Hoe moet ik verhuurde panden in box 3 waarderen?

24 juli 2019

Hoe moet ik door mij verhuurde panden waarderen in box 3 van de IB? Mag ik daarbij ook rekening houden met een waardedrukkende factor vanwege de verhuur?

U moet woningen in box 3 in principe waarderen op de WOZ-waarde. Overige onroerende zaken (dus: niet-woningen) in box 3 moeten u waarderen op de waarde in het economisch verkeer (uitzondering voor verpachte landbouwgronden). Gangbaar hiervoor is de huurkapitalisatie, zeg maar tien tot veertien keer de (jaar)huur.

Met waardedrukkende factor rekening houden 

De wet biedt u nog wel enige tegemoetkoming op het nieuwe waarderingsvoorschrift voor woningen. U hoeft namelijk niet altijd de volledige WOZ-waarde aan te houden. Er mag namelijk in een tweetal gevallen rekening worden gehouden met een waardedrukkende factor. De eerste waardedrukkende factor geldt voor woningen die op erfpachtgrond staan. In die situatie kan de jaarlijkse erfpacht – de zogenoemde canon – gekapitaliseerd worden en op de WOZ-waarde door u in mindering worden gebracht. Wettelijk is deze waardevermindering vastgesteld op zeventien keer de jaarlijkse canon. De tweede waardedrukkende factor is van toepassing op (permanent) verhuurde woningen (en geldt dus niet voor een vakantiewoning die slechts af en toe wordt verhuurd) en waarbij de huurder ook huurbescherming geniet. Bij deze woningen mag u rekening houden met de huur als waardedrukkende factor, die wettelijk forfaitair is vastgesteld op een zogenoemde leegwaarderatio.

Leegwaarderatio

Die leegwaarderatio is een vermenigvuldigingsfactor die afhankelijk is van de verhouding tussen de jaarlijkse huur en de WOZ-waarde van de verhuurde woning. Deze leegwaarderatio loopt van minimaal 45% (bij een verhouding huurprijs tot WOZ-waarde tot 1%) en loopt door tot maximaal 85% als de verhouding van de jaarlijkse huurprijs tot de WOZ-waarde hoger is dan 7%. Deze ratio mag u ook toepassen voor verpachte woningen.