Meer informatie over het gebruik van alcohol, drugs en medicijnen op het werk vind je in de toolbox Zo pak je alcohol- en drugsgebruik (ADM) op het werk aan.

Signalen bij stoornis in middelengebruik

Beschrijving

Problematisch middelengebruik of verslaving ontwikkelt zich vaak geleidelijk en kent verschillende fasen. Elke fase wordt gekenmerkt door specifieke signalen op sociaal, psychisch en lichamelijk vlak. Het herkennen van deze signalen kan helpen om tijdig in te grijpen en schade te beperken. Niet iedereen doorloopt alle fasen, maar het patroon is vaak herkenbaar.

Fase 1: Sociaal gebruik en gewenning

In de eerste fase draait het om sociaal gebruik en normalisering. Er wordt veel gesproken over gebruiksmomenten, vaak in sociale contexten. Opvallend gedrag is het ongevraagd bijschenken, gebruik van verkleinwoorden als ‘biertje’ of ‘wijntje’ en verandering in humeur na gebruik.

Fase 2: Tolerantie en vermijding

De gebruiker toont weinig effect bij hoge inname, vertoont frequent gebruik op sociale gelegenheden en zoekt isolatie om te gebruiken. Er ontstaan lichamelijke klachten, spanningen in relaties, en uiterlijke verzorging neemt af. Betrouwbaarheid en coping verslechteren.

Fase 3: Problemen op werk en thuis

Er doen zich woede-uitbarstingen voor op het werk, klachten van collega’s nemen toe en professionele betrokkenheid daalt. Afzeggen van afspraken komt vaker voor en de kwaliteit van werk neemt af. Alcoholgebruik tijdens werk en huiselijke spanningen worden merkbaar.

Fase 4: Verlies van controle en ernstige gevolgen

In deze fase is sprake van gebruik onder werktijd, ernstige persoonlijke isolatie, en mogelijk suïcidaal gedrag. Fysieke veranderingen wijzen op chronische problematiek. De gebruiker veroorzaakt fouten of ongelukken en verkeert in een risicovolle situatie.