STOP strategie voor kankerverwekkende stoffen

Werken met kankerverwekkende stoffen moet zo veel mogelijk worden voorkomen. Maar vervanging is niet altijd eenvoudig of technisch mogelijk. De STOP-strategie moet werkgevers daarom helpen met het nemen van risicobeperkende maatregelen

5 september 2017 | Door redactie

Organisaties waar gewerkt wordt met kankerverwekkende stoffen moeten alles doen wat technisch mogelijk is om te voorkomen dat werknemers met de stof werken. Economische belangen mogen hierbij geen rol spelen. Omdat het niet altijd eenvoudig is om een vervanging voor de stof te vinden, is er de Routekaart voor kankerverwekkende stoffen, een Europees actieprogramma om organisaties te helpen bij het terugdringen van het gebruik van kankerverwekkende stoffen op het werk. In 2017 en 2018 zoomt het in op de STOP-strategie.

Vaste volgorde STOP-strategie

STOP is de arbeidshygiënische strategie voor kankerverwekkende stoffen. Die kent – in een vaste volgorde – de volgende stappen:

  • S = Substitutie (vervanging van de stof).
  • T = Technische maatregelen, zoals afzuiging van stofdeeltjes in de lucht.
  • O = Organisatorische maatregelen, zoals de duur van de blootstelling beperken.
  • P = Persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals luchtweg- of huidbescherming.

De Roadmap besteedt in 2017 aandacht aan de eerste twee stappen en in 2018 aan de laatste twee.

Schadelijke stof vervangen door alternatief

De Arbowet verplicht werkgevers om risicobeperkende maatregelen te nemen volgens de arbeidshygiënische strategie. Dat houdt in dat de werkgever eerst altijd maatregelen neemt aan de bron, door een gevaarlijke stof te vervangen door een alternatief of een lawaaiige machine door een stillere. Hij moet hierbij doen wat redelijkerwijs verwacht kan worden. Dat betekent dat hij in bepaalde omstandigheden economische en technische belangen mag meewegen. Dit laatste mag bij kankerverwekkende en mutagene stoffen uitdrukkelijk niet.