Belastingschuld niet aftrekbaar in box 3

U mag bij de bepaling van uw belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) geen rekening houden met uw belastingschulden. Deze schulden verlagen dus niet uw rendementsgrondslag voor box 3. Dit blijkt uit een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag.

23 maart 2011 | Door redactie

De man in deze zaak had een administratie-accountancykantoor en hielp mensen met hun belastingzaken. In zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2003 bracht hij de betaalde premies voor een lijfrente in mindering op zijn inkomen uit werk en woning (box 1). Daarnaast verlaagde hij zijn rendementsgrondslag voor zijn inkomen uit sparen en beleggen (box 3) met de belastingschulden. De inspecteur vond dat de man de betaling van de premies onvoldoende had bewezen en dat hij de belastingschulden niet mocht aftrekken van de rendementsgrondslag. De man ging in hoger beroep, omdat hij het niet eens was met de conclusies van de inspecteur en de daarbij behorende verhoging van zijn belastbaar inkomen.

Uitzondering op de regel

Het gerechtshof in Den Haag gaf aan dat de man de betaling van de premies onvoldoende aannemelijk had gemaakt. Een bankafschrift was hierbij niet voldoende, omdat hieruit niet bleek dat er een premie was gestort voor een lijfrente. Daarnaast kon de man de belastingschulden niet in aftrek brengen op de rendementsgrondslag van box 3, omdat dat wettelijk niet was toegestaan.
Per 1 januari 2010 is de wet op dit punt wel gewijzigd. Per die datum is er een uitzondering op die regel gekomen voor erfbelastingschulden. Dit geldt ook voor de te betalen heffingsrente en invorderingsrente over deze schulden. De andere belastingschulden kunt u nog steeds niet aftrekken van de rendementsgrondslag in box 3.
Gerechtshof ’s-Gravenhage, 22 december 2010, LJN: BP3142