Door gebreken is vereiste aangifte niet gedaan

U kunt te maken krijgen met omkering en verzwaring van de bewijslast als u de vereiste aangifte niet doet. Uit een recente uitspraak van Gerechtshof ’s-Hertogenbosch blijkt dat de vereiste aangifte niet gedaan is als er gebreken zijn in de aangifte die zorgen voor een aanzienlijk verschil in de verschuldigde belasting.

11 maart 2015 | Door redactie

In deze zaak ging het om een bestuurder van twee stichtingen. De eerste stichting hield zich bezig met de verhuur van tot de woning van de bestuurder behorende kamers, het verrichten van administratieve diensten voor andere stichtingen en het beheren van het persoonsgebonden budget. Bij de tweede stichting ging het om emancipatie- en integratiewerk. Naast deze werkzaamheden exploiteerde deze tweede stichting ook een café. De bestuurder diende een aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2008 en 2009 in naar een belastbaar bedrag van € 4.187 en € 1.893. In 2010 stelde de Belastingdienst een boekenonderzoek in bij beide stichtingen. De administratie van de stichtingen bleek echter niet in orde. Voor de tweede stichting was er zelfs helemaal geen administratie aanwezig. De inspecteur concludeerde op basis van de boekenonderzoeken dat de stichtingen transparant waren en corrigeerde de aanslagen inkomstenbelasting. De inkomsten van de stichting werden toegerekend aan de bestuurder.

Omkering en verzwaring van de bewijslast

De inspecteur stelde dat de vereiste aangifte niet was gedaan en dat was volgens hem reden om de bewijslast om te keren en te verzwaren. De rechter moest bepalen of dat terecht was. Het gerechtshof stelde dat de vereiste aangifte niet was gedaan als er sprake was van één of meer gebreken in de aangifte, die ervoor zorgde(n) dat de volgens de aangifte verschuldigde belasting aanzienlijk lager was dan de werkelijk verschuldigde belasting. De tweede stichting was volgens de rechter geen transparante stichting. Door het ontbreken van de administratie mocht de inspecteur echter wel stellen dat de meeropbrengsten van het café ten goede kwamen aan de bestuurder van de stichting. De bestuurder had deze bedragen niet in zijn aangiften inkomstenbelasting opgenomen en daardoor was er sprake van een gebrek in de aangiften. Daarbij ging het om een aanzienlijk bedrag van iets meer dan € 20.000 voor beide jaren. Volgens de rechter had de inspecteur de bewijslast daarom terecht omgekeerd en verzwaard. Het ging om een redelijke schatting van het gecorrigeerde inkomen. Het lukte de bestuurder niet om overtuigend aan te tonen dat de schatting van de inspecteur niet juist was.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 6 februari 2015, ECLI (verkort): 422