Gaat u 1 mei toch niet halen? Nu uitstel aanvragen

De aangifte voor de inkomstenbelasting (IB) 2018 moet in principe voor 1 mei 2019 zijn ingediend. Maar als een belastingplichtige voor 1 mei uitstel aanvraagt, heeft hij nog tot 1 september 2019 de tijd om de aangifte te doen. Voor dit uitstel hoeft geen reden te worden gegeven. De boete voor het te laat of niet doen van de aangifte bedraagt € 369, bij vaker verzuim loopt deze op tot € 5.278.

15 april 2019 | Door redactie

Bij het te laat indienen van de aangifte IB 2018, ontvangt de belastingplichtige eerst een herinnering en daarna een aanmaning van de Belastingdienst. Daarin is opgenomen dat hij nog een aantal dagen (vaak binnen tien werkdagen indienen) heeft om de aangifte alsnog in te dienen. Wordt  de aangifte na de herinnering en aanmaning nog niet gedaan, dan legt de fiscus dus een boete (tool) van € 369 op. Deze kan bij vaker verzuim oplopen tot € 5.278. Ook bij een teruggaaf van IB volgt een boete.

Boete en een ambtshalve aanslag volgen

Dient de belastingplichtige zijn aangifte niet in, dan krijg hij niet alleen een boete, maar ook een ambtshalve aanslag opgelegd. De fiscus gaat voor de vaststelling van het inkomen dan uit van een schatting. Die schatting moet zo veel mogelijk berusten op redelijke uitgangspunten. In de meeste gevallen zal deze aanslag hoger zijn dan de aanslag die zou zijn opgelegd als hij wel aangifte had gedaan. Tegen deze aanslag kan net zoals bij een gewone aanslag bezwaar worden gemaakt (tool). Houd er wel rekening mee dat er vaak een zwaardere bewijslast geldt als er geen aangifte is ingediend.

Foutje in de aangifte blijven zitten

Er kan natuurlijk altijd een foutje in de aangifte zijn blijven zitten of er is iets vergeten aan te geven. Dit kan de belastingplichtige corrigeren door opnieuw – online – aangifte te doen. Open de eerder ingediende aangifte, corrigeer de fout of vul de gegevens aan, en verstuur de aangifte dan opnieuw. De fiscus verwerkt deze nieuwe gegevens opnieuw en stuurt een (voorlopige) aanslag.
Is er al een voorlopige aanslag ontvangen, dan volgt er een nieuwe voorlopige aanslag. Was er door de Belastingdienst al een definitieve aanslag uitgereikt, dan moet er binnen zes weken bezwaar worden ingediend. Het binnen zes weken opsturen van een nieuwe aangifte wordt ook gezien als bezwaar. Gebeurt dit later, dan is het een verzoek om ambtshalve vermindering. In beide gevallen geeft de inspecteur zijn besluit over wel of niet verminderen in een voor bezwaar vatbare beschikking af.