreuk op privacy betrokkenen

In de Tweede Kamer is onlangs gesproken over het wetsvoorstel tot implementatie van het UBO-register. Vooral de openbaarheid van de UBO-gegevens gaat voor velen te ver. De privacy van betrokkenen komt door deze openbaarheid in het geding.

3 juni 2019 | Door redactie

In het register komen gegevens over de uiteindelijk belanghebbende (de ‘ultimate beneficial owner’ ofwel UBO) van ondernemingen, stichtingen en verenigingen. Het UBO-register is onderdeel van een Europese richtlijn tegen witwassen. Het idee is namelijk dat personen die zich bezighouden met financiële criminaliteit zich vaak verschuilen achter een kerstboom aan bv’s. Dankzij het register zou sneller duidelijk zijn wie er achter de schermen aan de touwtjes trekt en kan witwassen beter aangepakt worden. 

Inbreuk op privacy is te groot

Veel UBO’s, zoals bijvoorbeeld grootaandeelhouders van familiebedrijven, hebben echter al aangegeven dat het hen dwars zit dat straks iedereen tegen een kleine vergoeding een aantal basisgegevens mag opvragen uit het UBO-register. Maar ook uit de hoek van de goede doelen is er kritiek. De inbreuk op de privacy is door de openbaarheid van de gegevens te groot! 

Bezwaar maken tegen openbaarheid

Die kritiek op het wetsvoorstel tot implementatie van het UBO-register is ook doorgedrongen tot de Tweede Kamer, die onlangs over dit wetsvoorstel bakkeleide. In dit debat kwam ook weer naar voren dat de balans tussen privacy en transparantie niet acceptabel is. Er wordt daarom voor gepleit de  openbaarheid van de UBO-gegevens te beperken.
Als het wetsvoorstel ongewijzigd zal worden ingevoerd, is het de verwachting dat veel UBO’s bezwaar maken tegen de algemene openbaarheid omdat niet duidelijk is waarom deze inbreuk op de privacy noodzakelijk en proportioneel is voor het bestrijden van witwassen en terrorisme.

Bijlagen bij dit bericht