Ministerie oneens met advies over box 3-heffing

In een eerste reactie op het advies van de advocaat-generaal (AG) over de box 3-heffing heeft het ministerie van Financiën aangegeven zich hierin niet te kunnen vinden. De vermogensrendementsheffing valt volgens de staatssecretaris binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever toekomt.

17 februari 2016 | Door redactie

De AG heeft onlangs in een advies aangegeven dat de vermogensrendementsheffing in box 3 (tool) disproportioneel is en in strijd met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. Hierop kon een reactie van het ministerie van Financiën natuurlijk niet achterblijven. De staatssecretaris (in naam van het ministerie) klampt zich hierin vast aan een eerder arrest van de Hoge Raad, vorig jaar april, waarbij het oordeel was dat het huidige forfaitaire stelsel van box 3 in principe geen inbreuk vormt op het eigendomsrecht.  

Percentage van 4 op langere termijn redelijk

De staatssecretaris vindt het percentage van 4 voor de langere termijn gezien redelijk. Het kan zijn dat het percentage van 4 voor een zekere periode te hoog is, maar daar staat tegenover dat bij aanzienlijk hogere rendementen het percentage te laag is. De wetgever heeft hiervoor bewust gekozen vanwege de robuustheid van de heffing. De belastingheffing op inkomen uit sparen en beleggen als geheel valt volgens hem daarom binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever.

Oplossing doet afbreuk aan het eenvoudige systeem

De AG wil dat voor elk vermogensbestanddeel afzonderlijk wordt gekeken naar de werkelijk behaalde netto-opbrengst. De staatssecretaris vindt dat daardoor ongelijkheid in het leven ontstaat, doordat het verminderen van de box 3-heffing afhankelijk wordt van de specifieke bezitting en de daarmee behaalde opbrengst. Daarbij vindt hij dat deze door de AG aangedragen oplossing afbreuk doet aan het door de wetgever gewenste eenvoudige systeem voor zowel de belastingplichtigen als de Belastingdienst. De aanpak van de AG zou ten slotte tot vreemde resultaten leiden in gevallen waarin sprake is van tijdelijke waardedalingen. De staatsecretaris vindt dus dat de Hoge Raad de uitspraak van het hof moet bevestigen.

Aanmerken als massaal bezwaar

De staatssecretaris van Financiën heeft al eerder besloten om de bezwaarschriften tegen de heffing in box 3 als massaal bezwaar aan te merken. Heeft u geen bezwaar gemaakt, dan krijgt u ook geld terug als uw aanslag op 26 juni nog niet definitief vaststond en de rechter de heffing in box 3 buitensporig vindt.